Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volking de nederlaag (31 Januari 1891), zoodat hij naar de kust moest terugkeeren. In 1892 keerde hij naar Duitschland terug en nam zijn ontslag uit den rijksdienst. Van 1893—1894 bereisde hij Zanzibar, Duitsch- en Portugeesch Oost-Afrika en de goudvelden van Transvaal. In 1896 leidde hij den aanleg van plantages in het Kameroengebied .Hij overleed te Teneriffe den 4den December 1897. Hij schreef: „Nord-Kamerun, Schilderung der 1886—1892 unternommenen Reisen"(1895).

Zintuigen. Zie Zin.

Zintuig-en der planten noemt men die organen van de plant, welke, door hun bij zonderen bouw van de overige deelen der plant afwijkende, dienen om uitwendige prikkels over te brengen, zoodat zij rechtstreeks met de zintuigen van de dieren kunnen worden vergeleken. Intusschen heeft deze overbrenging dikwijls gelijkelijk ook door alle deelen van het plantenlichaam plaats, zoodat in die gevallen van eigenlijke zintuigen geen sprake kan zijn. De waarneming van den prikkel komt bij Mimosa, Dionaea en andere tot stand doormiddel van voelharen of borstels, welke hem overbrengen op het protoplasma. Bij verschillende ranken en uitsteeksels heeft men tast-papillen of tasttepels kunnen aantoonen, waarin de uitwendige druk door een eigenaardig gebouwd, dun gedeelte van den wand op het protoplasma overgaat. De werking van de zwaartekracht (zie Geotropie) wordt overgebracht door bijzondere cellen, statochyten geheeten, waarin de statoliethen, d. z. zetmeel- en andere korrels, bij positieveranderingen van de plant een druk op zekere deelen van het protoplasma uitoefenen. De waarneming van de richting van het invallende licht is bij de kiemplantjes van sommige grassoorten in de punt van de kiemschijf gelocaliseerd. Bij sommige loofhoutsoorten heeft men verder de wratachtige opperhuidscellen als zintuigen voor het licht aangetoond. Ook voor het waarnemen van scheikundige prikkels zijn afzonderlijke organen gevonden, zooals de uiteinden van de tentakels der bladeren van zonnedauw, welke, aangeraakt met stikstofhoudende stoffen, intensieve krommingsbewegingen uitvoeren.

Zinzendorf nnd Pottendorf, Nikolaus Ludwig, graaf von, de stichter der Evangelische Broedergemeente (zie aldaar), geboren te Dresden den 26Btel1 Mei 1700, een petekind van Spener, werd na den vroegtijdigen dood van zijn vader („Konferenz-minister" in Keur-Saksen) in de Lausitz bij zijn vrome en ontwikkelde grootmoeder opgevoed en kwam op zijn tiende jaar in het weeshuis te Halle onder de leiding van Francke. Doch eerst te Wittenberg. waar hij sedert 1716 in de rechten, alsmede in de theologie studeerde, sloot hij zich geheel bij de piëtisten aan. De jaren 1719 en 1720 bracht hij meerendeels door te Utrecht en te Parijs. In 1721 werd hij hofraad bij de regeering te Dresden. Hij streefde er naar de godsdienstige ontwikkeling van het volk te bevorderen. In 1727 ontstond tengevolge daarvan op zijn landgoed Berthelsdorf een godsdienstige secte, in welke, steunende op de prediking van Jezus den Gekruisigde, alle Evangelische Protestanten zich zouden vereenigen. Toen het aantal aanhangers van deze secte door de komst van vele uitgeweken Protestanten uit Moravië belangrijk toenam, werd de kolonie Hernhut gesticht. In 1727 werd den graaf het houden van huiselijke godsdienstoefeningen verboden, daarna nam hij zijn ontslag uit den staats¬

dienst, legde in 1734 onder een aangenomen naam te Straalsund het examen van candidaat in de godgeleerdheid af, deed zich te Tübingen in den geestelijken stand opnemen en werd in 1737 te Berlijn gewijd tot bisschop der Moravische Broedergemeenten. Van 1736 tot 1747 uit zijn vaderland verbannen wegens het invoeren van nieuwigheden op godsdienstig gebied, bleef hij op zijn reizen door Europa, West-Indië en Noord-Amerika ijverig werkzaam voor zijn secte, hield openlijke voordrachten en schreef brieven en boeken. Hij vervaardigde 108 stichtelijke geschriften, waaronder zich een „Sammlung geistlicher und lieblicher Lieder" bevindt, alsmede het „Gesangbuch" der gemeente te Hernhut. Hij overleed alhier den 9den Mei 1760. In 1722 was hij in het huwelijk getreden met Erdmute Dorothea, gravin Reusz von Ebersdorf en na haar dood in 1757 met Anna Nitschmann. Beiden hebben geestelijke liederen vervaardigd.

Zio of Ziu. Zie Tyr.

Zion City, een plaats, 50 km. ten N. van Chicago in 1894 door een aantal aanhangers van de Zionskerk onder leiding van J. A. Dowie (zie aldaar) gesticht, heeft een theocratische bestuursinrichting en telt (1903) ongeveer 8000 inwoners.

Zionieten noemt men de aanhangers van de Ellersche Sekte (zie aldaar).

Zionisme is de naam van eene beweging, die in het laatst van de 19dc eeuw onder de Joden ontstond en binnen zeer korten tijd een uitgebreide» omvang aannam. Zij heeft ten doel in Palestina een publiek-rechtelijk gewaarborgde woonplaats aan het Joodsche volk te verschaffen. De terugkeer naar Palestina is sedert de verspreiding der Joden na de vernietiging van den ouden Joodschen staat aldaar steeds bij hen een geliefd denkbeeld gebleven, dat ook in hun godsdienst naar voren treedt, doch daar dan in verband gebracht wordt met de verwezenlijking der bij de geloovige Joden heerschende messiaanscheverwachtingen. Het Zionisme, dat deze religieuse opvattingen in hare waarde laat, wenscht voor het Joodsche volk Palestina tot publiek-rechtelijk gewaarborgde woonplaats, ook al kan er geen sprake zijn van een terugkeer van het geheele Joodsche volk. Het wil allereerst beschouwd worden als een streven der Joden om hun volk eene natuurlijke levenspositie en tevens vrijer bestaan te verzekeren en op die wijze de oplossing van het Jodenvraagstuk te verkrijgen. Dat Jodenvraagstuk treedt het scherpst naar voren in Rusland en in het algemeen in Oost-Europa en toont zich ook in de, deels op economische gronden berustende, beperking der immigratie in Ergeland en de Verepnigde Staten van N.-Amerika. Doch ook de positie der Joden in Midden-Europa, o. a. in Duitschland, en later in Frankrijk (Dreyfus-affaire) bevredigde velen hunner niet. Ook het in het algemeen gedurende de 19de eeuw sterk aangewakkerde nationaliteits-gevoel wekte de Joden op om voor het behoud hunner nationale eigenaardigheden en raseigenschappen met grooter angstvalligheid dan voorheen te waken. Dit leidde o.m. tot eenegrootere waardeering voor de Hebreeuwsche taal, die dan ook door velen, vn. in Rusland en vooral in Palestina, steeds meer in den dagelijkschen omgang werd en wordt gebezigd.

Reeds in het midden van de 19de eeuw opperden een aantal Joden, zooals Hess, Kalischer en Gordon plannen tot het stichten van Joodsche koloniën

Sluiten