is toegevoegd aan je favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op een tractement van ƒ2200, behalve de emolumenten. Reeds een jaar tevoren was hij tijdelijk toegelaten tot de Hooge Tafel als geassumeerd lid in Rade van India *), in welk college hij 23 Augustus 1654 volgens besluit van Heeren Zeventien van 20 Januari van dat jaar, als extra-ordinaris lid werd bevestigd op f 3400 's jaars. Intusschen was Van Goens in 1640 gehuwd met Jacomine Rosegaard uit Leiden, weduwe van Jan Lievens, provisioneel luitenant in dienst der Compagnie. Zij schonk hem in den tijd van zes jaren vijf kinderen, vier zonen en één dochter, van wie er drie, onder welke de dochter, reeds in 1648 overleden waren.

Gedurende zijn bedieningen te Batavia werd Van Goens voor verschillende zendingen gebruikt. In 1644 werd hij met een zending naar Palembang belast, op welke reis bij tevens de koningen van Jamby en Johor uit naam der Compagnie had te begroeten. Twee jaar later fungeerde hij als opperhoofd van ,,'s Compagnies commercie" te Jamby. Vijfmaal heeft hij de belangen van de Compagnie behartigd op soms gevaarlijke zendingen naar het hof van Mataram *), en eenmaal als gezant van de Hooge Regeering bij den koning van Siam, waar hij tevens als commissaris het kantoor visiteerde (1649/50). In die laatste qualiteit inspecteerde hij in 1653/54 de westelijke kantoren Ceylon, Suratte c. a. en Wingurla. ')

In 1649 trad hij voor het eerst op als krijgsman. Toen werd hij met vier schepen naar Straat Soenda gezonden om twee genueesche schepen „met Uef of leed" naar Batavia te brengen, welke opdracht bij met succes volbracht. Ook in 1653/54 op den tocht als commissaris naar de westelijke kwartieren was hij commandeur over de navale macht en de militie te lande en heeft hij twee overwinningen op de Portugeezen behaald, waarbij in de eerste 40 vijandelijke fregatten of galeien verbrand of veroverd, en in de tweede vier zware portugeesche galjoenen werden vernield en één werd genomen. *)

De arme achtergebleven weesjongen had het in 20 jaar tijds op 35 jarigen leeftijd van assistent gebracht tot extra-ordinaris lid van den Raad van Indië, en nu meende bij den tijd gekomen, om naar

*) Zie boven p. 13.

*) In 1648, 1650. 1651, 1652 en 1654: De Jonge. Opkomst, VI p. VI en 28; p. XLVI en 50 vlgg., p. LV en 44 vlg. en 46-53. *) Beneden Hoofdstuk 10.