Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit nevenstaande tabel blijkt, dat de bevolking van Nederland in 1910 is toegenomen met 87206 inwoners of 14,89 per mille. Voor de gemeenten met eene bevolking van meer dan 100000 inwoners bedroeg die toeneming 19,78 per mille ; voor de gemeenten met een bevolking van 50001 —100000, van 20001—50000, van 5001—20000 en voor die van 5000 en minder inwoners, respectievelijk 11,71,12,06,15,76 en 11,85 per mille.

liet aantal geborenen bedroeg 28,62 op 1O00 inwoners der gemiddelde bevolking voor het Rijk; voor de bovengenoemde groepen van gemeenten, respectievelijk 25,97, 26,02,28,15, 30,15 en 29,90. Het aantal overledenen bedroeg, in dezelfde volgorde, 13,55, 12,06,12,86,13,57,13,98 en 14,44 op 1000 inwoners. De toeneming door meer geboorte dan sterfte was 88910 zielen of 15,18 per duizend inwoners der aanvangsbevolking op 1 Januari 1910. In de onderscheidene groepen van gemeenten was deze verhouding respectievelijk 14,05, 13,23, 14,67,16,29 en 15,55 per duizend. Door meerder vertrek dan vestiging nam de bevolking in totaal af met 1704 of 0,29 per duizend. De gemeenten mot een bevolking

[ van meer dan 100000 inwoners vermeerderden door meer vestiging met 5,73 per duizend. De overige groepen van gemeenten verminderden door meer vertrek respectievelijk met 1,52, 2,61, 0,54 en 3,70 per duizend. In 19 van de voornaamste gemeenten *) had in 1910 meer vertrek dan vestiging plaats. De gemeente Zwolle zag hare bevolking met een eenigszins belangrijk getal afnemen. Alleen in de provinciën ZuidHolland, Noord-Holland en Limburg was meer vestiging dan vertrek op te merken. Verder bedroeg het aantal levenloos aangegeven kinderen in 1910, 3815 van het mannelijk en 3032 van het vrouwelijk geslacht. Op 1000 geborenen kwamen in het Rijk 38,96 levenloos aangegevenen voor. In de groepen der gemeenten was deze verhouding respectievelijk 37,23, 36,67, 37,26, 39,86 en 40,23.

*) Te weten : Alkmaar, Amersfoort, Arnhem, Breda, Delft, Deventer, Dordrecht, Gouda, Groningen, Haarlem, den Helder, 's-Hertogenbosch, Hilversum, Maastricht, Schiedam, Utrecht, Vlaardingen, Vlissingen en Zwolle.

Overzicht van de Staatsuitgaven en inkomsten over de diensten 1891—1910.

STAATSUITGAVEN.

Gewone amortisa- Gewone

Dienst- Algemeene tie en aflossing uitgaven Buitengewone Totalen.

Rentebetaling. . , . (totaal kol. 5

jaren. dienst van Nationale (totaal kol. 2, uitgaven.

Schuld. 3 en 4). en

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

1891 ƒ 89,829,833.95$ / 31,239,302.63 / 2,872,545.25 /123,941,681.83$! / 6,221,791,97! ƒ130,163,473.81

1892 / 91,920,249.07| / 31,519,317.28 / 2,744,696.62$ /126,285,362,98 | / 25,503,347.63 /151,7^8,710.61

1893 / 94,167,292.75 / 31,462,359.09 / 2,839,491.37$ /128,469,143,21J[ ƒ 6,476,126.92$ / 134,945,270.14

1894 ƒ 93,747,522.42 / 31,383,939.84 / 3,032,728.50 ƒ128,164,190,76 , ƒ 3,093,279.96 /131,257,470.72

1895 ƒ 96,540,765.31$ / 31,499,888.80$ / 3,275,372.62$ /131,316,026,74$ / 1,981,047.61 /133,297,074 36

1896 / 98,604,622.74 / 29,651,223.56$ f 1,507,556.50 /129,763,402,80$ / 3,326,441.86 /133,089,844.66$

1897 /102,937,780.80 / 30,363,846.29$ / 2,708,473.77 /136,010,100,86$ / 2,500,677.33 /138,510,778.19$

1898 /105,021,376.49 / 30,819,413.04 / 2,638,043.05$ /138,478,832,58$ / 11,723,727.87$ /150,202,560.46

1899 /107,385,537.96$ / 31,678,869.66 f 3,212,520.59 /142,276,928,21$! / 7,411,696.641 /149,688,624.86

1900 /114,171,656.33 / 31,553,247.96 / 3,255,880.83$ /148,980,785,12$| / 5,180,707.19$ /154,161,492.32

1901 /115,762,356.46 / 30,858,321.36 / 3,120,923.62$ ƒ149,741,601,41$' ƒ 2,568,804.95 ƒ 152,310,406.39$

1902 /118,927,166.24$ ƒ30,630,400.45 f 3,246,868.51 ƒ 152.804 435,20$ f 9,351,020.19$ ƒ162,155,455.40

1903 /125,357,031.70$ ƒ30,823,724.41 ƒ 3,380,586.48$ /159.561,342,60 f 4,272,391.76 ƒ163,833,734.36

1904 ƒ 134,319,455.26$ ƒ 30,860,257.06$ ƒ 3,399,839.30$ ƒ 168,579,551,63$ f 6,458,218,72 ƒ 175,037,770.35$

1905 f 134,521,525.94 ƒ 31,203,162.54 ƒ 3,456,892.67$ ƒ 169.181,581,15$ / 4,549,256.00$ /173,730,837.16

1906 ƒ 136,692,868.50$ ƒ 31,789,757.33$ f 4,664,831.29 ƒ173,147,457.13 ƒ 4,762,561.21 ƒ177,910,018.34

1907 ƒ141,911,287.91 ƒ 31,348,083.51$ ƒ4,716,871.18 ƒ 177,976,242.60$ / 4.122,924.03$ ƒ 182,099,lü6.64

1908 ƒ150,789,190.16} ƒ 31,202,951.85$ ƒ 4,797,804.01$ ƒ 186,789,946.03$ ƒ 7,261,811,08 ƒ 194,051,757.11$

1909 ƒ 154,385,738.01$ f31,386,742.4!$ ƒ4,95*,317.31 ƒ 190,730,797,75$ ƒ 6,697,204.07$ ƒ197,410,001.83 19106) ƒ161,276,194.25 ƒ 31,627,180.90$ ƒ4,957 820.06$ ƒ 197,861,195 21$ ƒ 6,886,127 96$ ƒ204 747,323.18

Totaal van de buitengewone uitgaven over 1892—1910 .. f 124,109,373.03 o)

a) Waaronder f 25,160,096.08 wegens aflossing van Rhijnspoorwegobligatiën. i) Voorloopige uitkomsten.

XVI

45

Sluiten