Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geloof is, naar de omschrijving van onzen Catechismus, zekere kennis en vast vertrouwen. Twijfel is nóch zekere kennis, nóch vast vertrouwen, maar onzekere, wankele, aarzelende kennis over Gods openbaring en wantrouwen van Gods beloften.

't Is waar, een massa twijfel wordt geboren uit de innerlijke beangstiging, dat men Gods genade niet waard is; men acht zich zoo zondig, zoo bedorven, zoo onrein, dat men zich Christus en Zijn weldaden niet durft toeëigenen; men wil zoo graag gelooven, maar men durft niet. Men is zoo bang zich voor de eeuwigheid te bedriegen en men wil niet gaarne met een ingebeelden hemel naar de hel gaan.

Toch komt deze twijfelzucht voort uit ongeloovigheid. Men durft Gods onvoorwaardelijke uitspraken niet aanvaarden; men ziet eenzijdig in de richting van zichzelf en ziet daardoor God voorbij. Men opent het oog voor eigen zonden, schuld en smet en sluit het voor Gods vergevende genade, vrijspraak en heiliging.

Deze twijfel moge verklaarbaar zijn, hij is niet verdedigbaar. Hij is zonde. En moet dus ook als zonde worden beleden en bestreden.

Hij houdt ten innigste verband met zijn oorsprong. Hij is immers uit hoogmoed geboren. Het „gij zult als God zijn" ligt met het ontstaan er van verweven en verstrengeld. Wie twijfelt, wil of durft zich niet volkomen onderwerpen aan het souvereine Woord Gods.

Het niet willen is natuurlijk erger dan het niet durven. Maar toch ook dit laatste is wankelmoedigheid ten opzichte van Gods beloften, is wantrouwen tegenover Gods aanbod van genade, is onbereidheid om zich onvoorwaardelijk aan Gods goedertierenheid over te geven. De zondaar is van

Sluiten