Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volken, die zich naar de March (Maraha, Morawa) Moraviërs of Marahanen noemden. Door Karei den Groote werden zij aan het Frankische gezag onderworpen. Onder Lodewijk den Vrome trachtte Moimir, die de overige Slavische vorsten onderworpen had, zich van de Frankische heerschappij te bevrijden, maar werd in 846 door Lodewijk den Duitscher afgezet. Zijn opvolgers zetten evenwel die pogingen voort, en Sivatopluk slaagde er zelfs in zijn gezag naar alle zijden uit te breiden. Het door hem gestichte Groot-Moravisch rijk werd evenwel door de twisten onder zijn zoons na zijn dood zoozeer verzwakt, dat het in 905 door Hongarije onderworpen werd. Sedert 1034 vormde het een deel van Bohemen en deelde de lotgevallen van dit rijk. Na het verlies van het grootste deel van Silezië aan Pruisen, werd

het overgebleven gedeelte met Moravië tot één provincie vereenigd, maar in 1849 weer daarvan gescheiden. Van nu af aan bestond de geschiedenis van Moravië tot heden toe in hoofdzaak uit de onverkwikkelijke twisten tusschen Duitschers en Czechen, die hier, evenals in de overige deelen der Oostenrijksche Monarchie, het politieke leven geheel vergallen.

Moscheles, Iqnaz, staat: hij overleed in 1807, lees:1870.

Mozes, staat: zijn broeders waren Mirjam en Aaron, lees: hij was een broeder van Mirjam en Aaron.

Muntwezen, staat in de tabel op blz. 166 voor het wettelijk gewicht van een dukaat 34,940 gram, lees: 3,4940 gram, en op blz. 167 als munteenheid voor Roemenië: 1 lei, lees: 1 leu.

N.

ÜTatrlumsulfied, lees Natriumsulfiet.

Nederland.De neven- en achterstaande tabellen geven vooreerst den stand der bevolking aan volgens de jongste volkstelling, alsmede de vermeerdering, welke in het daarop volgende jaar reeds weer heeft plaats gehad; verder geven zij een beeld van de (toenemende) uitgaven en ontvangsten van den Staat gedurende de laatste 20 jaren, alsmede van den bloei, waarin zich tegenwoordig handel en verkeer verheugen. Een overzicht van de belangrijkste staatkundige gebeurtenissen der laatste jaren in ons land laten wij hier volgen.

Geschiedenis. Het ministerie-Heemskerk kreeg tot taak het geschil op te lossen met Venezuela, dat de economische ontwikkeling van onze kolonie Curaqao zooveel mogelijk tegenwerkte en ten slotte aan den Nederlandschen consul-generaal het verblijf in het land ontzegde. Nadat langdurige onderhandelingen met den Venezolaanschen president Castro zonder gevolg bleven, zond de regeering eenige oorlogsschepen naar W.-Indië. In het begin van November 1908 kwam het tot een vlootdemonstratie in de wateren van de republiek en werden twee van haar schepen door Nederlandsche oorlogsschepen genomen. De stagnatie in haar handel en ook de verwikkelingen in de republiek zelf, welke Castro ten val brachten, leidden in December tot het weder aanknoopen van onderhandelingen met de nieuwe Venezolaansche regeering onder president Gomez. Zij zond haar minister van Buitenlandsche Zaken, Paul, voor het voeren van onderhandelingen naar Europa en trok de maatregelen, welke tegen Cura<;ao gericht waren, weder in. Evenwel zijn de geschilpunten tot heden niet afdoende geregeld geworden tusschen Venezuela en ons land.

De verkiezingen van Juni 1909 hadden het ministerie-Heemskerk een meerderheid van 60 mandaten bezorgd. Intusschen bleek, dat deze meerderheid over verschillende staatkundige vraagstukken niet zoo eenstemmig daclit, dat aan doortastenden hervormingsarbeid op sociaal gebied kon worden begon¬

nen. Vooraf onderging het ministerie een wijziging, doordat op het einde van 1909 de minister van koloniën, Idenburg, benoemd werd tot gouverneur-generaal van Nederlandsch Oost-Indië. Hij werd als minister opgevolgd door den anti-revolutionair de Waal Malefijt. Veel aandacht vroeg de zoogenaamde „lintjeshandel". In Juni 1909 had het dagblad „Het Volk" eenige feiten medegedeeld, waaruit zou kunnen worden afgeleid, dat er onder het ministerieKuyper onderscheidingen op niet geheel correcte wijze, n.1. door een bijdrage aan de anti-revolutionaire verkiezingskas, zouden zijn verkregen. Den 18aen November stelde mr. P. J. Troelstra deze zaak bij de algemeene beschouwingen over de staatsbegrooting aan de orde; hij eischte een parlementaire enquête. Den 20Bten Mei 1910 werd het voorstel-Troelstra omtrent een parlementaire enquête nader in de Tweede Kamer behandeld. Het werd, vooral na bestrijding van jhr. mr. A. F. de Savornin Lohman, den 25ste" Mei met 49 tegen alle (31) stemmen van links op één na verworpen, mede omdat reeds een eereraad de zaak in onderzoek had. Tot groote moeilijkheden gaf de Bakkerswet aanleiding. Een voorstel van L. F. Duymaer van Twist om haar in het oude zittingsjaar te behandelen, was verworpen. Toen zij daarop den 20sten October 1910 in behandeling kwam, bleek er algemeen bezwaar tegen te bestaan, dat de regeling van den arbeidsduur niet in de wet was opgenomen. Een motie-Troelstra-de Klerk, een verzoek aan den minister in dien geest inhoudend, werd aangenomen en daarmede de verwerping voorkomen. Inmiddels bleken de verschillende partijen in de coalitie over deze zaak niet eenstemmig te denken en dreigde zij, zooals dr. Kuyper zeide, „appel van twist" te zullen worden. Zulks leidde tot uitstel. Een voorstel-van Karnebeek om haar in plaats van de Tariefwet te behandelen, werd verworpen (30 Juni 1911). Eveneens een voorstel-Brummelkamp om haar in Juli 1911 te behandelen. Een voorstel-Schaper om haar in plaats van de Militiewet te behandelen, viel met 18 tegen 63 stemmen. En het was wellicht ook daarom, dat zij op

Sluiten