Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

741) eiken arbeid'op "dezen dag verbood. De Hervormers beschouwden de Zondagsviering niet als een goddelijke instelling, zij wenschten haar alleen op praktische gronden te behouden. In Engeland, Schotland en Noord-Amerika bleef zij daarentegen in haar strengsten vorm bewaard, eerst in den laatsten tijd komt daarin verandering. In Frankrijk is sedert de Groote Omwenteling het verschil tusschen Zon- en weekdagen verdwenen. In ons land bestaan verschillende wettelijke bepalingen omtrent het verrichten van arbeid op Zondag.

Zondagsletter noemt men in de tijdrekenkunde de letter, welke, wanneer de eerste zeven dagen van het jaar met de eerste zeven letters van het alfabet worden aangeduid, aan den eersten Zondag van het jaar moet worden toegekend. Is dus in een jaar de 4de Januari een Zondag, dan is de Zondagsietter in dat jaar D en nummert men alle dagen van dat jaar door op de G telkens weder de A te laten volgen, dan zijn alle alle D's Zondagen. In een schrikkeljaar, dat uit 52 weken en 1 dag bestaat, geeft men den 23sten en den 24s,en Februari dezelfde letter, waardoor zulk een schrikkelj aar twee Zondagsletters heeft, een voor den tijd vóór en een tweede voor den tijd na den 23stea Februari. Na een reeks van 4 X 7 = 28 jaar keert de opeenvolging van de Zondagsletters weder terug. Het getal, dat aangeeft, het hoeveelste van deze 28-jarige periode een bepaald jaar is, heet zonnecirkel (zie aldaar).

Zondagsscholen zijn in den gewonen zin van het woord scholen, waarin de kinderen der mindere standen des Zondags godsdienst-onderwijs ontvangen. De eerste werd gesticht door Borromeo, aartsbisschop van Milaan (f 1584), die door anderen^ als De la Salie (f 1719), daarin werd nagevolgd. Intusschen bleven dit op zichzelf staande pogingen. Eerst in het laatste vierde deel van de 18"6 eeuw ontstond in Engeland en Schotland een krachtige beweging ten gunste van de Zondagsscholen, welke daarna in alle Angelsaksiche landen, met name in N. Amerika ingang vonden. Gewoonlijk wordt R. Raikes als de vader van deze beweging aangewezen. Hij stichtte in 1781 of 1784 een Sunday School te Gloucester en gaf den stoot tot de oprichting van de „London Sunday School Society" (1785) door W. Fox. In Duitschland ontstond de eerste Zondagsschool in 1791 te München. Gaven deze scholen naast godsdienstig ook nog wereldlijk onderwijs, door de opkomst van de volksschool beperkte de zondagsschool zich steeds meer tot het eerste. In deze beteekenis is het zondagsschoolwezen in de Engelsaksische landen, in Nederland en Scandinavië sterk ontwikkeld.

Zondagsviering;. Zie Zondag.

Zondebok werd bij de oude Israëlieten de bok genoemd, die jaarlijks aan den boozen geest Azazel (zie aldaar) werd geofferd. Figuurlijk noemt men iemand een zondebok, die de schuld krijgt van alle verkeerde dingen, die er gebeuren.

Zonden zijn, volgens de R. Katholieke leer, overtredingen van Gods wet, die in vrijen wil bedreven worden. Zij worden onderscheiden in doodzonden en dagelijksche zonden. De doodzonden worden verdeeld in 7 hoofdzonden; 6 zonden tegen den H. Geest; 4 wraakroepende zonden; 9 vreemde zonden.

Alle zonden kunnen in den biecht vergeven worden en bij onmogelijkheid daarvan ook buiten den biecht. Van de zonden tegen den H. Geest echter, die

rerondersteld worden bedreven te zijn uit boosheid, 3 de vergeving zeer moeilijk; zij zijn: wanhoop en rermetel vertrouwen, bestrijding der bekende waarleid, benijden der genade Gods van den naaste, vollarding in de boosheid, onboetvaardigheid. Zie verIer Biecht en Erfzonde.

Zondvloed (Latijn: Diluvium) is de naam ran een grooten watervloed, die volgens den Bijbel n de dagen van Noach geheel het schuldige menschlom met uitzondering van hem en zijn huisgezin, vernietigde. De naam is intusschen niet afkomstig fan het woord zonde, maar van het Oud-Germaan;che sin-fluot (groote vloed). Het is zeer merkwaarlig, dat in de mythische verhalen van verschillende rnde volken van zulk een overstrooming wordt gevag gemaakt. Alleen in Afrika, Australië en in die Aziatische streken, waarin overstroomingen onmogelijk zijn, ontbreken zij. Reeds de oude boeken der 3hineez.cn en Indiërs bevatten verschillende vornen van deze mythe. De Hebreeuwsche lezing (Gelesis 6 — 9) komt met de Assyrisch Babylonische, door Berosus medegedeeld, overeen. Nog grooter overeenkomst vertoont zij met die in spijkerschrift op leemen tafels, door G. Smilh in 1782 ontdekt en medegedeeld in zijn werk „The Chaldaean account of the Genesis, containing the description of the creation, the fall of men the deluge" (2ae druk, 1880). Het meest volledig is deze mythe weergegeven in dl. 4 van „The Cuneiform Inscriptions of Western Asia". Overeenkomstige sagen vond von Humboldt in N. en Z. Amerika, en ook de Grieksche godenleer kende haar (zie Deucalion).

Het ontstaan van deze verhalen moet wellicht worden toegeschreven aan het feit, dat bijna overal op hooge bergen fossiele schelpen en beenderen van dieren worden gevonden. Daaruit heeft de geologie echter slechts afgeleid, dat groote landstreken, welke thans boven den zeespiegel liggen, vroeger door de zee waren bedekt.

Zonnebaan (Ecliptica). Zie Zonneweg.

Zonnebad. Zie Lichttherapie.

Zonneblind noemt men de toestellen, met behulp waarvan men door houten staafjes of plankjes, welke elkander onderling overdekken, openingen aldus kan afsluiten, dat zonnestralen niet, licht en lucht wel kunnen binnendringen. De eigenlijke zonneblinden bestaan uit een reeks plankjes van 6—7 cm. breedte en 1,5—2 cm. dikte, welke in de twee opgaande posten van een houten raam aldus zijn bevestigd, dat een soort luik ontstaat. Dit luik, dat op scharnieren om de posten van het venster kan draaien, bedekt dit voor de helft; de andere helft wordt op dezelfde wijze afgesloten. Dikwijls kan bovendien het benedenste derde gedeelte van het latwerk naar boven gedraaid worden. Van de zonneblinden in engeren zin onderscheiden zich de ophaaljalousieën door de geringere dikte van de plankjes, welke bovendien beweeglijk zijn. Deze hangen in banden of kettingen, aan de bovenzijde aan een tuimelaar bevestigd, waardoor men instaat is hun helling naar willekeur te regelen (fig. 1). Daarbij kunnen zij omhoog getrokken worden, waarbij zij achter een lambrequin aan het oog worden onttrokken en tevens tegen den invloed van het weer zijn beschermd. (Roljahusie'én bestaan uit smalle, op linnen of drel gelijmde of op staalbanden bevestigde staafjes van eigenaardig profiel (fig. 2). Zij overdekken elkander aan de zijkanten geheel of er wordt

Sluiten