Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wege opgerichte fabrieken Vervaardigd, volgens een door von Baltzberg, directeur der staatszoutbronnen te Ischl, in 1899 aangegeven procédé. Ook in Galicië bestaat deze wijze van zoutbereiding, heeft hier echter niet veel bijval gevonden, terwijl ook op Java de zoutbriquetten bij de inlanders niet bijzonder gewild zijn. Bij de bereiding wordt het zout op een ronddraaiende tafel met drie maal negen trechteropeningen uitgestort en automatisch door die openingen naar de perskokers omlaag gevoerd, waarin onder een druk van ^ 50 atmosfeeren bijna al het water uit het zout verwijderd en dit in den vorm der bekende bruinkoolbriquetten (8,5 X 8,5 X 5 cm.) wordt geperst. Daarna worden zij in droogovens eenige uren aan een temperatuur van ^ 150° C. blootgesteld en vervolgens met een glazuur van chloormagnesium bedekt. Dit laatste smaakt wel bitter, maar kan gemakkelijk afgeschrapt of opgelost worden. Elke briquet wordt van een kartonnen omslag voorzien, die het zout tegen vocht beschermt of twintig onverpakte briquetten worden samen in een kartonnen doos gedaan, die alsdan '/5 pikol zout bevat. Deze briquetten zijn langer dan gewoon, los zout bestand tegen opstapeling, tegen nat weer, drassigen bodem en natte omgeving in het algemeen. Ook bevat het briquetzout veel minder water dan los zout en ontvangt dus de inlander een grooter percentage zout, dat hij bovendien in het klein bij de regeeringsambtenaren kan koopen, zonder dat hij door spillage en tusschenliandel in het gewicht wordt te kort gedaan.

Zouten zijn scheikundige verbindingen, van welke vele een zekere uiterlijke overeenkomst vertoonen met het zout bij uitnemendheid, keukenzout, daar zij oplosbaar zijn in water, kristalliseeren en een ] eigenaardigen zouten smaak bezitten. Andere zouten daarentegen hebben een geheel ander voorkomen; dikwijls zijn zij amorf, onoplosbaar in water en smakeloos. Het is ten slotte dan ook de scheikundige samenstelling, welke de zouten tot een gesloten groep vereenigd. Zouten zijn n.1. op te vatten als zuren, waarin de waterstof door een metaal of een samengesteld radicaal geheel of gedeeltelijk is vervangen. Het gemakkelijkst heeft de vorming van een zout plaats, door een zuur met een base samen te brengen. Daarbij ontstaat dan bovendien steeds water, bijv.: HN03 + NaOH = NaN03 + H20 salpeterzuur -f natron = natriumnitraat + water en HCL + KOH = KCL + H20 zoutzuur + kali = chloorkalium + water.

De zuurstofzuren vormen met bases de zuurstofzouten. Deze ontstaan o.a. bij de inwerking van het zuur op het metaal, het metaaloxied, hetmetaalhydroxiede of op een ander zout van het metaal. Wordt in de zuren de waterstof geheel vervangen door de aequivalente hoeveelheid van een metaal, dan ontstaan normale zouten, ook wel neutrale zouten genaamd. Niet alle echter reageeren neutraal; steeds hebben de zouten, ontstaan door de werking van een zwakke bases op een sterk zuur, een zure, en die van een sterke basis op een zwak zuur een alkalische reactie. Zij is het gevolg van de hydrolvtische splitsing der zouten in hun waterige oplossingen. Deze reactie beslist dus niet over de vraag, of een zout als normaal moet worden opgevat, maar geeft slechts antwoord op de vraag naar zijn samenstelling. Eenbasische zuren kunnen in het algemeen slechts normale zouten vormen. Door een eenwaardig metaal

wordt alle waterstof vervangen, terwijl zich met een meerwaardig metaal zooveel moleculen zuur verbinden als zijn waardigheid bedraagt. Zoo leidt men van het eenbasische salpeterzuur en het eenwaardige natrium het zout NaNo3 en van hetzelfde zuur met het tweewaardige calcium het zout Ca (N03)2 af. Meerbasische zuren vormen verschillende reeksen van zouten. Onder deze noemt men diegene normaal, waarin alle verplaatsbare waterstof door het metaal is vervangen. Zij onts'taan, wanneer zuur en base in zulk een verhouding op elkander werken, dat het aantal waterstofatomen in beide even groot is, bijvoorbeeld:

H2 S04 + 2KOH = K2 S04 + 2 H20.

zwavelzuur + kali= kaliumsulfaat + water.

Wordt in zuren de waterstof slechts gedeeltelijk door metaal vervangen, dan ontstaan zure zouten bijv. KHS04, zuur kaliumsulfaat of kaliumhydrosulfaat.

Evenals wij een zout hebben opgevat als een zuur, waarin de waterstof geheel of gedeeltelijk door een metaal isvervangen,evenzoo zou men het kunnenbeschouwen als een base, waarin de hydroxylgroepen geheel of gedeeltelijk door een zuurradicaal zijn vervangen. Geschiedt dit geheel, dan ontstaan weder normale zouten, bijv.:

Na OH + H. N03 = Na N03 + H20.

natron + salpeterzuur = natriumnitraat + water.

Geschiedt het echter gedeeltelijk, dan ontstaan basische zouten, bijv.:

Pb < ° g + h2. co3 = Pb < oh + Ha0.

loodoxied koolzuur = basisch loodcarbonaat + water.

Men verkrijgt zure zouten door de inwerking van zuren op normale zouten, en omgekeerd uit deze laatste door de inwerking van basen basische zouten. Deze laatste ontstaan echter dikwijls ook steeds bij de behandeling van normale zouten met water, alsmede bij de ontleding van sommige metaalzouten door koolzure alkaliën. Door de inwerking van basen op zure zouten of van zuren op basische zouten kan men normale zouten verkrijgen.

De waterstof- of haloïdezuren, d.z. de waterstofverbindingen der haloïden, vormen met basen de haloïdezouten of haloïden. Zij ontstaan door de inwerking van de haloïdezuren op metalen, metaaloxyden en metaalhydroxy den, maar ook rechtstreeks uit de elementen. Op dergelijke wijze als de zuurstofzouten worden ook de sulfozouten gevormd, die in plaats van zuurstof zwavel bevatten. Zij ontstaan bij de inwerking van een sulfozuur-anhydrizied of eene sulfobasis, waarbij de waterstof als zwafelwaterstof wordt afgscheiden; verder bij de inwerking van een sulfozuur-anhydried op het anhydried van een sulfobasis bij de ontleding van zuurstofzouten door zwavelwaterstof. Op overeenkomstige wijze noemt men seleno- en tellurozouten die zouten, welke inplaats van zuurstof selenium of zwavel bevatten.

Wordt in meerbasische zuren de waterstof door twee of meer verschillende metalen vervangen, dan ontstaan dubbelzouten (zie aldaar).

De nomenclatuur van de zouten hangt samen met de opvattingwelke men zich over hunvormingmaakte en maakt. De oudere nomenclatuur beschouwde ze als ontstaan uit de samenvoeging van een basischoxied, en van wat men toenmaals zuur noemde, d. i. het tegenwoordige zuuranhydried. De basische

Sluiten