Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trent de weerbaarheid van het land .Toen zij diens mededeelingen bevestigde, diende het ministerie een omvangrijk militair wetsontwerp in. Den 17den November 1909 werd de grondslag van het ontwerp, de persoonlijke dienstplicht, door de Kamer met 100 tegen 58 stemmen aangenomen, waarop het geheele ontwerp den laten December, na levendige debatten, in tweede lezing door de Kamer en den 14den December door den Senaat werd goedgekeurd.

Een belangrijk conflict ontstond tusschen de beide deelen van de volksvertegenwoordiging naar aanleiding van het wetsontwerp tot regeling van den arbeidstijd in de mijnen. Den lstel1 April 1907 nam de Kamer met op 8 na algemeene stemmen een wetsontwerp aan, waarbij de maximale arbeidsduur bepaald werd op 9 uur. De Senaat amendeerde dit ontwerp den 27sten Juli aldus, dat in geval van nood, de arbeidsdag met 1 uur zou kunnen worden verlengd. Daarop herstelde de Kamer de oorspronkelijke lezing weder, maar de Senaat wilde zijn amendement niet opgeven, zoodat het ontwerp schipbreuk leed.

Den 17den December 1909 overleed koning Leopold II. Hij werd opgevolgd door zijn neef prins Albert, als Albert I, die den 23sten December den eed op de grondwet aflegde. Over de erfenis ontstonden ernstige geschillen en processen, die nog niet afgeloopen zijn. In de binnenlandsche staatkunde had het clericale Kabinet-Schollaert evenals vroeger met sterke oppositie te kampen. Vooral toen het in het begin van 1910 erkennen moest, naar aanleiding van het bekend worden van het feit, dat in het actief van de zoogenaamde „Koburger Stichting" zich 30 millioen francs aan Kongowaarden bevonden, dat het bij het overnemen van den Kongostaat bedrogen was. Een motie van afkeuring, door de Socialisten ingediend, werd echter verworpen (4 Maart). Een belangrijke gebeurtenis in het jaar 1910 was de opening van de Brusselsche wereldtentoonstelling op den 23sten April. In den nacht van den 14den op den 16den Augustus ging zij echter gedeeltelijk in vlammen op.

De moeilijkheden voor het ministerie-Schollaert bleven aanhouden. Bij de verkiezingen van den 22"te& Mei behaalde het nog slechts een meerderheid van 6 stemmen. Bovendien waren de beide meerderheidspartijen: de Jong- en de Oudclericalen het in verschillende belangrijke vraagstukken oneens, terwijl de Liberalen en Socialisten vooral in het kiesrechtvraagstuk elkaar naderden. Reeds in Augustus leidde dit tot een gedeeltelijke Kabinetscrisis.

Den l8ten Januari 1911 trad de wet op den 972-urigen arbeidsdag in de mijnen in werking. De minister vanHandelheefthetrecht afwijkingen daarvan toe te staan. Daar hiervan rijkelijk werd gebruik gemaakt en ook bovendien in vele gevallen de arbeidsvoorwaarden werden veranderd, brak den 4den Januari in de omgeving van Luik een staking van mijnwerkers uit, welke zich snel uitbreidde. In het begin niet tot onderhandelen bereid, dwong de openbare meening de mijneigenaars tot overleg met de afgevaardigden der arbeiders, hetgeen, onder leiding van den minister van Handel, Hubert, den 17den Januari tot hervatting van den arbeid leidde. Nieuwe binnenlandsche moeilijkheden rezen bij het indienen van een schoolwet (14 Maart). De duur van het schoolonderwijs zou met 2 jaar worden verlengd, zonder dat het verplicht zou wezen. De keus van de school bleef vrij, terwijl de ouders het schoolgeld zouden ontvangen in den vorm van bons. Van de onderwijs¬

kosten zou de provincie l/10, de gemeente 3/io en de staat de rest betalen. Liberalen en Socialisten waren ten zeerste tegen het ontwerp gekant. Om den tegenstand te breken, dienliet ontwerp in de Kamersecties ondervond, koesterde de regeering het voornemen, het in een afzonderlijke commissie te doen onderzoeken. Dit werd onmogelijk gemaakt, doordat de leider van de Oud-Clericalen, Ch. Woeste, zich den 7den Juni tegen dit voornemen verzette. Reeds den volgenden dag diende het Kabinet zijn ontslag in. Het clericale zaken-ministerie-de Broqueville, den 14den Juni opgetreden, liet het ontwerp vallen, terwijl de afgevaardigde van Limburg-Stirum het door hem den 12den Mei ingediende, gelijkluidende initiatief-ontwerp introk, waarmede de schoolkwestie van de baan was.

Belangrijk was verder de betooging voor enkelvoudig kiesrecht en tegen de schoolwet door Liberalen en Socialisten, den 15den Augustus 1910 gemeenschappelijk te Gent gehouden. Hun samenwerking bij de gemeenteraadsverkiezingen van den 16den October versterkte hun positie tegenover de clericalen niet onbelangrijk. Den 2den Juni 1912 hadden nieuwe verkiezingen voor de Kamer en den Senaat plaats, waarbij, ondanks de samenwerking der linker partijen, de clericale meerderheid in de Kamer van 6 op 16 stemmen steeg. Hevige onlrsten in verschillende steden waren het gevolg van dezen uitslag.

Beneden- en Bovenwindsche eilanden. Zie Eilanden Boven en Beneden den Wind (A).

Besmetting- en Besmettingsziekten, Zie Infectie en Infectieziekten.

Blaasstceneri. Zie Pisbezinksel.

Blinde- darmontsteking' (Appendicitis). De ontsteking van den blinden darm zelf komt slechts zelden voor, en hetgeen met dezen naam wordt aangeduid is de ontsteking van het wormvormig aanhangsel (appendix) van dien darm. Het schijnbaar zeer veel voorkomen van blinde-darmontsteking in onzen tijd is geen gevolg van een werkelijke vermeerdering van het aantal gevallen, maar alleen daarvan, dat men de ziekte tegenwoordig als zoodanig beter herkent en niet, zooals vroeger, menigmaal met andere verwisselt. Dat overigens ontsteking van het appendix zoo dikwijls voorkomt, is toe te schrijven aan de geringe wijdte van dit orgaan, n.1. 4—5 mm. in doorsnede, alsook daaraan, dat de wanden met follikels (ophooping van lymphecellen) bezet zijn, zoodat bij de geringste ontsteking een sterke zwelling plaats heeft,die de openingvernauwt. De aanleg voor ontstekingen wordt nog verhoogd, doordat zich uit de afscheidingen van het wormvormig[aanhangsel somtijds steenen, zoogenaamde dreksteenen, vormen, dikke lagen verhard secreet, dat zich rondom zeer kleine, er niet thuis behoorende voorwerpen heeft afgescheiden. Deze versperren de opening en in het aldus afgesloten gedeelte heeft — evenals in elke geïnfecteerde en afgesloten ruimte — een weelderige ontwikkeling van bacteriën plaats. De gevaarlijkste soorten daarvan zijn de streptococcen en het bacterium coli. De slijmhuid wordt door de ontsteking met kleine cellen bedekt, zwelt op en helpt daardoor de opening versperren; in het afgesloten gedeelte hoopt zich het secreet op en er ontstaat een water- of etterbuil. Daarna kunnen de wanden samengroeien en de holte doen verdwijnen, een betrekkelijk gunstig proces, maar ook kan de in-

Sluiten