is toegevoegd aan je favorieten.

Radio-telegrafie in de tropen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bewegingen geven aanleiding tot luchtstoringen in de onderste lagen, waarvan de sterkte afhankelijk is van de al of niet beschijning door de zon der midden- en onderste lagen, dus van dag en nacht. Behalve deze voortdurende bewegelijkheid, die niet met de zon behoeft samen te hangen (vermoedelijk dit ook niet doet, doch meer met cosmische ladingen zal samenhangen), brengt de zon dit spiegelvlak in golvende beweging, die de zon volgt op eene wijze ongeveer, doch electrisch gedacht, als eb en vloed door den maansinvloed ontstaan. Deze invloed is het sterkst voor die plaatsen die het meest naar de zon zijn toegekeerd, d. i. voor die welke een breedte hebben, overeenkomende met de zonnedeclinatie. Het symbool voor den daaruit voortvloeienden dagelijkschen gang is dan en de golving wordt zwakker al naar mate de plaatsruimte meer van de zonnedeclinatie afwijkt; bij een verschil van 20—30 graad ontstaat de overgangsvorm en is het dagverloog-symbool —terwijl bij meer dan 30° verschil de onsymmetrische vorm praktisch ophoudt (symbool w ). 30° ter weerszijden van den weg van dc zon, houdt deze electrische ebbe- en vloedbeweging, globaal gesproken derhalve praktisch op.

Deze golving in den bovenspiegel geeft dus volgens mijne hypothese aanzijn aan het algemeen dagverloop der luchtelectrische storingen, wat den vorm van het verloop betreft.

Er zij hier wederom op gewezen, dat men van andere zijden daarop ook de golvende verandering in den loop van het aardmagnetisme heeft moeten baseeren.

II. Aandeel der lagere luchtlagen. Wat de sterkte betreft, zijn hier echter blijkbaar atmosferische toestanden van de onderste lagen van den grootsten invloed. Eensdeels wijken de waarden voor de verschillende dagen van de maand dikwijls sterk af van het gemiddelde (dit is goed zichtbaar op fig. 17, waar naast de gemiddelde maandkromme gestippeld de, op de verschillende daguren gedurende die