Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nanking, vervolgens Joeantsïkai en ten slotte ook het nieuwe kabinet deze Grondwet goed. Haar voornaamste artikelen luiden als volgt: Zij is verdeeld in 7 hoofdstukken en 56 artikelen. Er zijn drie machten, het uitvoerend en het wetgevend gezag en de rechterlijke macht. Het uitvoerend gezag wordt uitgeoefend door den president en de ministers, het wetgevend gezag door het voorloopig Parlement, de ministers en den president, de rechterlijke macht door de hoven en rechtbanken. Alle gezag is ontleend aan het volk. Alle burgers zijn gelijk zonder onderscheid van ras of godsdienst. Niemand kan in hechtenis genomen of vervolgd worden dan krachtens de wet. Het domicilie is onschendbaar. De beroepen zijn vrij. De burgers hebben de vrijheid van spreken, van drukpers en van vereeniging, in het geheele gebied te gaan, te komen en te wonen. Voorts stelt het nieuwe staatsstuk het briefgeheim en de vrijheid van geloof en godsdiensten vast en kent den burgers het recht van petitie toe. Het voorloopige parlement bestaat uit 121 afgevaardigden, waarvan er 5 per provincie gekozen worden door de 18 provinciën van het eigenlijke China, de 3 provinciën van Mandsjoerije, Binnen-Mongolië, Buiten-Mongolië en Tibet. Turkestan of Tsjinkai kiest slechts één afgevaardigde. Het voorloopige parlement bezit niet het recht van initiatief, maar stemt over begrootingen, staat belastingen en leeningen toe, keurt tractaten en de verklaringen van oorlog of vrede goed en kan aan de regeering den wensch uitspreken, dat eenig wetsontwerp worde ingediend. Indien het voorloopige parlement oordeelt, dat de president de republiek wil omverwerpen, kan het hem in staat van beschuldiging stellen op voorwaarde, dat een vijfde der leden aanwezig is en dat tenminste drie vierden hunner dat besluit goedkeurt. Eveneens kan het de ministers in staat van beschuldiging stellen, op voorwaarde, dat drie vierden der leden aanwezig is en het voorstel worde aangenomen met de stemmen van tenminste twee derde van hen. De macht, aan een enkele provincie gegeven, wordt dus buitengewoon groot. De afgevaardigden genieten parlementaire onschendbaarheid. De president van de republiek wordt door het parlement gekozen. Hij heeft het recht van veto over de besluiten van het parlement, tenzij drie vierden der leden zulk een besluit bekrachtigen. De president is het hoofd der strijdmacht te land en ter zee. Hij kondigt wetten af, verklaart oorlog en vrede met medewerking van het parlement. Hij dient bij het parlement wetsontwerpen in. Het ministerie is tegenover het parlement verantwoordelijk en contrasigneert de ontwerpen van den president. De rechters zijn onafhankelijk en onafzetbaar; de terechtzittingen worden in het openbaar gehouden. Het voorloopige parlement zal in tien maanden een definitieve kieswet uitwerken, en het parlement zal bijeengeroepen worden om de definitieve grondwet op te stellen.

Chloorwaterstof. Zie Zoutzuur.

Chloorwaterstofzuur. Zie Zoutzuur.

Chloorzilver, zilverchloried of hoornerts. Zie Hoornerts en Zilverchloried.

Circulaire Polarisatie. Zie Polarisatie.

Columbia. President Reyes was er voortdurend op uit, om de goede verstandhouding met de Vereenigde Staten van N.-Amerika te herstellen. Dit streven leidde in het begin van 1909 tot een verdrag, dat de erkenning van Panama's zelfstandigheid in

zich sloot. Het vond echter bij het volk zoo weinig instemming, dat Reyes reeds in Maart zijn ambt tijdelijk neerlegde. En toen de Kamerverkiezingen van Mei 1909 de oppositie niet onbelangrijk versterkten, nam hij zijn ontslag en vertrok naar Londen. Een revolutie, welke ondertusschen uitbrak, werd spoedig onderdrukt. Bij de presidentsverkiezing van den 3den Augustus bleef de vice-president en plaatsvervanger van Reyes, Holguin, echter in de minderheid tegen den candidaat der opstandelingen, Gonzalez Valencia, en een poging tot opstand ten gunste van Holguin, door den legeraanvoerder van Bogota beproefd, bleef zonder succes. De spanning met de Vereenigde Staten nam weder toe en leidde tot allerlei wrijvingen (doorvoerbelasting op Amerikaansch meel enz.). De onderlinge wedloop om de macht in de republiek tusschen clericaal-conservatieven en liberalen leidde voor en na tot staatkundige woelingen. President Rafael Uribe y Vribe streefde daarom naar de vorming van een nieuwe partij, welke zoowel voor de binnenlandsche als de buitenlandsche staatkunde de nationale belangen tot richtsnoer zou aannemen. Velen vreezen n.1. bij het voortduren der binnenlandsche onlusten na het voltooien van het Panamakanaal voor gewelddadig ingrijpen van N.Amerika. En het is dan ook alleen de vrees voor de Vereenigde Staten, die de regeering weerhoudt om het plan van een interoceanisch kanaal van de Midden Atrato naar de kust van den Grooten Oceaan, uit te voeren, hoewel het daartoe vereischte kapitaal waarschijnlijk in Engeland wel te vinden zou zijn. De verkiezing van een nieuwen president had plaats in Juli 1910. De gekozene, Carlos E. Restrepo, aanvaardde den 7den Augustus zijn ambt. Ook,zijn bewind leidde nog niet tot rustiger toestanden. In December 1910 brak in Cartagena een oproer uit, omdat aartsbisschop Brioschi kerkegoederen aan N.-Amerikanen had verkocht. Na bloedige uitspattingen moesten ten slotte de betreffende overeenkomsten ongedaan gemaakt worden, de aartsbisschop vluchtte naar Panama. Tegen het einde van 1911 dreigde een conflict met Peru, omdat Columbiaansehe troepen onder generaal Gamboa het land om de Yapura bezetten en een inval deden op Peruaansch grondgebied.

Commutator. Zie Stroomwisselaar.

Conu Maxime, lees: Cornu.

Costa Rica blijft het meest rustige land van geheel Centraal-Amerika. In Maart 1905 kwam de nieuwe grensregeling met Panama tot stand. Sedert 1906 is don Clekt Gonzalez Viquez president van de republiek. Zij nam in 1907 deel aan de CentraalAmerikaansche Vredes-Conferentie te Washington en onderteekende mede haar besluiten. Den 25sten Mei 1908 werd het scheidsgerechtshof voor CentraalAmerika, waartoe op deze conferentie was besloten, te Cartago geopend. Kort te voren (4 Mei) was de plaats door een hevige aardbeving ten deele verwoest geworden.

Cournot, Anloine, lees: Cournot, Antoine.

Cuba scheen tegen het einde van 1906 door nieuwe onlusten bedreigd te worden. Gouverneur Magoon gaf daarom bevel tot versterking van het leger. Een samenzwering van generaal Parra tegen het Amerikaansch bewind werd in den herfst van 1907 tijdig ontdekt. Toch was de toestand nog zóó onzeker, dat besloten werd om de voorgenomen verkiezingen tot 1908 uit te stellen. Inderdaad vonden in den zomer

Sluiten