Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met name in Middel-Amerika. De toestand van volslagen wanorde, welke reeds geruimen tijd op Haïti heerschte, leidde tot moeilijkheden met San Domingo, welke ten slotte een oorlog tengevolge hadden. In Januari 1911 bood Haïti den vrede aan, die door San Domingo werd geweigerd, zoodat einde Jnli de consuls aan hun mogendheden oorlogsschepen verzochten tot bescherming van hun onderdanen. In Februari 1911 brak in Nicaragua de opstand, die gedurende het grootste gedeelte van 1910 het land geteisterd had en nauwelijks onderdrukt was, opnieuw uit. Hij sloeg ook over naar Honduras en in Februari hadden de opstandelingen het geheele kustgebied van den Atlantischen Oceaan in handen.

Van meer belang echter was de revolutie in Mexico (zie aldaar). Den 28sten April 1911 stelden de opstandelingen onder Madero te Juarez een voorloopig bewind in en den 21aten Mei werd de vrede gesloten. Den 258ten Mei trad president Diaz af en vertrok naar Spanje, waarmede de rust in Mexico echter geenszins hersteld was (zie Mexico). In de Vereenigde Staten van N.-Amerika werden de beide laatste territoriën: Arizona en Nieuw-Mexico in den statenbond opgenomen. Belangrijke handelsverdragen kwamen tot stand met Canada en Japan, terwijl den 21aten Mei 1910 met Groot-Brittannië een verdrag gesloten werd omtrent de regeling der grenzen (zie verder Vereenigde Staten van N.-Amerika). Een poging om met Groot-Brittannië, en daarna ook met andere Europeesche staten, tot een verdrag van verplichte arbitrage te geraken, leed schipbreuk door de houding van den Senaat. In Z.-Amerika bereiden de 5 republieken: Venezuela, Columbia, Ecuador, Peru en Bolivia het sluiten van een statenbond (GrootColumbia) voor, die echter nog niet tot stand is gekomen.

Anticyclone. Zie Wind.

Apeldoorn. De verwijzing naar de plaat moet vervallen.

Arabië. Na de oproerige bewegingen van 1904 en 1905, zag Turkije zich in Februari 1909 opnieuw genoopt troepen van Basra naar Nedsj te zenden, om er zijn gezag te handhaven. Inmiddels breidde een opstand in Jemen zich in 1909 dusdanig uit, dat de Porte er 4 oorlogsschepen en 2 transportschepen met 12 bataillons heen moest zenden. In 1910 stond niet alleen de pretendent Seid Mohammed Idris, die zijn aanhang in het district Sabia vindt, op, maar onder den imam Johia, die aanspraak maakt op de waardigheid van khalif, hielden 15 000 opstandelingen de streek tusschen Sana en Hodeida in voortdurende onrust. In Januari 1911 slaagden zij er zelfs in om Sana, waar zich de aanvoerder van het Turksche operatieleger, Mehemed Ali, bevond, in te sluiten. Ondanks den mistroostigen toestand der geldmiddelen, zond de regeering terstond 30 bataillons infanterie met machinegeweren naar Jemen, waar Inzet pasja met het opperbevel belast werd. In April kwam het op 6 plaatsen in den omtrek van Sana tot een treffen, waarna de plaats kon worden ontzet. Intusschen duurden de onlusten in het land voort. Een overwinning van den grootsherif van Mekka, in Juni in Assir behaald, werd spoedig daarop gevolgd door diens nederlaag bij Koenfoeda. Den 17de11 Juni werd de voorhoede van een expeditie onder Mehemed Ali bij Djisan verrast; 2000 man, 4 kanonnen, 2 machinegeweren en een groote hoeveelheid munitie en

leeftocht gingen verloren. De opstandelingen bedreigden Djisan en Lohaia, zoodat de Turksche regeering nieuwe versterkingen moest zenden. Eerst in de tweede helft van Juli kon Lohaia worden ontzet, terwijl lzzet pasja bij Abha, de hoofdstad van Assir, welke de rebellen hadden ingesloten, een volledige overwinning op Seid Idris behaalde. Met het oog op de enorme kosten van dezen veldtocht, besloot de Porte om in het vilajet een vaste bezetting te leggen, welke opstanden terstond in de kiem zou kunnen onderdrukken. Bovendien zou er een militaire spoorweg van Hodeida naar Jana gebouwd worden en werd een commissie, onder voorzitterschap van den voormaligen wali van Jemen, Tewfik bey, belast met het ontwerpen van een bestuurshervorming voor deze provincie. Toen nu op het einde van 1911 de oorlog met Italië uitbrak, wist de Porte beide hoofden door beloften te bewegen alle verzet op te geven, daar dit tot dusver door wapengeweld niet gelukt was. De rust scheen nu voor goed hersteld te zijn, maar in Februari 1912 kwamen berichten naar Europa, dat Seid Idris opnieuw tegen de Turken in het veld was getrokken, en wel zouden Italiaansch geld en Italiaansche wapens hem daartoe gebracht hebben. Dit maakt de toestand voor Turkije aldaar zeer gevaarlijk, wijl het niet in staat is over zee troepen naar Arabië te zenden. Veel zal afhangen van de houding van imam Jahia, die tot dusver nog niet gezwicht is voor de Italiaansche aanbiedingen en waarschijnlijk als een mededinger van Seid Idris niet licht met dezen zal willen samenwerken.

Argentijnsche Republiek. President Quinlano genoot niet, zoo als zijn voorganger, de algemeene achting. In Februari 1905 en opnieuw in October van dat jaar moest over groote gebieden van de republiek de staat van beleg worden afgekondigd. Herhaalde Kabinetswijzigingen hadden slechts ten doel, de regeering den steun van grootere staatkundige groepen te verzekeren. Nadat Quintano den 12dtn Maart 1906 plotseling was overleden, werd hij opgevolgd door I. Figuerva Alcorta, wiens presidentschap over het geheel gunstige economische resultaten had. De staatsschuld verminderde en nieuwe leeningen waren voor economische doeleinden bestemd. De binnenlandsche staatkunde was somtijds zeer bewogen. Het optreden van Alcorta tegen de wanordelijke toestanden in Corrientes bezorgde hem in het Huis van Afgevaardigden een sterke oppositie. In Januari 1908 sloot de regeering de zitting. Onderhandelingen met de partijleiders hadden geen resultaat en zelfs vond den 28sten Februari een mislukte aanslag op den president plaats, welke aanleiding gaf tot de afkondiging van den staat van beleg. De verkiezingen brachten de regeering een belangrijke meerderheid en een complot, dat in November tegen haar gesmeed werd, kon spoedig worden onderdrukt. De viering van het honderdjarig onafhankelijkheidsjubileum in 1910 slaagde schitterend. Een bommenaanslag, den 26sten Juni in het Teatro Colon te Buenos Aires gepleegd, gaf echter der regeering aanleiding opnieuw den staat van beleg af te kondigen. Den 12den October 1910 trad Roque Saenz Pena op als president. In zijn boodschap bij de opening van het Congres op den ll<ien Mei 1911 wees hij met nadruk op de goede verstandhouding tot Brazilië, met welken staat in Juli van dat jaar een algemeen scheidsgerechtverdrag werd gesloten. Ook onder zijn bewind roerde zich het anar-

Sluiten