is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaring van den Katechismus der Nederlandsche bisdommen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onwetendheid in den godsdienst. „Indien gij de gave Gods kendet" Jo. IV, 10, zoudt gij alles geven, om den goddelijken schat te verkrijgen, die tot hiertoe voor u in den akker der Kerk verborgen lag (Mt. XIII, 44).

2°. Christus is door den hemelschen Vader gezalfd tot koning volgens de voorzegging der Profeten, (bl. 57). Als God is Christus de Schepper, de Bestuurder, de Koning van hemel en aarde, maar ook als mensch is Hij door den hemelschen Vader gezalfd tot koning. Hij zelf beleed voor Pilatus koning te zijn (Jo. XVIII, 33 ss). Maar gelijk Hij zelf getuigt, is zijn koninkrijk geen aardsch koninkrijk, gelijk de zinnelijke Joden verwachtten, maar een geestelijk koninkrijk 1). Van dit koninkrijk sprekende, zegt Christus: „Mij is alle macht gegeven in den hemel en op aarde". Mt. XXVIII, 18. Het geestelijk rijk van Christus is in den hemel en op de aarde; Hij is de Koning der glorie en der genade.

Reeds van het begin der menschwording was Christus, krachtens de persoonlijke vereeniging der menschelijke natuur met den goddelijken Persoon des Woords, in het bezit van zijn koningschap. Tijdens zijn sterfelijk leven heeft Hij zijn koninklijke bediening uitgeoefend door het stichten der Kerk, het instellen der H. Sacramenten, het uitvaardigen van wetten, het aanstellen der kerkelijke overheid, die als zijn plaatsvervangster de Kerk moet besturen, welke Hij zich door zijn Bloed gewonnen heeft.

Heeft Christus zijn koningschap reeds uitgeoefend op deze aarde, in een staat van diepe vernedering en onbeschrijfelijk lijden, gekroond met een doornen koningskroon, in den hemel begon Hij, nadat het verlossingswerk volbracht was, de volle uitoefening van zijn koningschap, gekroond met heerlijkheid.

Hij begon zijn verheerlijkt koningschap met zijn nederdaling ter helle, zijn verrijzenis, zijn hemelvaart. En nu zetelt Hij

*) Op de vraag, of Christus als mensch ook recht had, om als aardsch koning- over alle volkeren der aarde te gebieden, geven veel godgeleerden een bevestigend antwoord. Zij voegen er nochtans bij, dat Christus van zijn koningsrecht geen gebruik wilde maken, omdat Hij den mensch wilde verlossen door een armoedig en nederig leven, door lijden en sterven. „Non eripit mortalia, qui regna dat caelestia".