Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Liggen tusschen de nieuwjaarsmoleds bij een

dan is het jaar een

gewoon schrikkeljaar jaar

2 dagen 4 dagen a) onvolledig gewoon of

schrikkeljaar.

3 dagen 5 dagen b) regelmatig gewoon of

schrikkeljaar.

4 dagen 6 dagen c) overtaÜig gewoon of

schrikkeljaar.

Gewoon jaar Schrikkeljaar.

Naam der maand. • ■

a b c a b \ c

Tisjri 30 30 30 30 30 30

Marchesjwan ... 29 29 30 29 29 30

Kislev 29 30 30 29 30 30

Tebet 29 29 29 29 29 29

Sjebat 30 30 30 30 30 30

Adar 29 29 29 30 30 30

Veadar — — — 29 29 29

Nisan 30 30 30 30 30 30

Ijar 29 29 29 29 29 29

Sivan 30 30 30 30 30 30

Thamoez 29 29 29 29 29 29

Ab 30 30 30 30 30 30

Eloel 29 29 29 29 29 29

Lengte van het

jaar in dagen 353 354 355 383 384 385

om den nieuwjaarsmoled te bepalen. Het best doet men dit niet rechtstreeks, maar met behulp van het Passahfeest, dat/steeds op den 15den Nisan wordt gevierd. Het mag echter niet op een Maan-, Woens-, of Vrijdag vallen. Kent men den datum van het Paaschfeest, dan ligt, zooals uit bovenstaande tabel blijkt, de volgende nieuwjaarsmoled daar steeds 163 dagen van af. Gausz heeft ook hier een regel gegeven om den datum vanhet Paaschfeest(den I68te11 Nisan) van een jaar der Joodsche tijdrekening volgens den ouden stijl.te vinden. Wanneer A het jaartal volgens Joodsche tijdrekening is, dan geeft het verschil A — 3760 = B het Juliaansche jaar, waarin het bedoelde Passahfeest valt. Men duide nu de deelingsresten 12A + 17 „ 12B + 12

van 19 van 19 aan me^a en van

A t B

^ of van met b en vormt de uitdrukkingen:

32,0440932 + 1,5542418 a + 0,25 b — 0,003177794 A of 20,0955877 -f 1,5542418 a + 0,256 — 0,003177794 B. Beide uitdrukkingen moeten dezelfde waarde opleveren; een geheel getal met een tiendeelige breuk. Het eerste duidt men aan als M, de laatste als m. De deelingsrest C van de uitdrukkin-

M + 3A -f 5b + 5 M + 3B + 5b + 1 gen ^ en van ^

moet dezelfde wezen. Men krijgt nu de volgende'gevallen te onderscheiden:

I. Is c = 2,4 of 6, dan valt wegens Adoe Passah op den (M + l)sten Maart of, als M > 30, op den (M — 30)sten April ouden stijl.

II. Is c = 1, a ]> 6 en m ]> 0,63287037, dan valt wegens Gatrad Passah op den (M -f 2)den Maart ouden stijl.

III. Is c = 0 , a > 11 en m 5 0,89772376, dan

valt wegens Betoethakpat Passah op den (M -f l)Bt«» Maart ouden stijl.

IV. In alle gevallen wordt Passah op den Mdea Maart ouden stijl gevierd.

Hierbij valt nog op te merken, dat het jaar A een schrikkeljaar is, wanneer a > 11 en een gewoon jaar, als a < 12.

Naast een cyclus van 19, vinden wij in den Joodschen kalender een cyclus van 28 jaar, machsor gadol (grooten cyclus) genaamd. Daar het eerste jaar van de Joodsche tijdrekening met zulk een cyclus begint, vindt men door deeling door 28 het volgnummer van den loopenden; de rest heet zonnecirkel. Karakteristiek voor den Joodschen kalender zijn de vier thekoephah, waarmede het begin van de 4 jaargetijden wordt aangeduid. Men onderscheidt hen nader door de maanden, waarin zij vallen en spreekt dus van thekoephah Tisjri enz. De feest- en vastendagen zijn aan vaste data gebonden. Alleen wanneer een vastendag op Sabbat valt, wordt hij naar den volgenden dag verschoven. Een uitzondering vormt de 13de Adar; dan wordt de vastendag op den llden gevierd.

De Mohammedaansche kalender steunt op de oudere kalendarische gebruiken van de Arabieren. Deze rekenden naar zuivere maanmaanden. Mogelijk kenden zij een schrikkelmethode, maar dan pasten zij haar verkeerd toe. Want reeds ten tijde van Mohammed, die de inschakeling trouwens verbood, lagen de maanden in andere jaargetijden dan men volgens de etymologische beteekenis van haar naam mocht verwachten. Een maand was hoogstens 30 dagen lang. Zij ging aan, als twee geloovigen de nieuwe maansikkel hadden gezien, of, wanneer het weder dat onmogelijk maakte, als de vorige maand 30 dagen had.

De week was bij de Arabieren reeds voor Mohammed in gebruik. Wellicht hadden zij haar aan deJJoden ontleend, waarop de naam Sebt (Sabbat) schijnt te wijzen. De eerste vijf dagen worden eenvoudig geteld, de zesde, Dsjoema, is de rustdag, omdat Mohammed? s vlucht van Mekka naar Medina oogenschijnlijk op een Dsjoema plaats vond, de zevende is Sebt. Hun dag beginnen de Mohammedanen met zonsondergang. Nacht en dag verdeelen zij in 12 elsdal el-zemdnije (= tijduren), welke dus in de verschillende jaargetijden verschillend lang zijn. De jaren worden op bevel van Omar, den tweeden kalif, sedert 636 geteld van af het begin van het jaar in welks derde maand Mohammeds vlucht, de hedsjra, viel. Het begin van dat jaar wordt deels op den 16den, deels op den 15den Juli van het jaar 622 n. Chr. gesteld.

Ofschoon voor kleinere tijdsruimten en met name voor het volk zeer practisch, heeft deze kalender voor grootere tijdsruimten toch zeer wezenlijke nadeelen. Daarom bezitten de Mohammedanen nog

Sluiten