Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om de Jezuïeten uit Zwitserland te verbannen, in de Bondsvergadering verworpen werd, trachtten de radicalen te Luzern met behulp van vrijscharen uit andere kantons de clericale regeering met geweld ten val te brengen; deze poging mislukte echter, evenals een tweede tocht van vrijscharen onder aanvoering van den regeeringsraad Steiger uit Luzern en Ochsenbein uit Bern. Deze tochten waren voor de 7 Katholieke kantons een gewenschte aanleiding om in 1845 een militair georganiseerde Sonderbund te sluiten. Zoodra de inhoud van de aanvankelijk geheim gehouden overeenkomst bekend geworden was, deed Zurich, als Vorort het voorstel haar als strijdig met de bepalingen van het Bondsverdrag, ongeldig te verklaren; dit voorstel werd echter eerst in 1847 aangenomen, nadat in Genève en St. Gallen de liberale partij aan het bewind was gekomen. Tegelijkertijd werd ook besloten het Bondsverdrag te herzien en de Jezuïeten te verbannen. Daar de Katholieke kantons, die op de hulp van de Groote Mogendheden rekenden, zich niet aan de besluiten van de Bondsvergadering stoorden en toebereidselen voor den oorlog maakten, besloot de Bondsregeering te Bern den 4den November 1847 van de wapens gebruik te maken, waardoor de zoogenaamde Sonderbundsoorlog ontstond. Een leger van bijna 100 000 man onder generaal Dufour dwong Freiburg en Zug te capituleeren, verdreef de Sonderbundstroepen uit hun verschansingen bij Luzern en trok deze stad binnen. Daarop onderwierpen zich Uri, Schwyz, Unterwalden en Wallis, en nog in de maand November werd de Sonderbund opgeheven. De regeering, gedeeltelijk ook de grondwet, werd in de onderworpen kantons veranderd, terwijl de oorlogskosten te hunnen laste kwamen.

Weliswaar verklaarden Oostenrijk, Pruisen, Frankrijk en Rusland den 18den Januaril848, dat zij geen verandering van het Bondsverdrag van 1815, die met de kantonnale souvereiniteit streed, zouden toelaten, doch de Regeering antwoordde hierop, dat zij van geen inmenging wilde weten, en de Februarirevolutie kwam juist van pas om deze te verhinderen. Er werd naar het voorbeeld van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika een grondwet ontworpen, die den statenbond in een bondsstaat herschiep. Deze grondwet bestaat in hoofdtrekken nog. De Bond kreeg het uitsluitend recht over oorlog en vrede, het verkeer methet buitenland, het belasting-, post-, en muntwezen, maten en gewichten, de organisatie van het bondsleger, het hooger militair onderwijs, de waarborg voor de republikeinsch-demosratische kantonnale grondwetten, rechtsgelijkheid, vrijheid van godsdienst,drukpers en vereeniging enz. De Bondsvergadering zou worden gevormd uit vertegenwoordigers van de kantons (Stendenraad) en van het volk (Nationale Raad), in plaats van het afwisselend voorzitterschap kwam een permanente Bondsraad van 7 leden, waarvan de voorzitter den titel van bondspresident kreeg. Verder werd er een Bondsrechtbank opgericht. Nadat 15Y2 kanton met 1897887 inwoners tegen 672 kanton met 292371 inwoners de nieuwe grondwet aangenomen hadden, kreeg zij den 12den September 1848 kracht van wet. De eerste Bondsvergadering kwam den 6den November te Bern, dat tot zetel van de regeering werd gekozen, bijeen en koos den eersten Bondsraad.

Na dezen tijd genoot Zwitserland een bijna onafgebroken tijdperk van binnenlandsche rust. De

nieuwe lichamen van bestuur ontwikkelden een krachtige werkzaamheid, het leger werd beter georganiseerd, in het stelsel van maten, gewichten en munten, de post, de telegrafie en de belastingen werd eenheid gebracht, er werd een polytechnische school opgericht, de tollen tusschen de verschillende kantons werden, evenals het brug- en weggeld opgeheven, belangrijke wegen en waterwerken kwamen met ondersteuning van den Bond tot stand enz.; de aanleg van spoorwegen bleef na een langdurigen strijd een zaak van particulier initiatief. Ook de verhouding met het buitenland bleef goed, vooral toen de nieuwe bondsbesturen toonden, dat zij de talrijke Duitsche, Italiaansche en Fransche politieke vluchtelingen, die in 1848 en 1849 Zwitserland binnengetrokken waren, in bedwang wilden en konden houden. Alleen met Pruisen ontstond een botsing, toen de royalisten in Neuchatel (zie aldaar), waar een opstand van de republikeinen den lBten Maart 1848 aan de heerschappij van den Pruisischen koning een einde gemaakt had, den 3den September 1856 een opstand bewerkten. Deze mislukte echter en 530 personen werden gevangen genomen. Pruisen eischte, dat zij onmiddellijk in vrijheid gesteld zouden worden en maakte, toen dit geweigerd werd, toebereidselen tot den oorlog. Door tusschenkomst van Napelem III werd deze echter voorkomen, de Bondsraad liet de royalisten vrij en de koning van Pruisen deed afstand van Neuchatel (26 Mei 1857). Toen Sardinië in 1860 Savoye aan Frankrijk afstond, maakte Zwitserland aanspraak op de neutrale Faucigny en Chablais. Napoleon erkende weliswaar de neutraliteit van deze streken, doch weigerde ze aan Zwitserland af te staan. In 1869 werd besloten een tunnel door den St. Gotthard te boren, Italië en Duitschland verleenden daarvoor belangrijke subsidies. In den Fransch-Duitschen oorlog van 1870 bracht Zwitserland een aantal troepen onder generaal Herzog aan de grenzen om zijn neutraliteit te beschermen. Toen een gedeelte van het Fransche leger na de nederlaag bij Belfort (1 Februari 1871) het land binnentrok, werden de manschappen ontwapend en geïnterneerd. Den 9den Maart 1871 werd Zurich tengevolge van opstootjes tegen de Duitschers door troepen van het Eedgenootschap bezet. Het bestuur werd in Zwitserland meer en meer democratisch. In 1869 had Zurich het referendum en het recht van initiatief ingevoerd, welk voorbeeld door bijna alle kantons werd gevolgd. Ook achtte men herziening van de Bondswet in deze richting noodzakelijk. Een eerste poging in 1866 mislukte. In 1872 kwam de Bondsvergadering met een ontwerp, waarbij de wetgeving op het gebied van burgerlijke en strafrechterlijke zaken, huwelijk, spoorweg-, verzekerings-, bank- en fabriekswezen aan den Bond werd overgelaten. Verder zou het krijgswezen niet meer kantonnaal zijn, de doodstraf en lichamelijke straffen werden afgeschaft, vrijheid van godsdienst en geweten werd gewaarborgd, het lager onderwijs zou verplicht en kosteloos zijn en het facultatieve referendum ook voor den Bond worden ingevoerd. Het ontwerp werd echter den 12den Mei 1872 met 261096 tegen 255585 stemmen, door 13 tegen 9 kantons, verworpen. Het ontwerp werd nu zoodanig gewijzigd, dat het krijgswezen gedeeltelijk een zaak van de kantons zou blijven, terwijl alleen de wetgeving over sommige burgerlijke rechtszaken aan den Bond zou komen. Daarentegen werd de oprichting

Sluiten