Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den Eersten Consul had ingeroepen. Deze beval den opstandelingen de wapens neer te leggen en noodigde de regeering en de kantons uit, afgevaardigden naar Parijs te zenden, om met hem over een nieuwe grondwet te beraadslagen; tegelijkertijd trok Ney met 12 000 man Zwitserland binnen. De zoogenaamde Helvetische Consulta kwam in December te Parijs bijeen en nam den 19den Februari 1803 de door Napoleon ontworpen Acte van Mediatie aan, volgens welke een statenbond van 19 leden werd gevormd. Een defensief verbond en militaire capitulatie verplichtte Zwitserland, Napoleon het aanwerven van 16 000 man toe te staan, in 1812 werd deze aanwerving door een verplichte levering van rekruten vervangen. Over het geheel had Zwitserland minder van Napoleons heerschzucht te lijden dan de overige vazalstaten en ondanks de nadeelen, die het Continentaal Stelsel aan handel en nijverheid toebracht, de annexatie van Wallis (1810) en liet sneuvelen van 6 000 Zwitsers in den Russischen veldtocht, waren de Zwitsers Napoleon in het algemeen niet ongenegen.

Na den slag bij Leipzig (1813) besloot de Tagsatzung, dat Zwitserland onzijdig zou blijven. De Verbonden Mogendheden erkenden deze neutraliteit echter niet en den 21Bten December trokken de Oostenrijkers den Rijn over, om door Zwitserland in Frankrijk te komen. Met hun intocht verhieven zich overal de aanhangers van de onderdrukte aristocratie, in Bern, Freiburg, Solothurn en Luzern werden de patriciaten met geweld weder ingevoerd en een vergadering te Zurich hief den 29eten December de Acte van Mediatie op. Aan het hoofd van 7 kantons verlangde Bern zelfs de teruggave van de onderworpen streken en vormde, toen dit door de Tagsatzung te Zurich in beginsel werd geweigerd, een nieuwe vertegenwoordiging te Luzern, die echter, nadat de Mogendheden zich voor de onafhankelijkheid van de nieuwe kantons hadden uitgesproken, werd ontbonden. Een vergadering van alle 19 kantons stelde den 8Bten September 1814 een nieuw Bondsverdrag op, de territoriale grondslag werd echter eerst door het Weener Congres vastgesteld. Dit keurde de hereeniging van Wallis, Neuchatel en Genève met het Eedgenootschap goed, zoodat het voortaan uit 22 kantons bestond, Bern ontving als schadeloosstelling voor Waadt en de Aargau het grootste deel van het bisdom Bazel en Biel, terwijl aan den Bond een eeuwige neutraliteit verleend werd, wat hem echter in 1815 niet verhinderde aan den veldtocht tegen Napoleon deel te nemen. Den 20Btel1 October 1816 ontvingen de Zwitsers te Parijs een officieele oorkonde van de Mogendheden, waarbij hun een altijddurende neutraliteit en onschendbaarheid van gebied werd gewaarborgd.

Bij het Bondsverdrag was de macht van den Bond, die beurtelings onder voorzitterschap van Zurich, Bern en Luzern (Vororte) zou staan, zeer beperkt, terwijl ook de kantonnale wetten in 1814 in reactionnairen zin waren veranderd, zoodat de hoofdsteden wederom in het bezit van een groote macht kwamen en de besturen door een ingewikkeld kiesstelsel en het recht zich zelf aan te vullen, een oligarchisch karakter kregen. Hiertegen ontstond een steeds sterker wordende oppositie, die de invoering van democratische grondwetten in de kantons en vermeerdering van de bondsmacht wenschte. In 1830 en 1831 ontstonden, naar aanleiding van de Julire-

volutie, groote volksbewegingen, die bewerkten, dat in 12 kantons de grondwet in representatief-democratischen zin werd gewijzigd. In Bazel hadden de troebelen een scheiding tusschen stad en land tengevolge, ook in Schwyz scheidden de voormalige afhankelijke distrikten zich af, terwijl in Neuchatel de onlusten bedenkelijke afmetingen aannamen. De Tagsatzung stond aanvankelijk machteloos tegenover dezen toestand. Den 17dcn Maart 1832 sloten 7 liberale kantons (Zurich, Bern, Luzern, Solothurn, St. Gallen, Aargau en Thurgau) een verbond, het zoogenaamde „Siebenerkonkordat", om hun nieuwe grondwetten te beschermen, terwijl Uri, Schwyz en Ünterwalden metNeuchatel en de stad Bazel den 14den November te Sarnen een afzonderlijke,conservatieve verbinding (Sonderbund) vormden. Het Sarnerverbond eischte, dat de Tagsatzung de door haar reeds erkende splitsing van het kanton Bazel zou terugnemen en dat zij het plan tot reorganisatie van den Bond, dat in Juli 1832 was aangenomen, zou laten varen. Door het samengaan van de clgricaalconservatieven met de uiterste radicalen werd bij de volksstemming van Juli 1833 de reorganisatie afgestemd. Toen echter de Schwyzer de van hun afgevallen streken met militairen begonnen te bezetten en de stad Bazel zich door een staatsgreep van het Bazelland trachtte meester te maken, liet de Tagsatzung in beide kantons troepen binnenrukken en bewerkte de ontbinding van het Sarnerverbond; Bazel bleef in 2 halfkantons verdeeld, in Schwyz werd de eenheid op den voet van rechtsgelijkheid hersteld.

Van 1833—1838 kwam Zwitserland door de vele politieke vluchtelingen, die aldaar een schuilplaats zochten, herhaaldelijk in botsingmethetbuitenland. / oo had de weigering om aan de door Frankrijk verlangde uitlevering van prins Lodewijk Napoleon gevolg te geven, in 1838 ten gevolge, dat beide staten zich tot een oorlog voorbereidden, die echter door het vrijwillig vertrek van den prins werd voorkomen. In het binnenland ontstond op kerkelijk gebied veel strijd. De kantons Luzern, Bern, Solothurn, Bazelland, St. Gallen, Aargau en Thurgau hadden op een bijeenkomst te Baden in 1834 besloten de rechten van den staat tegenover de Katholieke Kerk te handhaven. Dit besluit werd in St. Gallen in 1835 bij een volksstemming verworpen, ook Bern trok zich in 1836 terug na de volksbewegingen in de Katholieke Jura, die door Frankrijk werden bevorderd. Te Zurich bewerkte de benoeming van D. F. Strausz (zie aldaar) tot hoogleeraar een opstand, die tot gevolg had, dat de liberale regeering door een conservatieve werd vervangen (1839). Te Luzern veranderden de ultramontanen onder leiding van Joseph Leu en Siegwart Muller de grondwet geheel in hun geest. Daardoor aangemoedigd, eischten de ultramontanen, steunende op de garantie, die het Bondsverdrag aan de kloosters verleende, dat Aargau zou gedwongen worden om de in 1841 tengevolge van een oproer opgeheven kloosters te herstellen. Toen de vergadering genoegen nam met het voorstel van Aargau om de 4 nonnenkloosters weder op te richten, deden de kantons Luzern, Uri, Schwyz, Ünterwalden, Zug en Freiburg in 1843 stappen om zich van het Eedgenootschap af te scheiden. De opgewondenheid nam toe o.a. door de onderdrukking van de Liberalen in Wallis en door het benoemen van Jezuïetische hoogleeraren te Luzern (1844). Toen het voorstel van Aargau

Sluiten