Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van bisdommen van de goedkeuring van den Bond afhankelijk gesteld en de oprichting van -nieuwe kloosters verboden. Dit ontwerp werd den 19den April 1874 met 340199 tegen 198013 stemmen, door 14V2 tegen 71/2 kanton aangenomen en den 298ten Mei 1874 afgekondigd. De bepalingen, die over bisdommen en kloosters in de nieuwe grondwet waren opgenomen, waren een gevolg van den Cultuurstrijd, die zieh ook in Zwitserland had doen gevoelen. Bisschop Lachat van Bazel verkondigde, ondanks het verbod van de kantons Solothurn, Luzern, Zug, Bern, Aargau, Thurgau en Bazelland, die tot het bisdom Bazel behoorden, het onfeilbaarheidsdogma en zette de priesters, die dit niet erkenden, af. Daar hij weigerde deze straffen op te heffen, verklaarden de kantons (Zug en Luzern uitgezonderd) den 29st<m Januari 1873 den bisschop van zijn ambt vervallen en, nadat het Domkapittel geweigerd had, een bestuurder aan te stellen, ontbonden zij den 218ten December 1874 het bisdom en liquideerden het vermogen; Lachat verplaatste zijn zetel van Solothurn naar Luzern. Ook te Genève ontstond een botsing, doordat de Curie aldaar tegen den zin van de kantonnale regeering en den Bond een bisdom wilde oprichten en Mermillod tot apostolisch vicaris benoemde, waarop de Bondsraad Mermillod verbande (17 Februari 1873). Daar de paus in een encyclica de handelwijze van de Zwitsersche besturen „schmachvoll" noemde brak de Bondsraad alle betrekkingen met de Curie af en beval den te Luzern resideerenden nuntius Zwitserland te verlaten.Toen deKatholieken weigerden aan de nieuwe kerkelijke wetten, die naar aanleiding van deze conflicten in Bern en Genève waren uitgevaardigd, te gehoorzamen, verloren zij in deze kantons de voorrechten, die hun kerk had genoten. Deze voorrechten gingen over aan de Christelijk- of Oud-Katholieke gemeenten, waarvan er te Solothurn, Aargau, Zurich, Bazel, Bern en Genève een aantal ontstonden. Deze gemeenten namen op een nationale synode te Olten (7 Juni 1876) een kerkelijke regeling aan en kozen een bisschop. De standvastigheid van de Zwitsersche bestuurslichamen bewoog de Curie tot toenadering. De geestelijken verklaarden in 1878 zich naar de nieuwe kerkelijke wetten te zullen schikken, de Curie deed afstand van haar plan, te Genève een bisdom op te richten, en werkte in 1884 mede tot het herstel van het bisdom Bazel, doordat het aftreden van Lachat de verkiezing van een nieuwen bisschop, die bijna algemeen erkend werd, mogelijk maakte. Lachat werd tot apostolisch administrator van het kanton Tessino benoemd, dat bij deze gelegenheid voor goed van de bisdommen Como en Milaan werd gescheiden, en in 1888 formeel met het bisdom Bazel werd vereenigd.

Intusschen kwamen verschillende wetten tot uitvoering. In 1874 werd een permanent Bondsgerecht te Lausanne opgericht, den 13den November van dat jaar kwam een nieuwe militaire organisatie tot stand, in 1875 werd het verplicht burgerlijk huwelijk ingevoerd, in 1877 waren een fabriekswet, waarbij een normale werkdag van 11 uur werd aangenomen, en een aansprakelijkheidswet belangrijke stappen voor de ontwikkeling van de beschermende arbeiderswetgeving, in 1880 kwam een Zwitsersch obligatie-, handels- en wisselrecht tot stand en werd het toezicht op de spoorwegen verscherpt, in 1891 werd een Zwitsersch museum van oudheden opgericht, in 1894 een Zwitsersche bibliotheek enz. De grond¬

wet van 1874 werd bij herhaling gewijzigd en aangevuld. In 1879 werd de wederinvoering van de doodstraf aan de kantons overgelaten, in 1885 werd het alkoholmonopolie ingevoerd. Door een referendum werd in 1887 het recht van uitvinding beschermd, door een van 1890 ontving de Bond liet recht de verzekering tegen ziekten en ongevallen te regelen. Een wijziging in de grondwet in 1891 maakte de verandering van de afzonderlijke artikelen door middel van volksinitiatieven mogelijk, in hetzelfde jaar kreeg de Bond het banknotenmonopolie, in 1897 werd hij met het toezicht op het boschwezen en den waterstaat belast. Een wet omtrent de exploitatie van de spoorwegen door den staat werd den 208ten Februari 1898 door den Bond aangenomen, den 13den November belastte een referendum den Bond met de wetgeving op het gebied van het civiele recht en het strafrecht. In 1902 ontving de Bond het recht de lagere scholen te subsidieeren, in 1903 werd een nieuwe tariefwet aangenomen, die het baknnotenmonopolie ontving en onder invloed van den Bond stond. Tengevolge van een volksinitiatief werd in 1908 een verbod betreffende de vervaardiging en den verkoop van absinth uitgevaardigd. In hetzelfde jaar werd de macht van den Bond met betrekking tot de wetgeving op het gebied van de nijverheid uitgebreid, terwijl deze verder het toezicht op de waterkracht, de wetgeving op dit gebied en in sommige gevallen het recht van concessie verkreeg.

Met het buitenland ontstond enkele malen eenige spanning, vooral tengevolge van de vestiging van socialisten en anarchisten, die uit anderelanden waren verbannen. Zoo maakte bijv. Duitschland in 1889, tengevolge van een hieruit ontstaan conflict, een einde aan het verdrag omtrent het recht van nederzetting. De goede verstandhouding werd evenwel spoedig hersteld, zooals blijkt uit de hernieuwing van het verdrag in 1890. In 1902 werden de diplomatieke betrekkingen met Italië afgebroken, doch door tusschenkomst van Duitschland weldra weder hersteld. De moord op keizerin Elizabeth van Oostenrijk (1898) te Genève bewerkte, dat Zwitserland strenger tegen vreemdelingen begon op te treden. In 1906 werd een wet aangenomen, waarbij het aansporen tot anarchistische misdaden en het verheerlijken daarvan strafbaar werd verklaard. In Zwitserland zijn een aantal internationale instellingen gevestigd, gedeeltelijk op initiatief van dit land tot stand gekomen, waarvan de leiding en het toezicht aan den Bond is opgedragen, zooals bijv. de Conventie van Genève (1864), de Wereldpostunie (1878) de Internationale Telegraafvereeniging (1875), de Vereeniging tot bescherming van eigendom op het gebied van nijverheid (1883) en van kunst (1886) en het Internationale verdrag over spoorwegvrachtrecht (1890). In 1905 kwam te Bern een internationale conferentie bijeen, om over een internationale beschermende arbeiderswetgeving te beraadslagen. In 1909 kwamen met Italië en Duitschland verdragen tot stand over de exploitatie van den St. Gotthardspoorweg, in 1909 werd met Frankrijk een verdrag gesloten over de toevoerlijnen tot den Simplonspoorweg.

Zwittau. in het Czechisch Zvitava, een stad in het Moravisch distrikt Mahrisch-Trübau, ligt aan de evenzoo genoemde rivier, welke door de Schwarzawa haar water afvoert naar de March, aan den Oostenrijkschen staatsspoorweg van Weenen naar

Sluiten