Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komst op Perzisch grondgebied was hem mededeeling gedaan van een paar bloedige voorvallen, waaraan staatkundige invloeden niet vreemd waren. Op 'den gouverneur van Isfahan was een aanslag gepleegd en de minister van Financiën, Sani edDauleh, was, van het Parlement huiswaarts keerend, door 2 Armeniërs dood geschoten. Daar de daders in beide gevallen Russische onderdanen waren, kreeg de verbittering tegen Rusland nieuw voedsel, hoewel dit juist besloten had zijn troepen uit N. Perzië terug te trekken. Nasr el- Moelk begon met de terroristen te verbannen, wijzigde de kieswet en de grondwet, bracht de afgevaardigden er toe om zich tot partijen aaneen te sluiten en vormde het eerste meerderheids-ministerie in Perzië met Sipahdar als minister-president.

In April zond Engeland, naar het zeide om het smokkelen van wapens in de Perzische Golf tegen te gaan, van uit Bombay een expeditie naar de kust van Mekran. Wellicht moet hier gedacht worden aan een poging om druk uit te oefenen op de Perzische regeering, welke aan Engeland het recht van optie voor het aanleggen van een spoorweg van Mohammera aan de Perzische Golf naar Choremabad in de provincie Loeristan door den Britschen invloedssfeer had geweigerd. Het was duidelijk, dat de spoorwegplannen verband hielden met den Bagdadspoorweg en dus een staatkundigen achtergrond hadden. Engeland verzekerde echter, dat slechts handelsbelangen den doorslag gaven. De expeditie keerde in Mei naar Bombay terug. De voortdurende gevechten tusschen Turken en Perzen aan de N. W. grens leidden tot een conferentie tusschen afgevaardigden van beide landen. Zij werd in Mei te Konstantinopel geopend en had tot opdracht om op den grondslag van het verdrag van Erzeroem van 1847 de grenskwestie opnieuw te regelen. Punten, waarover men het niet eens worden kon zouden aan de uitspraak van het scheidsgerecht te 's Gravenhage worden onderworpen.

In het begin van Mei braken ernstige binnenlandsche moeilijkheden uit. Te Isfahan ontstond een oproer van oogenschijnlijk anti-constitutioneelen aard, waaraan ook soldaten en Bachtiaren deelnamen. De burgemeester en de commissaris van politie werden vermoord en de gouverneur geraakte in het nauw. In Z. Perzië overvielen de Kasjgais de beide nomadenhoofdlieden Gawam el- Moelk uit Sjiras, die met een escorte langs den weg van Sjiras naar Boesjr trokken; de oudste werd gedood en de jongste kon zich alleen door een overhaaste vlucht redden. Vooral dit tweede voorval gaf aanleiding tot bezorgdheid, omdat het aanleiding kon geven tot wraakneming van den aanvoerder der Bachtiaren, serdar Assad, die voor het leven van beiden had borggestaan. Zelfs vreesde de regent, dat hij zich bij de opstandelingen zou aansluiten. Om dit te voorkomen, benoemde hij hem, onder goedkeuring van het Parlement, tot minister van '' ^innenlandsche Zaken. Serdar Assad nam de benoeming aan, maar legde reeds enkele dagen daarS zijn ambt weder neer. Ook in het N. was de toe' S,nd hachelijk. Op weg van Ardebil naar Tebris

% de onveiligheid zóó groot, dat de Russische t 4>epen, welke in beide steden lagen, bevel kregen jfti Russische karavanen langs dezen weg te begejj 'den. Bij deze moeilijkheden bleef het echter niet.

'Parlement bleek niet met het Kabinet te kun-

KVI

nen samenwerken. Ten slotte gaf Sipahdar het op en vluchtte naar Europa. Daar kwam den 17aen Juli plotseling het bericht, dat de ex-sjah, Mohamed AU, te Goemoesjtepe aan de Kaspische Zee, in de nabijheid van Astrabod was geland. Sedert zijn aftreden had hij als gast van den czaar te Odessa geleefd. Weliswaar had hij met groote belangstelling alle gebeurtenissen gevolgd, maar zich toch van inmenging in de Perzische aangelegenheden onthouden. Rusland had de landing zoo al niet bevorderd, dan toch niet belemmerd, hoewel het kennis droeg van de plannen van den ex-sjah. De Turkmenen rondom Goemoesjtepe, die hem steeds trouw gebleven waren en met wie hij sedert eenigen tijd in verbinding had gestaan, schaarden zich in grooten getale aan zijn zijde. Tegelijkertijd dook zijn gunsteling Modsjaldsjel es-Saltane, die in 1909 eveneens de Russische bescherming had verworven, op in de provincie Aserbeidsjan, waar hij de Sjasjervennen en de Koerden tot opstand bewoog. Andere aanhangers van den sjah landden met een grooten voorraad ammunitie te Bakoe en deden deze met toestemming van Rusland, ondanks het protest van Perzië, over aan de Turkmenen. Prins Salar ed- Dauleh maakte zich meester van Sinna, de hoofdstad van de provincie Koerdistan, en proclameerde zijn broeder tot sjah.

Te Teheran, waar regeering en parlement elkaar nog kort te voren met alle macht bestreden hadden, werkte de gemeenschappelijke afkeer van het bewind van Mohammed AU een vereenigd optreden in de hand. Sipandar, die zich, op zijn vlucht naar Europa reeds te Resjt bevond, werd teruggeroepen en een nieuw Kabinet werd gevormd, waarin Samsam es-Saltane, de hoofdman van de Bachtiaren, optrad als minister van Oorlog, voornamelijk omdat de Bachtiaren de eenige vertrouwbare steun van de regeering waren. Verder verzocht men serdar Behadoer, den zoon van serdar Assad, om met een flink aantal Bachtiaren naar Teheran te komen, terwijl Mohamed AU en zijn aanhangers vogelvrij verklaard werden. Teheran werd in staat van verdediging gebracht en 1000 man naar Veramin, enkele km. van daar gezonden. Aan den Engelschen en den Russischen gezant te Teheran deed de regeering verder een nota toekomen, waarin zij verklaarde, dat Rusland, dat in strijd met zijn belofte in §11 van het protocol van den 26sten Augustus 1909, verzuimd had om de gangen van Mohammed AU te bewaken, de verantwoordelijkheid droeg voor alle onrust en verlies aan eigendom, welke uit diens landing zouden voortspruiten. Mohammed AU, bij wien zich behalve de Turkmenen bijna alle nomadenstammen uit het N.O. van Perzië hadden gevoegd, voelde zich weldra sterk genoeg om den tocht naar de hoofdstad te durven ondernemen. Den 21stel1 Juli trok hij onder het donderen van het geschut en toegejuicht door de menigte, Astarabad binnen. Van hier uit haastte hij zich om aan de Europeesche mogendheden officiëel mede te deelen, dat hij den Perzischen troon weder had bestegen. Hij verklaarde zijn zoon, sjah Achmed Mirsa, voor onterfden uitgesloten van de troonopvolging en wees tevens zijn broeder, Sjoea es-Saltane, als troonopvolger aan. Van uit Astarabad rukte zijn leger in verschillende afdeelingen naar de hoofdstad op. Inmiddels was Sipahdar, waarschijnlijk niet zonder grond verdacht van met Mohammed AU te heulen, ontheven van

46

L.

Sluiten