Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heim. Hij overleed den 22sten September 1878 te Mergentheira. Van zijn geschriften vermelden wij nog: „Die deutsche Revolution" (2lle druk, 1851), ,,Die Geschichte der englischen Revolution" (2de druk, 1854), „Die englische Revolution" (2dc druk, 1852), „Weltgeschichte für gebildete Frauen und Jungfrauen" (2 dln., 1854), „Der Deutsche Kaisersaal" (2de druk, 1855), „Geschichte der prosaischen und poetischen deutschen Nationalliteratur" (2de druk, 1856), „Geschichte der Poesie aller Völker" (2de druk, 1856), „Lebensgeschichte der Kirche Jesu Christi" (4 dln., 1857—1859, 2d<= druk, 1869), „Geschichte der Jahre 1840—1860" (1862), „Geschichte der Jahre 1860—1871" (1872), „Deutschlands Heldenkampf 1870—1871" (1872), „Illustrierte Geschichte des deutschen "Volks" (3 dln., 1871—1877) en een bewerking van den vierden druk van het boek: „Deutsche Geschichte"(4 dln., 1865) van Wirth.

Zimmermann, Albert, een Duitsch schilder, geboren te Zittau den 20sten September 1809, werd aanvankelijk te Dresden opgeleid voor de muziek, doch legde zich daarna op de schilderkunst toe en vertrok in 1831 naar München. In 1857 werd hij aan de academie te Milaan tot hoogleeraar benoemd en in 1860 te Weenen, waar hij tot 1871 aan de academie voor beeldende kunst werkzaam was. Daarna vestigde hij zich te Salzburg en in 1884 te München, waar hij den 18den October 1888 overleed. Hij was een uitstekend vertegenwoordiger van het heroïschhistorisch landschap, waarvoor hij zijn motieven bij voorkeur ontleende aan berglandschappen met een krachtige lichtwerking. Tot zijn voornaamste werken behooren: „Berglandschap met waterval", „Een strijd tusschen Centauri en tijgers", „Faust en Mephisto", „De Obersee bij Berchtesgaden", „In de Hoogalpen", „Strijd tusschen Centauri enleeuwen", „Onweer in het hooggebergte", „Het Meer van Lugano", „Het ploegen", „Morgenschemering op den Grosz-Venediger", „Een bergstorting" en „Waterval in de Ramsau".

Zimmermann, Max, een Duitsch schilder, een broeder van den voorgaande, geboren den 7den Juli 1811 te Zittau, richtte een lithografische inrichting te Dresden op, doch ging op 29-jarigen leeftijd onder leiding van zijn broeder Alberl over tot de schilderkunst. Hij schilderde vooral boschrijke landschappen, in den trant van Ruysdael, vooral zijn eikenlandschappen zijn beroemd. Verder heeft hij fraaie etsen vervaardigd. Hij overleed te München den 30sten December 1878.

Zimmermann, August Robert, een Duitsch schilder, een broeder van den voorgande, geboren in 1818, wijdde zich op 30-jarigen leeftijd aan de schilderkunst en schilderde vooral landschappen, dierstukken en architectonische stukken. Hij overleed te München den 6den Juni 1864.

Zimmermann, Richard, een Duitsch schilder, een broeder van den voorgaande, geboren te Zittau den 2den Maart 1820, ontving zijn eerste opleiding van L. Richter, doch volgde in 1838 zijn broeder Albert naar München. Hij schilderde vooral oogsttafereelen, zeestukken, strand- en veldgezichten, met arbeidende of rustende personen gestoffeerd, in den trant van het Paysage intime van de Fransche meesters. Vooral zijn winterlandschappen worden hoog geschat. Hij overleed te München den 5den Februari 1875.

Zimmermann,Reinhard Sebaslian, een Duitsch genreschilder, geboren den 9den Januari 1815 te Hagenau aan de Bodensee, werd aanvankelijk opgeleid voor den handel, maar bezocht sedert 1840 de academie te München, waar zijn humoristische voorstelling van de „Heilige drie Koningen"in 1847 groot opzien baarde. Daarop volgden: „Duur gelag", „De landlieden in het kasteel" (1853), „Bedelende muzikanten" (1854), „Het inëntingslokaal", „Het gestoorde kaartspel", „Tijding van de zege" (1875), „De kloosterschool in Ottobeuern"(1879), „Het examen in de muziek" (1880) enz. Hij schreef: „Erinnerungen eines alten Malers" (1884). 'Hij overleed den 16den November 1893 te München.

Zimmermann, Ernst, een Duitsch schilder, een zoon van den voorgaande, geboren te München den 24sten April 1852, ontving sedert 1868 onderricht van zijn vader, en bezocht vervolgens de academie, waar hij het laatst onderricht ontving van Diez. Nadat hij eenige humoristische genrestukken had vervaardigd, legde hij zich sedert 1879 inzonderheid op bet schilderen van Bijbelsche onderwerpen toe en wijdde vooral zijn aandacht aan het coloriet. Ook schilderde hij stillevens. Hij was koninklijk hoogleeraar en eerelid van de Münchener kunstacademie. Hij overleed te München den 15den November 1901. Van zijn werken noemen wij: „De muziekles", „De booze gans", „De handelsvriend", „Het ei van Columbus", „Christus in den tempel", „De aanbidding van de herders", „Christus en de visschers", „Christus Consolator", „Christus verschijnt Thomas", „Jozef met den kleinen Jezus" en „Komt tot mij, die belast en beladen zijt."

Zimmermann, Johann von, een Duitsch industrieel, geboren den 278te" Maart 1820 te Papa in Hongarije, was aanvankelijk werkzaam in de fabriek van zijn vader,vervolgens in die van een bloedverwant te Groszwardein en daarna in verschillende fabrieken te Weenen, München en Cliemnitz. In 1844 vestigde hij zich met een van zijn vrienden in laatstgenoemde stad en vervaardigde hoofdzakelijk cylinders voor spinmachines. In 1848 ontbond hij het compagnieschap en legde zich sedert 1854 vooral toe op de vervaardiging van verschillende soorten machines. Na den Fransch-Duitschen oorlog gaf hij aan zijn fabriek een belangrijke uitbreiding door de stichting van een ijzergieterij en door den bouw van een fabriek van machines voor houtbewerking. Wegens zijn verdiensten als bevorderaar der nijverheid werd hij door den keizer van Oostenrijk in den erfelijken adelstand opgenomen. Den l8ten November 1871 heeft hij zijn fabriek onder den naam van „Chemnitzer Werkzeugmachinenfabrik" aan een vereeniging van aandeelhouders overgedaan, waarvan hij voor 3 jaar directeur-generaal werd. Vervolgens vestigde hij zich te Berlijn, waar hij den 2den Juli 1901 overleed. Aan de stad Chemnitz schonk hij een inrichting voor de natuurgeneeswijze.

Zimmermann, Alfred, een Duitsch geschiedkundige, geboren den 88tel1 Mei 1859 te Frankenhausen in Silezië, studeerde in de geschiedenis en in de staathuishoudkunde, deed uitgestrekte reizen en werd in 1890 bij het Duitsche ministerie van Buitenlandsche Zaken geplaatst. In 1892 werd hij met den titel van consul aan de koloniale afdeeling toegevoegd, in 1899 werd hij legatieraad, van 1901— 1903 werd hij voor koloniaal-staathuishoudkundige aangelegenheden bij het gezantschap te Londen ge-

Sluiten