is toegevoegd aan je favorieten.

Noord-Hollandsche menschen en dingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XV.

ALS BARTEL LOTEN MOET.

Als Bartel loten moet, zitten en loopen zijn huisgenooten en hijzelf met lang uitgerekte gezichten en laag neergetrokken mondhoeken.

Ach, de stille, goede koeien, waartusschen en waarmede wij leven, wekken in het geheel geen krijgsmansneigingen in ons op. Ach, wij, op het Noord-Hollandsche land, hebben geen militair haartje op heel onze kruin. Ach, het gedachtenbeeld alleen reeds van onzen Bartel, met een koperen-knoopen-jas om de leden in plaats van den blauwen kiel, en een karabijn over den schouder in plaats van de tweetandige hooivork, vervult ons met hart-omdraaienden afschuw.

En ons dan voor te stellen, dat de arme jongen, zoo uitgedost, nog bovendien zal gecommandeerd worden! Vader en moeder zelf hebben hem nooit iets gecommandeerd. Het gaat ons door de ziel, ons in te denken, dat een vreemde onzen Bartel straks barsch zal toeschreeuwen: „Links, rechts!" „Links, rechts!" tot Bartel, wien vader noch moeder ooit zelfs verzocht hebben: „Bartel, wilt gij, alstubelieft, eens