Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaar werd daardoor 365 dagen. Wanneer de berekening der sterrenkundigen er toe leidde, zou het 366 dagen hebben. In het algemeen gebeurde dit eenmaal in de 4 jaar. Een vaste schrikkelregel was er echter niet. Zulk een cyclus van drie gewone en een schrikkeljaar heette fraciude. De jaren werden geteld van af den 22Bten September 1792, den dag van

de proclamatie van de republiek en met Romeinsche cijfers aangeduid. Het jaar telde 12 maanden van 30 dagen en 5 (in schrikkeljaren 6) jours épagomènes of comsplémentaires, gedurende korten tijd ook jours sans-culottines genaamd. Zij werden bij de laatste maand gevoegd. De namen der maanden geeft onderstaande tabel:

Volg- Herfst- Volg- Winter- Lente- 3,?m~ Zomer-

maanden. n™" maanden. mer" maanden. mer" maanden.

1 Vendémiaire 4 Nivöse 7 Germinal 10 Messidor

2 Brumaire 5 Pluviöse 8 Floréal 11 Thermidor

3 Frimaire ; 6 Ventóse 9 Prairial 12 Fructidor

Iedere maand werd verdeeld in 3 perioden van 10 dagen, décade genaamd. De dagen in een décadeheetten Primidi, Duodi, Tridi, Quartidi, Quintidi, Sextidi, Septidi,Octidi,Nonidi enDécadi.Deze weekvanlO dagen werdechter reeds den 31stenMaart 1802 weder afgeschaft en vervangen door de oude van 7 dagen. Nog minder schijnt de decimale verdeeling van dagen in 10 uren van 100 minuten, welke op haar beurt 100 seconden hadden, in den smaak te zijn gevallen. Toch wordt er sedert eenige jaren in Frankrijk opnieuw een levendige beweging ten gunste van de invoering van de decimale tijds- (en hoek-) verdeeling gevoerd.

Over den oorspronkelijken Joodschen kalender is weinig met zekerheid bekend. Vast staat, dat de Joden rekenden naar maanmaanden, welke aanvingen bij het eerste zichtbaar-worden van de maansikkel. Er bestonden wettelijke voorschriften, waarnaar zich degene, die de smalle maansikkel het eerst na nieuwe maan zag, had te gedragen met het oog op het algemeen bekend maken van deze waarneming door vuurseinen. Het schijnt,dat er geen vaste regel bestaan heeft om de tijdrekening naar maanmaanden in overeenstemming met den zonneloop te houden. Bovendien geschiedde het tellen der jaren niet uniform; men rekende vanaf den uittocht uit Egypte, het bouwen van den tempel van Salomo, de Babylonische ballingschap enz. Zeer lang was de Seleucidische tijdrekening in gebruik; zij houdt verband met de overwinning van Seleucos Nicaior op Demeirius Poliorcetes bij Gaza en begint met 1 October 312 v. Chr. Eerst in de llde eeuw werd zij verdrongen door de Joodsche tijdrekening, welke thans bij de Joden uitsluitend in gebruik is. Deze zou door den rabbi Hillel Hanassi (4de eeuw n. Chr.) zijn opgesteld en begint met den 7den October 3761 v. Chr. Men zegt, dat hij ook den tegenwoordigen kalender van de Joden zou hebben ontworpen. Volgens anderen is dit, althans gedeeltelijk, het werk van rabbi Samuel (l8te helft van de 3de eeuw n. Chr.), terwijl volgens een derde opvatting de Joodsche kalender eerst in de 5de eeuw is ontstaan. In ieder geval bestond de kalenderhervorming hoofdzakelijk slechts uit het opstellen van nauwkeurige regelen, welke zich zoo nauw mogelijk aan den ouden vorm van den kalender aansloten.

De Joden beginnen hun dag des avonds met het zichtbaar worden van de eerste drie sterren. Vooral in de N.lijke gedeelten van de gematigde zone treedt daardoor een belangrijk verschil in het begin van den dag op. Zij verdeelen den dag in 24 sjhaah (=

uren), een sjaah in 1080 chlakim (= deelen) en een chlak in 76 regaim (= oogenblikken). Van oudsher hadden zij de week van 7 dagen: sjeboea. De eerste 6 dagen werden geteld, de zevende, Sabbat, is een wekeüjksche rustdag.

Bij de kalenderhervorming werden de zuivere maanmaanden behouden. Om overeenstemming met den loop van de zon te verkrijgen, werd een jaar van afwisselende lengte, het zoogenaamde gebonden of luni-solaire jaar ingevoerd op de basis van den cyclus van Meton. Vandaar, dat de Joden rekenen naar cycli van 19 jaar, waarvan 12 gewone jaren met 12 en 7 schrikkeljaren met 13 maanmaanden. Elk gewoon jaar heeft 354d8h 48m40s, elk schrikkeljaar 383d 21h 32™ 43l/3s. Voor de gemiddelde lengte vaneen jaar vindt men 365d 5h 55"> 25,44s, dat is slechte rond 6m 39s langer dan een tropisch jaar. In de practijk worden natuurlijk de jaren op heele dagen afgerond.Iedere maanmaand vangt aan bij het eerste zichtbaar-worden van de maansikkel na nieuwe maan. Dat tijdstip heet moled. Het jaar moet aanvangen met den eersten moled na het lente-nachteveningspunt. De schrikkelmethode brengt echter sterke verschuivingen daarvan mede. Bovendien kent men nog een vijftal, zoogenaamde verhindringen, waarvan wij Adoe, Gatrad en Betoethakpat met name noemen, gedeeltelijk op godsdienstige gebruiken, gedeeltelijk op min of meer willekeurige bepalingen berustend, welke verschuivingen van den nieuwjaarsmoled met zich medebrengen.

Uit een en ander volgt, dat de gewone, zoowel als de schrikkeljaren in den Joodschen kalender een verschillende lengte hebben. Als schrikkeljaren worden in den 19-jarigen cyclus het 3de, 6de, 8ete, llde, 14de, 17de en 19de aangezien. De Joodsche kalender kent nu 3 verschillende soorten van gewone en van schrikkeljaren: onvolledige, regelmatige en overtallige. Om te weten, met welke soort men te doen heeft, berekent men den nieuwjaarsmoled voor het jaar in quaestie en dien voor het volgend jaar. De vraag wordt dan opgelost door de eerste tabel op nevenstaande pagina.

De lengte der maanden in de zes verschillende soorten van jaren geeft de daarop volgende tabel:

De schrikkelmaand is steeds 29 dagen lang; zij heeft geen afzonderlijken naam, daar Veadar „nog een Adar" beteekent. Soms noemt men haar ook Adar sjènè = de tweede Adar.

Volgens het boven aangevoerde, komt het er voor de berekening van den Joodschen kalender op aan

Sluiten