is toegevoegd aan je favorieten.

Menschen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een beetje zooals wij, naar het winket en kwam met een kaartje terug. Wij konden onze oogen niet gelooven, namen een kaartje van vijf cents en volgden hem. Er stond een trein klaar om te vertrekken. Tist kroop er in, gaf ons de hand door het raampje.

— Vaartwel, vrienden, zei hij... Sus, doe de complimenten aan mijn vrouw en zeg dat ik naar Parijs ben... Dree, jongen, ik ben niet kwaad zulle, al hebt ge mij verjaagd.

Wij waren beiden plots nuchter geworden toen de trein wegreed en wij Tist nog in de verte met zijn hoed zagen zwaaien. Ik nam Dree mee naar huis om koffie te drinken. Hij sprak niet meer van den bond en ik heb hem er nooit meer hooren over spreken... Mijn vrouw zag zuur en schuddebolde toen ik haar vertelde dat Tist naar Parijs vertrokken was.

— Zattemansstreken, zei ze mjsprijzend, maar voegde er toch bij dat wij de vrouw van Tist moesten verwittigen.

Het was geen aangename boodschap !Met lamme beenen slenterden wij naar het winkeltje op den Driesch. Siska stond achter haar toog. Ze zag niet eens verwonderd.

— Het is mijn schuld, jammerde Dree, met over den bond te zeeveren.

— Wat? vroeg Siska.

— Tist is naar Parijs vertrokken, fluisterde ik.

— Naar Parijs?

— Ja, naar Parijs.

— Hij wou al lang Fransch leeren, vergoelijkte de engelachtige vrouw.

— Ik moest de complimenten doen. Maar nu vraag ik mij af of hij wel geld had voor de reis.

— Ik geloof het niet, zei Siska, niet genoeg om lang