Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 Si j hlL^-o -A»

BIJ DE GEBEDEN DER HEILIGE MIS.

De commissie heeft verschillende liturgische werken bestudeerd en o.a. geraadpleegd:

1? Volstündiges Gebetbuch für katholische Christen. Herausge-

geben von F. H. Reusch. 1877. 2? Gebetbuch der christkatholischen Kirche der Schweiz 4' Auf-

lage. 1893.

3° Liturgie de l'Eglise Gallicans. 6» édition. 1891. 4? Liturgisches Gebetbuch. Mannheim. 1885.

1. De commissie stelt voor den gebruikelij ken/waZwi 42, aan den voet van het altaar, te laten vervallen. Zij meent, dat de inhoud van dezen psalm in zijn geheel minder geschikt is voor het doel, waarvoor hij gebezigd wordt. Ook is het gebruik daarvan niet algemeen.

2. De commissie acht het wensehelijk het gebed: Oramus Te Domine etc. weg te laten, omdat in sommige onzer kerken geen reliquiëen van Heiligen onder het altaar aanwezig zijn en de echtheid van de wel aanwezige zoo moeielyk te bewijzen is.

3. Daar de Introïtus, bestaande uit een paar psalmverzen, bij den aanvang van de godsdienstoefening reeds gezongen is, acht de commissie het overbodig dezen nog eens lezende te herhalen.

4. Het komt der commissie wensehelijk voor, sommige epistels en evangelies, die voor de eenvoudige geloovigcn wel wat diepzinnig zijn of vreemd klinken, door andere te verrangen. Bovendien zou zy voor Zon- en feestdagen wel een dubbel stel epistels en evangelies wenschen, opdat in de keus van stof voor de predikatie meer afwisseling zij en vooral ook het Oude Testament meer bekend worde.

5. Graduale en Tractus, als niet meer beantwoordende aan het doel, waarvoor zij bestemd waren, meent de commissie te kunnen laten vervallen.

De Sequentia kan bij enkele gelegenheden gezongen worden.

Sluiten