Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pen. De Nationale Raad van de Socialistische Partij : besloot tot scherp optreden tegen den afvalligen mi- : nister. Bij de Marokko-debatten (23 November 1909) en ook bij de debatten over de schoolkwestie (14 Januari 1910) vond de regeering echter nog een belangrijke meerderheid. Bij de verkiezingen van Mei 1910 gingen de regeeringspartijen dan ook slechts weinig achteruit. Over de spoorwegstaking van 1910 zou de regeering echter vallen. Vooraf herhaaldelijk aangekondigd, brak zij in den nacht van den 10den op den 11"™ October uit. De regeering stelde haa,r voor als een zuiver syndicalistische beweging. Zij bestreed haar door mobilisatie van dienstplichtig spoorwegpersoneel, door het zenden van troepen, het willekeurig gevangen nemen van stakingsleiders en redacteuren van revolutionnaire bladen. Daartegen verweerden de arbeiders zich door het stop zetten van de electrische centrale en van den ondergrondspoorweg. Den 13den October was de Lichtstad des avonds inliet duister gehuld. Ten slotte moest de staking, mede door de houding van de regeering, worden opgegeven. De geunifiëerde socialisten en de Combisten hadden echter tot een afrekening met den „verrader", die gedurende den strijd iedere inmenging van het Parlement had afgewezen, besloten. Bij de interpellaties over de staking, waarmede de Kamerzittingen den 268ten October werden geopend, bleek, ofschoon een motie van vertrouwen met 338 tegen 94 stemmen werd aangenomen, dat de eenheid in den boezem van het ministerie te wenschen overliet. Den 2dett November diende het zijn ontslag in. Het tweede ministerie-Briand, den 3den November benoemd, bestond uitsluitend uit radicalen; Millerand en Viviani waren niet weder opgenomen. De ministerieele verklaring, waarmede het Kabinet den gsten November voor de Kamer kwam, wees o. a. als belangrijkste taak aan het beramen en treffen van maatregelen tegen anarchisme en syndicalisme, alsmede tegen daden van sabotage. Een motie van vertrouwen werd den 9den November met 296 tegen 209 stemmen aangenomen; de rechterzijde had zich bij de oppositie aangesloten. Nadat het o. a. bij het crediet voor de overstroomingen, bij de hernieuwde onlusten in de wijnstreken in Januari 1911 en bij de besprekingen over de rechten der syndicaten op den 20<sten en den 278ten Januari, scheen, alsof Briand er in slagen zou om zijn oude meerderheid te handhaven, viel zijn Kabinet op het onverwachtst over een interpellatie van den radicaal-socialist Malcy, die den minister-president te groote tegemoetkoming aan de congregaties voorwierp. Wel verkreeg de regeering nog een motie van vertrouwen, maar met zulk een kleine meerderheid, dat het ministerie, vooral met het oog op den tegenstand van de Combistische fractie tegen haar wetsontwerpen tot verzekering van de sociale orde, besloot om af te treden.

Met de vorming van een nieuw ministerie werd de senator Monis belast. Zijn kabinet, den 2den Maart gevormd, behoorde tot de uiterste radicale linkerzijde; het was een „ministerie-Combes zonder Combes". De hoofdpunten van zijn programma waren; wederaanstelling van de ontslagen spoorwegambtenaren en kiesrechthervorming. Hij had met talrijke moeilijkheden te kampen. In de 2de helft van Maart ontstonden in het departement Aube ernstige onlusten, omdat dit niet in het als Champagne aangeduide gebied was opgenomen. Zij gaven aanleiding tot tegenbetoogingen in het departement Marne, dal

ich door de agitatie der wijnboeren uit Aube n zijn belangen bedreigd achtte. De regeering rachtte zich uit de moeilijkheid te redden door het 'oorschrift, dat op iedere flesch de herkomst moest torden aangegeven. Intusschen bevredigde deze opossing niemand. De zaak werd naar den Raad van State verwezen, maar zonder op diens beslissing te vachten, sprak zich de Senaat den lld«> Aprü vóór de >pliefling van de in 1908 aangewezen „délimitations" ïit. Een ernstig oproer in het Marnegebied volgde, de ifgezonden troepen kwamen te laat en de schade ,verd op 25 millioen francs geraamd. Na een oogenilik van rust, deed de beslissing van den Raad van State, waarbij het Champagne-gebied in 2 zonen iverd verdeeld, wier wijnen van elkander onderscheiden zouden worden, nieuwe onlusten in het Aubegebied ontstaan. Ten slotte kondigde de minister van Landbouw tot niet geringe verwondering, een ontwerp aan, dat terugkeerde tot de wet van 1824 en waarin de begrenzingen van 1908 feitelijk te niet gedaan werden. De Kamer antwoordde met een motie van vertrouwen. Ook het vraagstuk van de wederaanstelling der ontslagen spoorwegambtenaren leidde tot velerlei moeiüjkheden. In de zitting van den 14d«?n April noemde de regeering dit een eisch van gerechtigheid en verlangde van de Kamer wapenen om de onwillige maatschappijen te dwingen. Deze bleven echter onwillig, zich daarbij op de veiligheid van het publiek en het verkeer beroepend.

Na het ongeluk op het vliegveld te Issy les Mouüneaux, waarbij Monis zwaar gewond en de minister van Oorlog, Berteaux, gedood werd, was het bestaan van het ministerie hachelijk. Den 23a"'n Juni viel het over een interpellatie naar aanleiding van uitlatingen van den minister van Oorlog, Goirau, in den Senaat over het opperbevel van het leger in oorlogstijd. De eigenlijke reden was gelegen in het vraagstuk van de evenredige vertegenwoordiging, waarvan het grootste gedeelte der radicale regeeringsmeerderheid in werkelijkheid niets wilde weten, terwijl daags te voren dit beginsel in de Kamer een beslissende overwinning had behaald.

Den 28sten Juni 1911 werd het nieuwe ministerieCaillaux geconstitueerd. Het vormde een terugkeer tot het republikeinsche blok, zonder de socialisten, die het van'tbegin af aan heftig bestreden. Voorde kiesrechthervorming trachtte Caillaux een verzoeningsformule te vinden. Den 4den Juli vereenigde de Kamer zich met het voorstel om haar leden te doen kiezen volgens de scrutin de liste met minderheidsvertegenwoordiging. Bij de discussies over een amendement-Painlevé omtrent de verdeeling van sterk bevolkte districten, leed het ministerie echter reeds een echec, omdat de verdaging tot October, welke Caillaux vroeg, werd afgestemd. Intusschen is deze, zoowel als de belasting-hervorming blijven steken. Overigens onderscheidde zich het ministerie-Caillaux door zijn optreden tegen sabotage, anti-militairisme en andere revolutionnaire verschijnselen, door huiszoekingen in de Arbeidsbeurs en andere maatregelen, waardoor de oppositie van de socialisten werd versterkt, wat tegen het einde van de zittingen nog tot tumult leidde. Bijna 7 maanden na den vastgestelden termijn werden de begrootingsdebatten in Kamer en Senaat beëindigd (13 Juli). De tweede helft van 1911 werd geheel door de Marokkaansche kwestie beheerscht. Den 4den November kwam, na maandenlange onderhandelingen, een verdrag met

Sluiten