Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oxieden droegen een afzonderlijken naam, zooals kali (K20), natron (NaaO), welke naam ook thans nog gebruikt wordt, of werden met onveranderden naam, zooals ijzeroxied, ijzeroxyduiil enz. aangeduid. De zouten, naar men zich voorstelde, uit beiderlei bestanddeelen opgebouwd, droegen hun beider naam. Aldus sprak men van zwavelzure magnesia, koolzure kali, phosforzure kalk, zwavelzuur ijzeroxyduul enz., namen, welke ook thans in de landbouwscheikunde nog worden gebruikt. \ olgens de tegenwoordige opvatting over het ontstaan van de zouten, zooals die in dit artikel is ontwikkeld, ontleenen zij hun naam aan het zuur en aan het metaal. De zouten van het meest bekende zuur krijgen het achtervoegsel aat\ kaliumchloraat, -sulfaat, -phosfaat; die van het zuur met nog minder zuurstof iet: kaliumchloriet, -sulfiet, -phosfiet, terwijl die van het zuur met nog minder zuurstof ook nog het tusschenvoegsel hypo krijgen: natriumhypochloriet enz. Benamingen van zuurstofzouten als: salpeterzuur lood enz., moeten, ofschoon zij dikwijls voorkomen, onjuist geacht worden. De haloïdezouten rekende men vroeger niet tot de zouten. Men dacht, dat zij rechtstreeks uit de elementen ontstaan waren en noemde hen naar beide: chloornatrium enz. Volgens de nieuwere nomenclatuur krijgen zij den uitgang ied, of, als zij in verhouding tot het metaal minder halogeenatomen bevatten, dien van uur. bijv.: kwikchloried en kwikchloruur. In het dagelijksch leven spreekt men bovendien van potasch voor koolzure kali of kaliumcarbonaat, van soda voor koolzure natron of natriumcarbonaat, van ijzervitriool voor zwavelijzeroxyduul op ferrosulfaat, van keukenzout voor chloornatrium of natriumchloried enz., namen, die bij de afzonderlijke artikelen worden gegeven.

Zouten zijn bij gewone temperatuur meestal vaste lichamen, kristalliseerbaar of amorf, kleurloos of gekleurd. Zij smaken zout, vele ook zoet, bitter samentrekkend of zuur. Zeer vele lossen op in water, vele ook in alcohol en aether; en in het algemeen neemt de oplosbaarheid met de temperatuur toe. Vele zouten zijn hygroscopisch en vervloeien aan de lucht; verschillende bevatten kristalwater, waardoor zij, tengevolge van waterverlies, aan de lucht verweeren. Bij verhitting smelten onderscheidene zouten, andere zijn onsmeitbaar; verschillende zouten zijn vluchtig, andere vuurbestendig, terwijl vele door de hitte worden ontleed. In het algemeen worden de zouten door een zuur ontleed, wanneer dit sterker is, of met de basis van liet zout een oplosbaar zout vormt of wanneer het toegevoegde zuur minder vluchtig is dan het zuur van het zout. Op dergelijke wijze worden de zouten door basen ontleed. Bij de inwerking van twee zouten op elkander ontstaan, wanneer zij verschillende zuren en basen bevatten, in den regel 4 zouten in de oplossing. Dampt men zulk een oplossing in, dan hangt het van de oplosbaarheid der gevormde zouten af, welk zout zich het eerst afscheidt. Is echter één van de 4 zouten zeer weinig of onoplosbaar, dan scheidt het eene zuur verbonden met de eene base, zich terstond en volledig af.

Zoutgras (Triglochin L.) is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Juncagineeèn, tot de afdeeling der Eenzaadlobbigen belioorend. Het onderscheidt zich door tweeslachtige, regelmatige bloemen met 6 afvallende dekbladen en 6 meeldraden met duidelijke helmdraden, 1 stijl met een 6hokkigen eierstok en zittende stempels en met een

3- of 6-kluizige splitvrucht. Dit geslacht omvat overblijvende planten met lijnvormige wortelbladeren en lange bloem- en vruchttrossen. Het telt in ons land twee soorten, welke op drassige gronden groeien, namelijk T. palustre (moeraszoutgras) met een spichtigen, ijlen bloemtros, — en T. maritimum (zeezoutgras) met een gevulden bloemtros.

Zoutkamp, een visschersplaats in de gemeente Ulrum in de provincie Groningen, ligt op de plaats, waar het Reitdiep door middel van sluizen in de Lauwerzee uitmondt. Men vindt er een Hervormde kerk van 1836 en een Gereformeerde kerk van 1841. Vroeger waren hier schanswerken. In 1581 werd de schans door de Staatschen onder Norrit ingenomen, later kwam zij weder aan de Spanjaarden; zij werd echter in 1589 door Allart Clant, een krijgsoverste uit het leger van graaf Willem Lodewijk, heroverd. De visscherij van Zoutkamp is thans van weinig belang.

Zoutman. Jdhan Arnóld, een Nederlandsch vlootvoogd, geboren te Reeuwijk bij Gouda den 10"en Mei 1724, trad in 1737 als adelborst in zeedienst bij de Admiraliteit te Amsterdam en werd in 1779 door Willem V benoemd tot schout-bij-nacht. In 1781, tijdens den oorlog tegen Engeland, belast met het begeleiden van een koopvaardijvloot naar de Oostzee, vertrok hij den 20ston Juli met zijn eskader van 7 linieschepen en een aantal kleinere bodems van Texel naar het Vlie, waar zich ruim 70 koopvaarders bij hem voegden. Den 5den Augustus ontmoette hij ter hoogte van Doggersbank een Engelsche koopvaardijvloot, begeleid door een eskader van gelijke sterkte onder den vice-admiraal Hyde Parker. De slag bleef onbeslist, zoodat beide partijen zich de overwinning toeschreven. Er werden geen schepen veroverd, het aantal dooden en gekwetsten was ongeveer gelijk en beide partijen trokken zich ongeveer gelijktijdig van het tooneel van den strijd terug. Zoutman kon de reis niet voortzetten, maar keerde naar ons land terug. Hij werd met groote geestdrift ontvangen en door den stadhouder benoemd tot vice-admiraal en begiftigd met een degen met gouden gevest, terwijl de Staten-Generaal hem met een gouden penning en keten vereerden. Van het feit zelf werd grooten ophef gemaakt. Men kleedde zich a la Zoutman enz. In 1791 werd hij buitengewoon en in 1793 gewoon luitenant-admiraal bij de admiraliteit van Amsterdam. Hij overleed te 's Gravenhage den 7den Mei 1793. Zijn stoffelijk overschot werd ter aarde besteld te Geertruidenberg, waar den 14den Mei 1846 een gedenkteeken te zijner eere verrees.

Zoutmeer, Groot (Great Salt Lake), eenmeer in het N.Wlijk gedeelte van denN. Amerikaanschen staat Utah, aan zijn Z.O. punt 20 km. van Salt Lake City verwijderd, is 128 km. lang en 48 km. breed bij een gemiddelde diepte van 4 m., beslaat een oppervlakte van 5 640 v. km. en ligt 1 276 m. boven den zeespiegel. In het quartaire tijdvak belangrijk grooter (wellicht 51 000 v. km.), waterde dit, vroeger Lake Bonneville geheeten, meer af naar de Snake River in het N. Het keukenzoutgehalte van het water is 19,3%; bovendien bevat het 1,5% chloormagnesium, 0,9% kaliumsulfaat, 0,8% gips en enkele andere zouten. Onder de rivieren, die van het O. uit in het meer vallen, noemen wij den Jordaan uit het Utahmeer, den Wever en de Berenrivier. In het voorjaar zijn de oevers overstroomd. In het alge-

Sluiten