Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PERSPECTIEF.

Inleiding.

Bladz.

§ 322. Nut eener perspectievische teekening. Wat men verstaat door het in perspectief brengen van een voorwerp en de daarbij voorkomende benamingen: het glas of het tafereel, het grondvlak, de grondlijn, het oogpunt, eene ooglijn, een oogvlak, de perspectief van een punt, de

perspectief van eene lijn 229.

Utool 1. Gevallen waarin het tafereel bestaat uit een gebogen vlak

of uit verschillende vlakken 230.

Noot 2. Bij teekeningen van landschappen wordt de begane grond

als grondvlak aangenomen 230.

§ 323. Wat de schijnbare omtrek van een voorwerp is. De perspectief van dien omtrek. Somtijds worden ook onzichtbare lijnen in perspectief gebracht.

De perspectief opgevat als eene polaire of centrale projectie kan ook vergroote of omgekeerde beelden der voorwerpen geven 231.

Gewone perspectief.

§324. Over de betrekkelijke plaatsing van oog, tafereel en

voorwerp bij de gewone perspectief.

Eene perspectievische teekening moet steeds worden

beschouwd van uit het punt, waar bij de vervaardiging

het oog werd ondersteld geplaatst te zijn.

Hoe men de distantie, volgens hetgeen de ondervinding

over het zien leert, moet regelen 232.

§ 325. Wat men omtrent de hoogte van het oog in acht moet nemen. In welk geval men een vogelvlucht-perspectief verkrijgt 234.

§ 326. Opheldering van het vorenstaande door middel van de perspectievische afbeelding van een gedeelte van het binnenplein der K. M. Academie 235.

§ 327. In de werkelijkheid zien wij met twee oogen; daarom zouden dan ook zoogenaamde stereoscopische beelden moeten vervaardigd worden 235.

Sluiten