Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontdekte en Haemon haar en zichzelf doodde. Haar edel gedrag tegenover vader en broeder wordt dikwijls door attische treurspeldichters vermeld. — 2) dochter van Eurytion, gemalin van Peleus. Toen Peleus de liefde van Astydaniëa onbeantwoord liet, zond deze aan Ant. het onware bericht, dat hij op het punt was met Sterope in het huwelijk te treden. Hierdoor misleid, hing Ant. zich op. — 3) dochter van Laomedon. Zij was zoo trotsch op haar schoone lokken, dat Hera haar strafte door ze in slangen te veranderen, waarop de goden medelijden met haar kregen en haar in een ooievaar veranderden.

Antigunêa, -nia, 'AmyAvfM, -vut, naam van onderscheidene steden, als: 1) in Syria aan den Orontes, residentie van Antigonus, den gewezen veldheer van Alexander den Grooten. Later bracht Seleucus Nicator het grootste gedeelte der inwoners naar het door hem in de nabijheid gestichte Antiochïa over. — 2) in Macedonia aan den Axius. — 3) in Chalcidice. — 4) in Epirus aan den Aöus. Ook Alexandrïa Troas en N icaea in Bithynia hebben een tijd lang dezen naam gedragen.

Antigonns, ' Aviiyomq, 1) Kvxkaxp of Movó(p&n).f/oq, afstammend van de vorsten van Elymiötis, een man van een lieerschzuchtig, maar vast karakter, een van de voortreffelijkste veldheeren van Alex. d. Cr., die hem in 333 tot satraap van Phrygië aanstelde. Bij de verdeeling van het rijk na den dood van Alex., kreeg Ant. Groot-Phrygië, Lycië en Pamphylië, maar daar hij zich tegen de bevelen van Perdiccas verzette, was hij genoodzaakt naar Antipater te vluchten. Toen deze na den dood van Perdiccas rijksbestuurder werd, kreeg Ant. zijne landen terug en werd hem tevens het opperbevel opgedragen tegen Eumenes, den standvastigen verdediger der rechten van het huis van Alex. Na den dood van Antipater (319) vereenigde Ant. zich met Cassander, Ptolemaeus en Seleucus tegen Polyperchon, en toen Eumenes door verraad in de handen van zijn vijand gevallen was, was Ant. heer over geheel Voor-Azië en Syrië (316). Maar deze groote macht wekte bij zijne bondgenooten wantrouwen op, en toen Ant. nu ook Seleucus van het stadhouderschap over Babylonië beroofde, vereenigden zij zich met Lysimachus tegen hem (315). Nu ontstond een lange oorlog, die in Azië, Griekenland en Aegypte met afwisselend geluk gevoerd werd, en waarin Ant. door zijn dapperen zoon Demetrius Poliorcëtes bijgestaan werd. De nederlaag door dezen in 312 bij Gaza geleden, dwong Ant. wel vrede te sluiten, doch spoedig werd de oorlog hervat, en in 306 behaalde Demetrius in den zeeslag bij Salamis op Cyprus eene groote overwinning op Ptolemaeus, waarna Ant. den titel van koning aannam, welk voorbeeld weldra door zijn tegenstanders gevolgd werd. Eindelijk werd. in den grooten slag bij Ipsus (301), waarin Ant. sneuvelde en Demetrius op de vlucht gejaagd werd, het lot van Azië ten gunste der verbondenen beslist. — 2) rovaxat;, (zoo genoemd naar zijn geboorte¬

plaats Goni of Gonnus of naar een ijzeren band, dien hij om de knie droeg), zoon van Demetrius Poliorcëtes, wist zich in de Peloponnësus te handhaven, toen zijn vader uit Macedonië verdreven werd (287). Na diens dood (283) werd hij koning van Macedonië, ofschoon hij tot 276 eerst door Seleucus, later door Ptolemaeus Ceraunus verhinderd werd de regeering te aanvaarden. Later werd hij nog tweemaal uit zijn rijk verjaagd, eerst door Pyrrhus, vervolgens door Alexander van Epirus, maar telkens keerde hij terug en eindelijk onderwierp hij zich ook Epirus. In 277 overwon hij de Galliërs in een grooten slag bijLysimachia, later bestreed hij het achaeïsch verbond, maar zonder gevolg. Hij stierf in 240. — 3) Aóiaior (die altijd geven zal, maar nooit geeft) of 'EitiiQorcoQ, kleinzoon van Demetrius Poliorcëtes, bestuurde Macedonië na den dood van Demetrius II (230), met wiens weduwe hij later trouwde, als voogd van Philippus III en later als koning. In het begin van zijn regeering was hij genoodzaakt een oorlog tegen verschillende grieksche staten te beeindigen door een vrede, waarbij de onafhankelijkheid van bijna geheel Griekenland erkend werd. In 221 werd zijn hulp ingeroepen door Aratus, die het achaeïsch verbond onder macedonische bescherming stelde. Ant. trok naar de Peloponnësus, overwon Cleomenes (z. a. n°. 4) in den slag bij Sellasia, dwong Sparta tot het achaeïsch verbond toe te treden en vestigde door zijne overwinningen opnieuw den macedonischen invloed in Griekenland. Spoedig na zijn terugkomst in Macedonië overleed hij.— 4) van Carystus, leefde aan het hof van Attalus I en was schrijver van een aantal werken over geschiedenis, biografie, kunst, enz. Bewaard gebleven is een verzameling van merkwaardigheden op natuurhistorisch gebied.

'controleur over het geldelijk beheer van den raad (git. rijt; /ïoiof van den schatmeester (drr. rijs di.oixi]ani>e), in beide gevallen door het volk verkozen.

'verweerschrift, eigenlijk antwoord op eene ; de arxiytiaif^ bevatte echter niet altijd eene verdediging tegen de aanklacht, maar konde ook de bevoegdheid van rechtbank of aanklager betwisten, enz. Aanklacht en verweerschrift worden soms te zamen dmyt><i<i>ui genoemd.

Antililianns, 'Avn.il/9nvoq, bergketen ten Oosten van en evenwijdig met den Libanon of Libanus.

Antilochus, ' AvxlXo^oq, zoon van Nestor en Eurydice of Anaxibia, een van de dapperste telden voor Troje, en na Patroclus de dierbaarste vriend van Achilles. Hij werd door Memnon verslagen, terwijl hij zijn vader uit een groot gevaar redde, daarom wordt hij 0J.o.'fdrap genoemd. Zijn asch werd bij die van Achilles en Patroclus bijgezet.

Antimachns,' An-Lnayoc, 1) atheensch volksredenaar, tijdgenoot van Aristophanes. — 2) dichter en grammaticus uit Colophon, omstreeks 400, door Plato hoog geschat. Zijne

Sluiten