Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behaalde zelfs geen succès d'estime. Veel opzien baarde Zola's inmenging in de Dreyfuszaak. In een artikel, beginnende met de woorden: „J'accuse", dat in Januari 1898 in de „Aurore" verscheen, wendde hij zich tot den president van de republiek, beschuldigde de hoogste bevelhebbers van het Fransche leger van partijdigheid en beweerde, dat de militaire rechters Esterhazy op bevel van hun superieuren vrijgesproken hadden. Dientengevolge werd hij wegens laster door een rechtbank van gezworenen te Parijs tot een jaar gevangenisstraf en 3 000 francs boete veroordeeld; hij ging in hooger beroep, het vonnis werd echter te Versailles bevestigd. Hij onttrok zich aan zijn straf door naar Engeland te vluchten, doch keerde in 1899, toen het Hof van Cassatie het besluit tot revisie van het Dreyfus-proces had genomen, naar Frankrijk temg. Na dien tijd vertoefde hij meest op zijn landgoed te Médan. De artikelen, die hij over de Dreyfus-zaak schreef, vereenigde hij onder den titel: „La Vérité en marche"(1899). De invloed van de politiek valt in zijn latere werken duidelijk te bespeuren. Hiertoe behooren „Fécondité"(1899), ,,Travail"(1901) en „Vérité", die met het niet voltooide „Justice", „Les quatre Evangiles" zouden vormen. Nadat de componist A. Bruneau in 1891 naar aanleiding van „Le Rêve" een opera had getoonzet, die met veel bijval was opgevoerd, schreef Zola voor hem ,,Messidor"(1897), „L'0uragan"(1901) en „L'Enfant-Roi"(1905 opgevoerd), waarvan de opvoeringen echter niet aan de verwachtingen beantwoordden. Voor het werk „Les Soirees de Médan"(1882), dat bijdragen van ver schillende schrijvers bevat, schreef Zola de novelle „L'attaque du moulin", waarnaar Bruneau eveneens een opera bewerkte. Zola overleed in den nacht van den 288ten op den 29s,ei1 September 1902 te Parijs door kooloxiedvergiftiging tengevolge van een defekt aan de kachel. Zijn lijk werd den 4den Juni 1908 in het Panthéon bijgezet. Te Parijs werd een standbeeld voor hem opgericht. Zijn „Correspondance" verscheen van 1907—1908 in 3 deelen. De invloed van Zola op de richting van zijn tijd is groot geweest, misschien meer nog in het buitenland, dan in Frankrijk zelf. De letterkundige beweging na 1880 in ons land, heeft,vooral wat den roman en de kritiek betreft, sterk zijn invloed ondergaan. Zje hierover het artikel N ederlandsche taal- en letterkunde.

Zolkiewski, Stanislaus, een Poolsch veldheer, geboren in 1547 bij Zolkiew in Galicië, bezocht de scholen te Lemberg, nam vervolgens onder zijn bloedverwant Jan Zamoiski dienst in het leger en werd daarna kastelein (slotvoogd) van Lemberg en woiwode van Kiew. In 1596 trok hij op als onderbevelhebber tegen de oproerige Kozakken, behaalde de overwinning en bracht hen tot onderwerping. Daarna streed hij voorspoedig tegen de Zweden in Lijfland. Later voerde hij bevel over de expeditie tegen Moskou. Hij slaagde er in, Moskou te verove- i ren, den czaar Sjoeiskoi gevangen te nemen en met < de Bojaren een verdrag te sluiten, waarbij Ladis- [ laus, de zoon van Sigismund, als czaar werd erkend. { De besluiteloosheid van Sigismund echter verhin- , derde, dat er van de behaalde voordeelen partij 1 werd getrokken. Tengevolge daarvan gaf Zolkiews- < ki het bevel over aan Chodkiwiecz. In 1617 ontving ] hij den titel en rang van opperbevelhebber en werd < naar de grenzen gezonden om tegen de Turken en f Tataren te strijden, doch zag na dapperen tegen- (

stand zich genoodzaakt, in 1617 bij Busza een verdrag aan te gaan, waar Moldavië en Walachije aan de Turken werden afgestaan. In 1620 deed hij een nieuwen tocht naar Walachije, hield gedurende acht dagen stand te Cecora aan de Dnjestr tegen een driemaal zoo sterk leger van Turken en Tataren en sneuvelde den 8ste° October 1620 met het grootste gedeelte van zijn leger. Solieski is zijn kleinzoon.

Zoller, Edmund von, een Duitsch schrijver, geboren te Stuttgart den 20st<™ Mei 1822, studeerde te Tubingen in de wijsbegeerte en letteren en vestigde zich in zijn geboorteplaats, waar hij zich aan letterkundige werkzaamheden wijdde. Daarna legde hij zich op de dramaturgie toe en gaf sedert 1852 met Von Gall het „Zentral-organ für die deutschen Bühnen' uit. Hij stichtte in 1853 de „Illustrierte Welt", in 1858 met Ilacklander „Über Land und Meer", in 1863 de „Romanbibliothek", later „Zu Hause"en „Illustrierte Romane aller Nationen." In 1885 werd hij directeur van de koninklijke hofbibliotheek, in 1899 nam hij zijn ontslag. Hij overleed den 2den April 1902 te Stuttgart. Hij vertaalde een aantal werken uit het Fransch, Spaansch, Engelsch, Zweedsch, Deensch, Noorsch, Nederlandsch en Vlaamsch. Van zijn overige werken noemen wij: „Bibliothekwissenschaft im Umrisse" (1846), „Leopold Robert" (1863), „Die Orden Deutschlands und Osterreichs" (2d<! druk,, 1881), „Der Orden des Goldenen Vlieszes" (1877), „Die Tunesischen Orden" (1877), „Der Orden Karls III" (1888) en „Portratgalerie der reierenden Fürsten und Fürstinnen Deutschlands" (1890).

Zöller, Philipp, een Duitsch landbouwscheikundige, geboren in 1833 te Winnweiler in de Beiersche Palts, wijdde zich aan de universiteit te München aan de studie der natuurkundige wetenschappen, vestigde er zich in 1856 als privaatdocent en werd in 1857 benoemd tot scheikundig onderzoeker aan het landbouwproefstation aldaar. In die hoedanigheid knoopte hij betrekkingen aan met Liebig. In 1860 werd hij adjunct aan het botanisch-physiologisch instituut, in 1863 buitengewoon hoogleéraar aan de universiteit te München, in 1864 hoogleeraar in de toegepaste scheikunde te Erlangen, in 1872 te Göttingen en in 1873 buitengewoon hoogleeraar in de landbouwscheikunde aan de pasgestichte hoogeschool voor landbouw te Weenen. Hij overleed aldaar den 318teD Juli 1885. Behalve onderscheidene opstellen in tijdschriften schreef hij: „Die Nahrstoffe der Cerealien" (bekroond, 1856), „Ergebnisse agriculturchemischer Versuche" (1859—1861), „Oekonomische Fortschritte" (1867—1872, 6 dln.) Ook bezorgde hij op uitdrukkelijk verlangen van Liebig den negenden druk van diens geschrift: „Die Chemie in ihrer Anwendung auf Agrikultur und Physiologie" (1876).

Zöller, Hugo, een Duitsch ontdekkingsreiziger en journalist, geboren den 12dei> Januari 1852 te Oberhausen bij Schleiden in den Eifel, studeerde te Berlijn en te Bonn in de rechten, vertoefde voor zijn gezondheid van 1872—1874 in het noorden van Afrika, bezocht van 1879—1880 als verslaggever van de „Kölnische Zeitung" Sydney en Melbourne en deed reizen door Zuid-Amerika en Oost-Indië. Daarna nam hij deel aan den Engelsch-Egyptischen oorlog, vergezelde den Duitschen kroonprins naar Spanje en Rome en ontving in 1884 den last om een onderzoek in te stellen naar de door Nachligall ver-

Sluiten