Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stockholm, Gotenburg en Karlskrona en tot het ! 1 aanleggen van een groot vlootstation in de Stock- c holmer scheren. Bovendien sloeg zij voor om den ac- \ tieven diensttijd voor de infanterie van 8 op 12 1 maanden te brengen en over te gaan tot het vormen ( van nieuwe korpsen reservetroepen. De regeering nu { maakte deze plannen in hoofdzaak tot de hare. De ï opgewonden debatten in de Tweede Kamer over deze voorstellen eindigden hiermede, dat er, na ver- i werping van een socialistische motie over de ont- < wapening, met groote meerderheid een voorstel van 1 de liberalen werd aangenomen om de finantiëele 1 zijde van het verdedigingsvraagstuk aan een hernieuwd onderzoek te onderwerpen. Ook het beheer ! van de marine kreeg het hard te verantwoorden. De begrootingscommissie deed den 3'Jcn Mei zelfs het voorstel, om den vorigen minister van Marine, schout-bij-nacht Ehrensvard, wegens overschrijding van den post voor vlootmanoeuvres met 1 millioen kronen, alsnog ter verantwoording te roepen. Het was slechts aan de weigering van de grondwetscommissie (20 Mei) te danken, dat de zaak geen voortgang had. Eveneens kon de regeering een eersten post voor een jaarlijksche uitgave van 4 millioen kronen voor den bouw van een pantservloot er slechts tegen het nadrukkelijk protest van de Tweede Kamer, doorkrijgen, door hem aan de gemeenschappelijke stemming van beide Kamers te onderwerpen. In de Eerste Kamer toch beschikte zij over de overgroote meerderheid der stemmen.

Het reeds herhaaldelijk ingediende liberale voorstel tot het verleenen van actief en passief kiesrecht aan de vrouwen, viel den 17den Mei door den tegenstand van de Eerste Kamer, terwijl omgekeerd de Tweede Kamer het wetsontwerp omtrent de regeling van collectieve overeenkomsten tusschen werkgevers en werknemers verwierp.

Met belangstelling werden de verkiezingen voor de Tweede Kamer te gemoet gezien. Voor den eersten keer toch zouden deze op den grondslag van het in 1909 ingevoerde, algemeene, gelijke en geheime kiesrecht met evenredige vertegenwoordiging plaats hebben. Het resultaat van de verkiezingen, welke gedurende de geheele maand September duurden, was de val van het conservatisme, dat van 1905 het land had beheerscht. Het aantal conservatieve mandaten daalde van 93 op 64, terwijl dat der socialisten van 35 op 64 steeg. Deze nederlaag van het ministerie werd nog vergroot door den uitslag van de aanvullende verkiezingen voor de Eerste Kamer, welke gelijktijdig plaats hadden en waarbij de conservatieven 13 zetels aan de liberalen en 2 aan de socialisten verloren.

Den 30sten September trad het ministerie-Lindman, ofschoon het nog over een meerderheid in de Eerste Kamer beschikte, af. De socialisten weigerden aan de regeering deel te nemen. Daarop nam de liberale partijleider Karl Albert Staaft, die reeds vroeger gedurende korten tijd als minister-president was opgetreden, op voorwaarde van onmiddellijke ontbinding der Eerste Kamer, de vorming van^een zuiver liberaal Kabinet op zich. Het werd den 7den October benoemd. Slaaff trad op als voorzitter, terwijl de beide militaire portefeuilles in handen van burgerlijke personen kwamen. De eerste regeeringsdaad van het nieuwe ministerie was de ontbinding van de Eerste Kamer (19 October). In het begin van

April 1912 diende de regeering wederom het wetsontwerp omtrent het kiesrecht der vrouwen in. Het wil den vrouwen het actief en passief kiesrecht verleenen op dezelfde voorwaarden als aan de manneni Gehuwde vrouwen, wier mannen de laatste 3 jaar geen belasting hebben betaald, zullen van het kiesrecht zijn verstoken.

Evenals in de andere Scandinavische landen, was ook in Zweden de verhouding tusschen werkgeversen nemers in 1911 zeer gespannen. Den 10aen Juli kwam het tot uitsluiting van 40 000 bouwvakarbeiders. Pogingen tot verzoening mislukten herhaaldelijk. In de buitenlandsche staatkunde bleef de verhouding tot Noorwegen het moeilijke punt. Vier Zweedsche zeeofficieren, die op een tochtje op sneeuwschoenen de Noorsche grens hadden overschreden, werden, verdacht van spionnage, eenigen tijd gevangen gehouden, hetgeen in Zweden tot levendig misnoegen aanleiding af. Daarnaast bracht tegen het midden van Juli het gerucht, dat Noorwegen van plan was het eiland Spitsbergen, dat een jaar te voren op de Noorweegsch-Russisch-Zweedsche conferentie te Christiania onzijdig verklaard was, ondershands in zijn macht te brengen, de gemoederen in opschudding. Den 14den Mei 1912 kwam echter tusschen Noorwegen, Zweden en Rusland een overeenkomst tot stand, waarbij bepaald werd, dat Spitsbergen neutraal grondgebied zal blijven en dat het bestuurd' zal worden door een commissie, bestaande uit één vertegenwoordiger van elk der drie rijken. ...

Zwitserland. Een hernieuwd initiatiefvoorstel van de ultramontanen en de socialisten omtrent het invoeren van evenredige vertegenwoordiging voor den Nationalen Raad, werd bij de volksstemming van den 23Bten October 1910 met 265194 tegen 240 305 stemmen verworpen. Een vergelijking met de stemming van den 4de" November 1900, toen hetzelfde voorstel met 244 666 tegen 169 008 stemmen viel, toont aan, dat het evenredig kiesrecht en daarmede de versnippering van de vrijzinnige meerderheidspartij niet meer is af te wenden. Daarnaast bevat de stemming een afkeuring over de samenstelling en de wijze van werken van den Bondsraad, welke zich tegen het voorstel verklaard had. De groote grief is, dat hij zoodanig met kleine bestuursaangelegenheden is overladen, dat, vooral in buitenlandsche aangelegenheden, zijn leiding alle zekerheid en vastheid mist. De Vrijzinnige Partij verklaarde daarom reeds op een bijeenkomst van den 26sten September 1910 te Aarau, dat een herziening van het bondsbestuur dringend noodig is en wees de vrijzinnig-demokratische fractie in de Bondsverga■ dering aan om daartoe de voorbereidende stappen s te doen.

Grooten tegenstand vond ook het St.-Gotliardi verdrag met Duitschland en Italië. Men maakte de i regeering er een verwijt van, dat door de uitbreiding t van de meestbegunstigings-clausule over het geheele ; Zwitsersche spoorwegnet, de vrijheid in tariefvragen 1 voor goed wordt prijsgegeven. Een vergadering van 1 tegenstanders besloot den 29sten September 1910 te

- Bern tot een systematische actie tegen het verdrag, ï Zijjbeoogt een monster-petitie aan de Bondsvergade-

- ring, bij welke de beslissing berust. Tot bondspresi; dent voor 1911 werd Ruchett, tot vice-president i Forrer gekozen.

Sluiten