Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ven en hop. Ook is er veel nijverheid. In den Zevenjarigen Oorlog werd hij Züllichau door de Russen onder Soltikow een overwinning behaald op de Pruisen onder generaal Wedel.

Zuloaga y Zabaleta, Ignacio, een Spaansch schilder, geboren in 1870 te Eïbar in Guipuzcoa, was aanvankelijk als administratief ambtenaar in den mijnbouw werkzaam, doch legde zich weldra op de schilderkunst toe. Sedert 1889 studeerde hij te Parijs. Hij schildert bij voorkeur typen uit het Spaansche volksleven: Spaansche Zigeuners, dronkaards, boeren, stierenvechters, bedelaars enz. Tot zijn overige meest bekende werken behooren een portret van hem zelf en de afbeelding van Daniël Zuloaga en zijn dochters. Verder noemen wij van hem: „De dwerg van Eïbar", „De ruïnen van Somorostro", „De optocht van het stierengevecht," „De voorbereidingen voor een stierengevecht", „Zigeuners in Andalusië", „Een interessant gezegde" en „De avond vóór het feest."

Zülpich, een stadje in het Pruisische distrikt Keulen, ligt aan 2 spoorwegen en heeft een fraaie R. Katholieke kerk, een synagoge, overblijfselen van oude vestingen, waaronder vier bezienswaardige poorten, een oude burcht, een oud stadhuis in Gotischen stijl, een landbouwwinterschool, eenige fabrieken en (1905) 2 104 inwoners. Zülpich, het oude Talbiacum of Tolbia in het land van de Ubiërs, werd in de Middeleeuwen Tolpetum genoemd. De meening, dat bij deze plaats in 496 de Franken de overwinning op de Alemannen behaald hebben, wordt bestreden.

Zulte. Zie Zeeaster.

Zumala-Carrégruy, don Tomaso, een Spaansch generaal, geboren in 1788 te Ormaisteguy in de provincie Guipuzcoa, studeerde tijdens de invasie der Franschen te Pamplona in de rechten, maar trad daarop onder Mina in krijgsdienst en klom op tot den rang van kapitein. Toen in 1820 de omwenteling uitbarstte, streed hij onder Quesada. Na de restauratie werd hij bevorderd tot kolonel van een linie-regiment in Estremadura en tot gouverneur van Ferrol. Toen hij na de gebeurtenissen van La Granja (1832) met alle officieren, die men verdacht had voorstanders van don Carlos te zijn, uit het leger verwijderd werd, begaf hij zich wederom naar Pamplona. Zoodra na den dood van Ferdinand (29 September 1833) de inwoners der Baskische provinciën naar de wapens grepen voor don Carlos en de Fueros, organiseerde Zumala-Carréguy in October een koningsgezind vrijkorps, werd in de opgestane gewesten tot aanvoerder gekozen en bracht weldra een leger bijeen. Zijn voornemen, om Vittoria bij verrassing in te nemen, mislukte, maar hij behaalde den lsten Augustus 1834 de overwinning op Rodil, generaal der Christinos, bij Artoza in het dal van Amescoas, verstrooide den 4den September de troepen der Christinos onder Carondebet bij Viana, leverde aan de generaals Osma en O'Doyle den 27sten en 288ten October roemrijke gevechten op de vlakte van Vittoria (ook de slag van Quate geheeten) en noodzaakte in Februari 1835 het versterkte Los Arcos tot de overgave. Hij werd echter door het gevecht van den 12den Maart, niet ver van Lacaroz in het Ulzamasdal, gedwongen om naar hetBorundadal terug te keeren. Den 19den Maart veroverde hij na een vijfdaagsche belegering het fort van EtcharryArranaz, behaalde van den 21stcn tot den 23sten

April in het dal van Amescoas op Valdez, minister van Oorlog, een beslissende overwinning, bracht daarna ook aan lriarte bij Guernica een nederlaag toe, veroverde de vestingen Estella, Villalba,jTafella, Villafranca, Trevino en Tosoio en was toen, met uitzondering van slechts weinig plaatsen, in het bezit van het geheele land, van de Fransche grenzen tot aan Pamplona. Bij de belegering van Bilbao werd hij den 15den Juni 1835 door een schot gewond en overleed tien dagen daarna te Cegama.

Zutnbag. Lotharius of Zumbach de Koets/eld, een Nederlandsch-Duitsch geleerde, geboren te Trier den 27sten Augustus 1661, ontving zijn opleiding op een Jezuïetenschool in zijn geboorteplaats, studeerde aldaar en te Keulen in de wijsbegeerte en wiskunde, in de genees- en toonkunst en werd in 1685 mathematicus en musicus van den keurvorst van Trier. Na den dood van dezen (1688) begaf hij zich, vooral ook om zich te onttrekken aan de vervolgingen, waarmede de geestelijken hem wegens zijn vrijzinnige gevoelens bedreigden, naar Leiden, waar hij door Paulus Herman, hoogleeraar in de plantkunde, in 1690 belast werd met de uitgave van zijn „Flora Lugduno-Batava". Den 16den Juli 1693 ontving Zumbag den doctorsgraad in de geneeskunde op een dissertatie: „De sudore et sudoriferis", werd lector in de sterrenkunde, gaf tevens privaatonderwijs in de wiskunde en bekleedde in 1679 tijdelijk de betrekking van organist in de Pieterskerk. Inl708 vertrok hij naar Carolinum te Kassei als hoogleeraar in de wiskunde en wijsbegeerte. Hij leverde onderscheiden geschriften over de sterren- en de aardrijkskunde, over de loopbanen der planeten, over de kleuren van den regenboog enz. Hij had het opzicht _ over de kunstkamers van den Landgraaf vanHessen. In 1715 gaf hij zijn „Vera methodus inveniendi longetuninem marinam" in het licht. Hij overleed te Kassei den 29stel1 Juli 1727.

Zumbach de Koetsfeld, Conradus, een zoon van den voorgaande, geboren te Leiden in Mei 1697, vertrok in 1708 met zijn vader naar Kassei, maar keerde vervolgens naar Leiden terug, waar hij den 3den Juli 1713 als student werd ingeschreven. In 1717 begaf hij zich weder naar Kassei om onder leiding van zijn vader zijn studiën in de wijsbegeerte voort te zetten. Hier verdedigde hij aan het Collegium Carolinum twee „Exercitationes" en reisde in 1720 weder naar Leiden om zich op de geneeskunde toe te leggen, studeerde aldaar onder Albinus en Boerhaave en werd den 23sten Januari 1724 tot doctor in de geneeskunde bevorderd. Kort daarna werd hij in het chirurgijnsgild opgenomen, waarop hij als lector onderwijs gaf in de wijsbegeerte en wiskunde, terwijl hij zich tevens bezig hield met sterrenkundige waarnemingen. Hij leverde in 1730 een „Beschrijving van weer en wind" en werd in dat jaar benoemd tot stadsgeneesheer en iets later tot lid en assessor van het Collegium chirurgicum. Hij berekende den loop der zes voornaamste planeten voor het jaar 1742 en gaf het resultaat van zijn onderzoekingen uit onder den titel: „Ephemeris geometrica seu planetaruni primariorum ad annum Christi 1742 currentem ad ductum planetolabii in systemate Copernici". Verder leverde hij een: „Korte schets, verhandelende van het droog maken van groote meren"(1743), „Institutiones musicae"(1743), „Compendium, zijnde de eerste beginselen en practikale instructie in de meet-, krijgs- en bouwkunde"(1748), een beschrijving van

Sluiten