Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de natuur wordt zwavelkies veelvuldig in bruinijzersteen omgezet. In fijn verdeelden toestand l wordt het door doorsijpelend water geoxydeerd tot ijzervitriool. Zijn koolzure zouten aanwezig, dan i kunnen zure bronnen ontstaan. In steenkool kan het | de verbrandingswaarde verminderen en geeft het ] aanleiding tot zelfontbranding.

Zwavelkoolstof (Koolstofbisulfied, zwavelalkohol, Garboneum sulfuratum, CS2) ontstaat bij de inwerking van zwaveldamp op koolstof en koolstofverbindingen bij roodgloeihitte en bij de destillatie van zwavelkies en andere zwavelmetalen met koolstof. Het komt derhalve voor in ongezuiverd lichtgas, dat uit zwavelkieshoudende steenkool gestookt is. Men bereidt zwavelkoolstof door zwaveldampen over gloeiende koolstof te leiden. De gevormde zwavelkoolstofdamp wordt in een koeltoestel verdicht en door schudden met kwikzilver, gevolgd door rectificatie, gereinigd. Zuivere zwavelkoolstof vormt een kleurlooze, sterk lichtbrekende, zeer beweeglijke vloeistof, smaakt specerijachtig en riekt naar chloroform. Haar soortelijk gewicht bedraagt bij 0° C. 1,292. Bij het bewaren wordt de vloeistof gemakkelijk geel en riekt dan, evenals ongezuiverde zwavelkoolstof, zeer walgingwekkend. Zij kookt bij 46°,25 C. en wordt wegens haar groote vluchtigheid het best onder water bewaard. De dichtheid van haar damp bedraagt 2,68 (lucht = 1); zij ontvlamt bij 232° C. en ontploft, met lucht vermengd, zeer heftig. Zwavelkoolstof, door afkoeling vast geworden, smelt bij —113° C., terwijl door het opblazen van een krachtigen luchtstroom een vaste, witte massa ontstaat, welke bij —12° C. smelt. Water lost 20 % zwavelkoolstof op. Zij vermengt zich met alkohol en aether, lost-olie, vet, hars, teer, zwavel, phosforus, jodium, caoutchouc en guthapertja op, is zeer ontvlambaar en verbrandt met een blauwe vlam tot zwaveligzuur- en koolzuuranhydried. Met metaaloxieden en ook met metalen verbindt zij zich bij gloeihitte tot sulfieden. Met zwavelmetalen vormt zwavelkoolstof zouten van thio- of sulfokoolzuur, CS (SH)2.Van deze zouten, sulfocarbonaten geheeten, ontstaan die der alkaliën en alkalische aarden rechtstreeks uit zwavelkoolstof en de zwavelmetalen. Zij zijn moeilijk in vasten toestand te verkrijgen en ontleden gemakkelijk.

Zwavelkoolstof veroorzaakt gevoelloosheid en verdooving. Langdurig inademen van met zwavelkoolstof bezwangerde lucht werkt zeer schadelijk. Het vermindert de lichaams- en geesteskrachten. Kleine dieren worden door zwavelkoolstofdamp snel gedood. Ook werkt rij antiseptisch; vleesch en vruchten kunnen in zwavelkoolstofhoudende lucht lang goed gehouden worden. Zwavelkoolstof dient voor het vulkaniseeren van caoutchouc, om vet uit beenderen, zaden, lijnkoeken en poetslappen te extraheeren, voor het ontvetten van wol, het bereiden van extracten uit specerijen en van bloedloogzout, rhodanammonium en chloorkoolstof, van een phosforusoplossing voor granaten, tot zuivering van talk, stearine en paraffine, voor het ontsmetten en zwavelen van vaten, als verdelgingsmiddel van ratten, motten, korenwormen enz., als reagens, tot het vullen van thermometers en prisma's enz. Sulfocarbonaten en -xanthogenaten zijn met succes ter bestrijding van druifluis aangewend.

Zwavelkoper (Kopersulfied) is de gemeenschappelijke naam van een tweetal verbindingen

van de elementen zwavel en koper. Halfzwavelkoper (kopersulfuur, cuprosulfied, Cu2S) komt in de natuur voor als koperglans en, verbonden met zwavelijzer, als bontkopererts en koperkies. Het ontstaat onder gloeiverschijnselen door koper met zwavel te verhitten. Zwartgrauw van kleur en kristallijn van bouw, is het gemakkelijk smeltbaar; bij verhitting aan de lucht vormen zich zwaveligzuur, kopersulfaat en koperoxied. Enkelvoudig zwavelkoper (kopersulfied, cuprisulfied, Cu S) wordt door zwavelwaterstof uit oplossingen van koperoxiedzouten neergeslagen. Het oxydeert gemakkelijk tot kopersulfaat en gaat bij verhitting over in halfzwavelkoper. Door herhaaldelijk met zwavel te verhitten verkrijgt men een donkerblauwe stof, die, aangemengd met olievernis, als fraaie, viooltjesblauwe verf (olieblauw) gebruikt wordt.

Zwavelkwik (Mercurisulfied). Zie Kwikzilveroxied.

Zwavellevers, verbindingen van de alkalimetalen of van calcium met zwavel, zijn in meer beperkten zin de polysulfieden van kalium, welke men verkrijgt door 2 dln. kaliumcarbonaat met 1 dl. zwavel samen te smelten. De leverbruine massa (Hepar sulfuris alcalinum) vormt een mengsel van polysulfieden van kalium met kaliumsulfiet of, wanneer de temperatuur bij de bereiding zeer hoog is geweest, met kaliumsulfaat. Zwavellever geeft met water een bruingele oplossing, waaruit zich bij toevoeging van een zuur zwavelwaterstof ontwikkelt, onder vorming van een neerslag van zwavel. Aan de lucht gaat de oplossing langzamerhand over in een van kaliumsulfaat en hyposulfiet. Zwavellevers vinden toepassing bij de zoogenaamde zwavelbaden. Voor de bereiding van zeer fijn verdeelde amorfe zwavel, in de geneeskunde als geprecipiteerde zwavel (Sulfur praecipitatum) of zwavelmeïk (Lac sulfurus) toegepast, voegt men aan kalkzwavellever, verkregen door kalkmelk te koken met bloem van zwavel, zoutzuur toe. Daarbij ontwijkt zwavelwaterstof, terwijl zich zwavel afscheidt. Zwavelmeïk wordt, ofschoon zelden, inwendig als zweetdrijvend middel en uitwendig tegen baardschurft aangewend.

Zwavellood. Zie Loodsulfied.

Zwavelmeïk. Zie Zwavellevers.

Zwavelmetaal. Zie Sulfied.

Zwavelperoxied. Zie Zwavel.

Zwavelstrontium. Zie Strontiumsulfied.

Zwaveltin (Tinsulfied). Zie Tinsulfied.

Zwaveltrioxyd. Zie Zwavelzuuranhydried.

Zwavelwaterstof (Waterstofsulfied, Hydrothionzuur, H2S) stroomt in vulkanische streken uit den bodem en is opgelost voorhanden in de zwavelhoudende wateren. Rechtstreeks uit de elementen ontstaat het, door waterstof over verhitte zwavel te leiden. Verder verkrijgt men het door zwavel met zekere waterstofverbindingen, zooals paraffine, te verhitten, alsmede door omzetting van zwavelverbindingen, bijv. zwaveldioxied, door waterstof. In het laboratorium wordt het echter alleen bereid door dubbele ontleding van zwavel- en waterstofverbindingen. Men overgiet in een gasontwikkelingsflesch zwavelijzer met verdund zoutzuur, waarbij zich volgens de vergelijking: Fe S+ 2 HCL = H2S + Fe CL2 zwavelwaterstof ontwikkelt. In de natuur ontstaat het door rotting van ■ zwavelhoudende stoffen (rottende eieren geven zwar i velwaterstof af) en van niet zwavelhoudende in te-

Sluiten