is toegevoegd aan je favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Araceeën.

De Araceeën of Aaronskelkachtigen zijn gekenmerkt door de enkelvoudige bloeikolf die uit een groot aantal, zeer eenvoudig gebouwde, dicht opeengedrongen, op een vleezige as geplaatste bloempjes bestaat. Onder de bloeikolf komt een schutblad of bloeischeede voor, die gewoonlijk bloemkroonachtig gekleurd is. Meestal zijn de bloemen éénslachtig, gewoonlijk éénhuizig, bij enkele vertegenwoordigers van deze familie zijn de bloemen tweeslachtig. De bloempjes zijn gewoonlijk naakt. De vrucht is in den regel een besvrucht.

Het zijn geen boomen of heesters maar gedeeltelijk overblijvende kruidachtige planten met knollen of wortelstokken, gedeeltelijk wortelklimmers, een enkele soort is een losdrijvende waterplant. De bladvorm is zeer verschillend, dikwijls hart- of pijlvormig, maar ook lintvormige, veerspletige, hand- of voetvormige en dubbel of drievoudig samengestelde bladeren komen voor.

De Araceeën vormen een groote plantenfamilie die bijna uitsluitend in de tropen voorkomt. De wortelstokken en knollen van sommige soorten bevatten veel meel en worden als voedsel gebruikt. Behalve meel komen er echter meestal nog scherpe stoffen in voor zoodat zij dikwijls voor den mensch ongenietbaar zijn of slechts na een bepaalde voorbereiding als voedsel gebruikt kunnen worden. Verscheidene Araceeën zijn vergiftig, het sap uit de stengels en bladeren van sommige soorten kan huidontsteking veroorzaken. Van een enkele soort zijn de wortelstokken als specerij in gebruik.

Bijzondere vermelding verdienen:

De Kembang bangke (Amorphophallus varidbilis), afgebeeld op

Plaat IV, Fig. 4 en besproken op bl. 59.

De Tales en de Senté (Colocasia antiquorum en Alocasia macrorhiza) afgebeeld op Plaat IV, Fig. 1 en besproken op bl. 61. De Olifantsooren (Anthurium crystallinum) afgebeeld op Plaat IV, Fig. 5 en besproken op bl. 61. Behalve Anthurium crystallinum ziet men ook nog andere soorten van dit geslacht af en toe in kuituur, o. a. een kleine soort met helderroode bloeischeede. Het geslacht Caladium, waartoe talrijke kruidachtige sierplanten met knollen en hart- of pijlvormige, rood-, wit- en groengevlekte bladeren behooren. Een bekende soort is afgebeeld op Plaat IV, Fig. 3.