Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WEEKING VAN ARTIKEL 23.

Sints 1816 heeft in onze Nederlandsoh-Hervormde kerk geen gebeurtenis, zóó gewichtig, van zóó vér reikende strekking plaats gegrepen, als de invoering van het directe stemrecht der gemeente. Als met een tooverslag is geheel het gelaat onzer kerk door dien maatregel zóó veranderd en onkenbaar geworden, dat men nauwlijks aan geleidelijken overgang gelooven kan, en zonder vrees van door de uitkomst te worden geloochenstraft, de stellige verwachting mag uitspreken, dat voor nog lange jaren onze kerkelijke toestand uitsluitend door dat fameuse artikel zal worden beheerscht.

Het éclat van den maatregel was te meer verrassend, naarmate het minderwas verwacht. Niet alsof sommigen van geloovige zijde zonder goede hope met zoo taaie onverzettelijkheid op de invoering der vrije verkiezing waren blijven aandringen, maar toch ontbrak aan die verwachting alle evenredigheid met de uitkomsten die men verkreeg. De onmogelijkheid waarin men dusver verkeerde, om het terrein te verkennen en ook maar benaderend de wederzijdsche strijdkrachten te ramen, had als altijd in de schatting der meeningen de schaal ten gunste der heerschende richting doen overslaan. Bg gebrek aan juister maatstaf had men met het bloote oog gemeten, en ook hier toonde de uitkomst weer, hoe licht het oog door gezichtsbedrog wordt misleid.

Sluiten