Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men had verworpen, zag de minister-president Chrislmsen zich toch gedwongen met de publieke meening rekening te houden. Den 248ten Juli namen de minister van Landbouw, Ole Hansm, en Aïberli ontslag. Maar ook na de reconstructie kon het ministerie zich niet meer handhaven. Toen Alberti den 9den September had bekend verduisteringen ten bedrage van meer dan 10 millioen kronen bedreven te hebben, vroeg het ministerie drie dagen daarna om ontslag. In het nieuwe Kabinet, dat den Uien October benoemd werd, trad Neergaard, minister van Financiën in het ministerie-Christensen, op als premier. Zijn programrede kondigde den 15detl October een gelieele reorganisatie van de landsverdediging, wetsontwerpen over de kiesdistricten voor het Folketing, de ministeriëele verantwoordelijkheid enz. aan.

Bij de verkiezingen voor het Landting van den 208tett September 1910 verloren de gematigd-liberale aanhangers van de regeering drie en de vrij-conservatieven twee mandaten. Daardoor verloren de laatsten hun overwegende positie in het Landting. Tot dekking van het tekort van 20,5 millioen kronen, deed de regeering in de zitting, welke van den 3den October 1910—den 13den Mei 1911 duurde, voorstellen tot verhooging van de spoorwegtarieven, omtrent een belasting op openbare vermakelijkheden en op de waardevermeerdering in garnizoenssteden enz. De radicalen]en sociaaldemocraten, van oordeel, dat de tekorten hun oorzaak vondeninde toenemende militaire uitgaven, wenschtenverminderingdaarvan. De conservatieven schreven ze daarentegen toe aan de sociale wetten van de laatste jaren en drongen aan op een tariefherziening. Ten slotte werden de belastingvoorstellen derregeering aangenomen. Groote voldoening wekte het besluit van den Rijksdag van den 27sten Maart 1911, waarbij.de wet op de lichamelijke tuchtiging werd ingetrokken. Van belang was ook het wetsontwerp omtrent het verleenen van actiefen passief kiesrecht aan gehuwde vrouwen en dienstboden. Een voorstel om in het belang van toekomstige hervormingen in Groenland den voormaligen minister van Binnenlandsche Zaken, 8. Berg, voor den duur van 2T/2 jaar als regeeringscommissaris daarheen te zenden, vond echter bij alle partijen zulk een tegenstand, dat de regeering er zich mee moest vergenoegen, aan een commissie van Groenlandsche beambten, kooplieden, geestelijken en artsen de opdracht te geven]om middelen te beramen, welke deze kolonie, wier begrooting een jaarlijksch tekort van 0,6 millioen kronen aanwees, althans eenigermate winstgevend voor het moederland zouden kunnen maken. Een in het voorjaar van 1911 dreigende uitsluiting van ongeveer 40 000 fabrieksarbeiders,"die met hun werkgevers niet tot overeenstemming omtrent den duur van het af te sluiten contract konden komen, werd op het laatste oogenblik, in het midden van Mei, door den druk der openbare meening en de bemiddeling van de regeering voorkomen. In den nacht van den 15 Mei 1912 overleed de koning, die zich op de terugreis naar zijn land te Hamburg bevond, aldaar plotseling'en werd opgevolgd door zijn zoon, als koning Chrisliaan X.

Diabetes. Zie Suikerziekte.

Diatomeeënaarde. Zie Infusoriinaarde (A).

Druif, staat blz. 396: Vitis risparia, lees: Vitis riparia.

Dubbelschaduwen,lees: Dubbelschaduwigen.

Duitsche Rijk. Den 19den Februari 1907

kwam de nieuwe Rijksdag bijeen, die den 15de!1 Mei 1908 de gewijzigde wet op het recht van vereeniging en vergadering aannam, terwijl verder de vlootwet van den 14den Juni 1900 gewijzigd werd in dezer voege, dat de normale levensduur der linieschepen van 25 op 20 jaar teruggebracht en het tempo van aanbouw der 17 linieschepen, die vóór 1917 te water zouden worden gelaten, versneld werd. In Februari was de secretaris van de rijksschatkist Sydow opgetreden. Reeds vóór de Rijksdag op den 4den November weder bijeen kwam,had hij de grondslagen van z'n plan omtrent de hervorming van de rijksgeldmiddelen, welke door verhoogde heffingen op genotmiddelen, electriciteit en lichtgas, alsmede op de erfenissen jaarlijks 475 millioen mark zou opbrengen, gepubliceerd. Zijn belastinghervorming werd in de zitting van den 4dcn November 1908—den 13den Juli 1909 door den Rijksdag behandeld. Na de eerste lezing werden de 8 ontwerpen den 28stel1 November 1908 naar een commissie verwezen,welkehenzoodanig wijzigde, dat van het oorspronkelijke plan weinig overbleef . De belasting op wijn werd zonder meer afgewezen, evenals die op electriciteit en lichtgas. Bij de beraadslaging over het ontwerp omtrent het brandewijnmonopolie ontbrandde een heftige strijd over de zoogenaamde „liefdegave", d. i. het recht van vrijdom der branders voor een gedeelte van hun productie. Daar het Centrum bij dit punt de agrariërs steunde, vormde zich sedert den 26sten Maart 1909 een nieuwe meerderheid, waardoor het van af begin 1907 bestaande blok van de nationaal-liberale partijen uiteenspatte. Daarna sprak men dan ook van het „zwart-blauwe" of het „snaps-blok". Vooral bij het ontwerp over de successie-belasting en het erfrecht van den Staat was de strijd heftig. Het verloop van de besprekingen in de commissie leidde tot de ontslagname van den nationaal-liberaal Paasche (13 Mei) als voorzitter. Hij werd opgevolgd door den conservatief von Richthofen, waarna het ontwerp den 28sten Mei door de commissie werd verworpen. Nationaal-liberalen, vrijzinnigen en sociaal-democraten onthielden zich daarna van verdere deelneming aan de besprekingen. De commissie, aldus nog slechts uit leden van het Centrum, de Conservatieven, de Rijkspartij en de Polen bestaande, deed tot dekking van de tekorten zelf nieuwe voorstellen omtrent belastingen op verlichtingsartikelen en lucifers, verhooging van het tarief op koffie en thee enz.

Rekeninghoudende met de wenschen van de nieuwe meerderheid, deed de regeering nieuwe voorstellen. Een ontwerp omtrent heffing op erfenissen aan kinderen en echtgenooten werd verworpen, andere ontwerpen werden slechts gedeeltelijk aangenomen. Den 16den Juni 1909 begon de tweede lezing in plenum. In hoofdzaak werden de voorstellen, welke genotmiddelen, spoorwegkaartjes en geldswaardige papieren troffen, aangenomen. Verwacht werd dat de totaalopbrengst 500 millioen mark per jaar zou bedragen; daarvan zouden 345 mill. komen uit verbruik, 80 millioen uit verkeer en 75 millioen uit bezit. De wezenlijke opbrengst was in 1910 echter slechts 308 millioen mark.

Daar voor vorst von Bülow samenwerking met het Centrum, dat nu van de nieuwe meerderheid deel uitmaakte, na de gebeurtenissen van 1906 niet mogelijk scheen, nam hij den 14den Juli 1909 ontslag. Zijn opvolger was de staatssecretaris van Binnenlandsche Zaken, von Befhmann Hollweg. Maar ook in de partij-

Sluiten