Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vatten en voert door i stoom aan; deze ontwijkt door k. De uitgesmolten zwavel verzamelt zich in g en wordt daaruit door h afgetapt in vormen, die in 1 staan, m vangt, als de wagen verwijderd en het rooster omgeklapt is, het ontzwavelde residu op.

In Texas en Louisiana komen op diepten van 150 —250 m. groote zwavelbeddingen voor in gipslagen, ter dikte van 30—40 m. Het winnen van de zwavel voor mijnbouw is hier onmogelijk. Vandaar dat men een procédé toepast, aangegeven door Frasch. Een boorgat van 75 m. diepte en 32 cm. middellijn wordt gemaakt en daarin een buis van 32 cm. doorsnede aangebracht. Dan wordt het boorgat ter wijdte van 25 cm. tot op de zwavelhoudende laag verdiept en voorzien van een even wijde buis,waarna men zonder voering en een weinig nauwer boort tot op den bodem van de zwavellaag. In dit aldus verkregen boorgat brengt men een drievoudige buis, waardoor men water van 165° C. aanvoert, dat de zwavel uit het gesteente smelt. De gesmolten zwavel wordt door een luchtstroom van 20 atmosferen naar boven geperst. Uit één boorgat wint men dagelijks 200-280 ton zwavel. Zwavelarme gesteenten behandelt men in een goed gesloten toestel met zwavelkoolstof. De oplossing wordt gedestilleerd, waarbij de zwavelkoolstof in den ontvanger wordt terugverkregen en de zwavel achterblijft. Deze extractiemethode wordt echter weinig toegepast.

Uit zwavelmetalen wordt zwavel tendeele als hoofd-, ten deele als nevenprodukt gewonnen. Zwavelkies wordt in schachtovens geroost en de afdestilleerende zwavel in steenen kamers verdicht. Voordeeliger verhit men het kies in retorten, waarbij men een produkt verkrijgt, dat 13—15% zwavel bevat. In het algemeen heeft de zwavelbereiding uit pyrieten haar beteekenis verloren en wordt zij alleen nog toegepast, om de grondstof voor de bereiding van ijzervitriool te verkrijgen.

Belangrijker is de zwavelbereiding uit sodare-

sidu s, welke men

bij het uitlogen van de ruwe soda als een donkergrauwe tot zwarte massa verkrijgt. Zij bestaan in hoofdzaak uit zwavelcalcium, koolzure en bijtende kalk en een reeks van andere verbindingen, waaronder die met zwavel de voornaamste zijn. Schafjner stelt

deze sodaresidu's drie weken aan oxydatie door de lucht bloot. Een gedeelte van het zwavelcalcium gaat daarbij over in onderzwave-

ligzure kalk. Men

Fig. 3.

loog van een tweeden ketel leidt om het zwavelcalcium in onderzwaveligzure kalk om te zetten. Is de loog in den eersten ketel geheel ontleed, dan laat men haar af en vult opnieuw, waarna de richting van het proces wordt omgekeerd door nu den tweeden ketel te verhitten enz. Als eindprodukt krijgt men een keukenzoutoplossing en zwavel, welke uitgewasschen, onder water gesmolten en gedurende eenige uren met een krachtigen luchtstroom behandeld wordt. Aldus wordt 50—60% van de zwavel der sodaresidu's gewonnen. Een nieuwer procédé van Sehaffner en Helbig levert 90—95% van de zwavel, terwijl de kalk als koolzure kalk wordt verkregen. Men verwarmt de residu's in een oplossing van keukenzout en leidt de ontwijkende zwavelwaterstof in een toren, waarin keukenzoutloog naar beneden druppelt, terwijl gelijktijdig zwaveligzuur toetreedt. Ook dit procédé is overvleugeld door dat van Chance, dat de zwavel voor één derde van de kosten levert. De residu's worden gezeefd en in hooge, cylindrische vaten behandeld met zuurstofvrij koolzuur. Op deze wijze ontstaat met enkele tusschentrappen zwavelwaterstof, die, vermengd met lucht, in een oven met roodgloeiend ijzeroxied geleid wordt. De zwavelwaterstof geeft hier zwavel af, waarvan de dampen in kamers geleid worden.

De ruwe zwavel moet door omsmelten of sublimeeren worden gezuiverd. Leidt men de zwaveldampen, welke bij dit raffineeren ontstaan, in groote koelkamers, waarvan de temperatuur beneden die van het smeltpunt van zwavel ligt, dan vormt zich hier een fijn geel poeder, bekend als bloem van zwavel (Flores sulfuris). Dit praeparaat bevat zwaveligzuur en ook wel zwavelzuur en moet dus voor sommige doeleinden door wasschen gezuiverd worden (Sulfur depuratime Flores sulfuris loti). Ligt de temperatuur van de koelkamers boven de genoemde, dan verkrijgt men vloeibare zwavel, die, in natte houten buizen gegoten, als pijpzwavel in den handel

Fig. 4.

Lengtedoorsnede.

Raffineertoestel van Lamy.

Dwarsdoorsnede.

loogt de massa uit, oxydeert haar verder door het inblazen van lucht of warme ovengassen en loogt opnieuw uit. Deze bewerking wordt 6-maal herhaald. De verkregen logen, die voornamelijk zwavelcalcium en onderzwaveligzure kalk bevatten, worden met zoutzuur ontleed, waarbij zich zwavel afscheidt en voornamelijk zwaveligzuur ontwijkt, dat men in de

komt. De rafjineertoeslel van Lamy te Marseille (fig. 3 -en 4) bestaat uit twee ijzeren cylinders aa ter lengte van 1,5 m. Om deze retorten spelen de vlammen, die door de vlam omgeven worden, welke door het kanaal b den smeltketel c bereiken. De gesmolten zwavel vloeit door de buis d in de retort, verdampt hier, waarna de zwaveldamp door a de koel-

Sluiten