Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gouverneur verlieten Europa in het midden van 1836 en stapten den 268ten December in de Golf van St. Vincent aan wal. Na vele moeilijkheden brak er omstreeks 1841 een betere tijd aan, zoodat de kolonie zich na dien tijd meer en meer ontwikkelde. In 1863 werd ook Noord-Australië onder het bestuur van Zuid-Australië geplaatst. De kolonie sloot zich in 1900 bij de Commonwealth of Austraüa aan. In 1906 kwam een voorstel omtrent de overname van Noord-Australië door de Commonwealth ter sprake, doch kwam door een ontbinding van het Parlement, tengevolge van een belastingkwestie, niet tot een oplossing. Den 203ten December 1907 werd echter bij Parlementsbesluit Noord-Australië aan de Commonwealth afgestaan. Deze neemt een schuld van 40 millioen, noodig voor de ontwikkeling van NoordAustralië, over, terwijl dit land later als achtste staat in den statenbond zal worden opgenomen.

Zuid-Beierland, een gemeente in de provincie Zuid-Holland, 3380 H.A. groot met (1910) 2096 inwoners, ligt gedeeltelijk op de Hoeksche Waard, gedeeltelijk op het eiland Tien Gemeten. Zij wordt in het Z. door het Haringvliet van de gemeenten Den Bommel en Ooltgensplaat gescheiden;overigens wordt zij begrensd door de gemeenten Goudswaard, Piershil, Nieuw-Beierland, Oud-Beierland, Klaaswaal en Numansdorp. De bodem bestaat uit ingedijkt kleiland. De voornaamste middelen van bestaan zijn landbouw, vlasbewerking en veeteelt. In het laatst van de 16de eeuw is men met de bedijking begonnen. Daarna werd Zuid-Beierland een bijzondere heerlijkheid, die in 1614 door den graaf van Egmond in gedeelten werd verkocht. Tot de gemeente behoort het dorp Zuid-Beierland, de buurten Hitzertsche Kade, Nieuwendijk en Zwartsluisje, benevens een aantal verstrooide woningen.

Het dorp Zuid-Beierland, ook wel Den Hitzert geheeten, ligt tegen den dijk van den Groot-ZuidBeierlandschen Polder aan een stoomtramlijn. De plaats bezit een Hervormde kerk.

Zuid-Bevel and, een eiland van de provincie Zeeland, 360 v. km. groot met ongeveer 45 000 inwoners, is ontstaan uit verscheidene eilandjes, die later tot één geheel vereenigd werden. In de 13de eeuw werden deze eilanden door tal van smallere en breedere wateren van elkander gescheiden; zoo de Ierseke (van Ierseke naar Kruiningen), waarvan ter weerszijden een tamelijk groot eiland lag n.1. Watering (= bedijking) bewesten en Watering beoostenlerseke,die samen de kern van het tegenwoordige Zuid-Beveland vormen. Ten Z. van het eerste, daarvan gescheiden door de Zwake, lagen een aantal eilandjes zooals Ovezande, Baarland en Borsele, in het N. vond men het eiland Wolfaartsdijk en andere. Reeds vroeg werden sommige deelen bedijkt, want reeds in 976 wordt het eiland als pagus Bevelande genoemd en heeft zijn naam waarschijnlijk gekregen naar de kerk St. Bavo te Gent. De oudste bedijkingen dagteekenen misschien uit 1280 en 1289. Door verdere inpolderingen werden de wateren voortdurend verkleind en door de bedijking van den grooten Wilhelminapolder(1809)en denSchengepolder(1874) werd aan het eiland zijn tegenwoordige gedaante gegeven. Het wordt begrensd in het Z. door de Westerschelde, in het W. door het Krekerak, in het N. door de Oosterschelde en de Zandvliet of Zuidkreek en in het W. door het Sloe. Door de spoordammen, die het eiland met Walcheren aan de eene en met

Noord-Brabant aan de andere zijde verbinden, heeft het feitelijk opgehouden een eiland te zijn. Aan alle zijden wordt het eiland door zware dijken tegen het water beschermd, want overeenkomstig de wording ligt het zeer laag, en zeer dikwijls werd het dan ook in vroegere eeuwen door overstroomingen geteisterd zelfs nog in nieuweren tijd, n.1. in 1906. De zwaarste ramp was die van 1530, toen het geheele eiland overstroomd werd, waarbij 8000 H.A. land verloren ging. Alleen de stad Roemerswaal bleef toen nog als een eilandje over, doch werd door herhaalde nieuwe watervloeden zoo zwaar geteisterd, dat de laatste bewoners in 1631 de plaats moesten verlaten.

Wegens de lage ligging is het eiland geheel verdeeld in polders, die echter bijna alle op natuurlijke wijze door sluizen op het buitenwater kunnen afwateren. Dwars door het eiland loopt het Kanaal van Zuid-Beveland of van Hansweert, dat Westeren Oosterschelde verbindt, terwijl het eiland in de lengte doorsneden wordt door den spoorweg Rozendaal—Vlissingen. Wegens den vruchtbaren bodem is landbouw het hoofdmiddel van bestaan, daarnaast moeten ooftteelt (kersen in het land rondom Goes), veeteelt en vischvangst genoemd worden. Door oesterteelt en -handel is vooral Ierseke bekend geworden. De voornaamste plaats is Goes, in welks omtrek mooie dorpen liggen, zooals Kloetingen, Kapelle en Wemeldinge. Oostkerko ligt op 't voormalig eiland Wolfaartsdijk, Wilhelminadorp in den Wilhelminapolder, den grootsten van geheel Nederland (220 H.A.). Als landbouwdorpen vallen nog te noemen 's Heer Arendskerke, Heinkenszand, 's Gravenpolder, Borsele, Ellewoudsdijk, Baarland en Hoedenkerke; Hansweerd en Wemeldinge liggen aan het Kanaal van Zuid-Beveland. Aan de oesterteelt nemen naast Ierseke vooral Kruiningen, Vlake en Krabbendijke deel.

Zuidbroek, een gemeente in de provincie Groningen, 1843 H.A. groot met (1910) 2917 inwoners,wordt begrensd door de gemeenten Noordbroek, Scheemda, De Meeden, Muntendam en Sappemeer. De bodem bestaat uit zand en klei, het vroegere hoogveen is afgegraven. De voornaamste middelen van bestaan zijn landbouw,veeteelt, handel, scheepsbouw, scheepvaart en eenige nijverheid. Tot de gemeente behoort het dorp Zuidbroek, de buurten Uiterburen, Tusschenloegen en Oosteinde en de gehuchten Zuidbroeksterveen, Spitsbergen en Oudedijk.

Het dorp Zuidbroek ligt aan het Winschoter- of Schuitendiep, aan den spoorweg van Harlingen naar Nieuwe-Schans en aan den Noord-Ooster-Locaalspoorweg. Verder is er een stoomtramverbinding met Veendam. De plaats bezit een Hervormde kerk.

Zuid-Carolina (South-Carolina, afgekort S. C.) een van de zuidelijke staten der Noord-Amerikaansche Unie, ligt aan den Atlantischen Oceaan tusschen Noord-Carolina en Georgia tusschen 32°—35°10' N. Br. en 78°35'—83°30' W. L., heeft een oppervlakte van 79 170 v. km. en is naar gelang van zijn bodem in drie deelen gesplitst, namelijk het Beneden-, Midden- en Bovengewest. Het eerste," dat zich van de zee 125—160 km. landwaarts uitstrekt, is een lage zandvlakte en bestaat grootendeels uit pine barrens, afgewisseld door moerassen en savannen. Hiertoe behooren de zoogenaamde Sea Islands, die door rivierarmen van het vasteland zijn gescheiden. Op deze eilanden, aan de riviermondingen en

Sluiten