Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan raadpleging der gemeente zelve, in wier schoot het ontredderd gezag was teruggevallen; en zonder iets terug te nemen van wat straks tegen Art. 23 is gezegd, acht ik het aanvaarden van dat artikel als uitgangspunt voor een wettig kerkbestuur niet alleen geoorloofd, maar zelfs door den eisch der omstandigheden geboden.

Juist daarom heb ik mij de houding derzulken niet kunnen verklaren, die de directe verkiezing zochten in te voeren, waar zij meenden te zullen winnen, en tegenwerkten, waar zij voor verlies aan invloed beducht waren. Dit is beginselloos, dat is een gelegenheids politiek, waarmeê men op het terrein der christelijke kerk nimmer vrede mag hebben. Wat toch was hier de vraag? Enkel het verwijderen van eenig liberaal of modern kerkeraadspersoneel ? Daartoe zal in onze gereformeerde kerk een maatregel als van Art. 23 nooit of nimmer een geoorloofd middel heeten. Neen, maar het gold de vraag, of men met verwerping van het Caesaropapistisch onrecht, waarop het bestaande kerkbestuur rustte, allerwege, voor onze gansche kerk, een nieuwe, een in echten zin kerkrechtelijke basis verkrijgen kon, om uit den onhoudbaren toestand te geraken. Alleen uit dat oogpunt kon de maatregel aanvaard worden, zonder prijsgeving onzer beginselen. Op elk ander standpunt is en blgft de aanvaarding der directe verkiezingen, het heulen met een modern, revolutionair begrip, dat én door het wezen der kerk, én door ons hervormd kerkrecht, ten sterkste gewraakt wordt: en een aanvaarden van dat verderfelijk beginsel alleen uit utiliteits-berekening, alleen om voor het oogenblik het gezag in geloovige handen te spelen, op gevaar af van het straks onherroepelijk in zeer ongeloovige handen te zien overgaan.

Onberekenbaar zijn de nadeelen, door die beginsellooze houding ons berokkend. "Vooreerst toch is het groote doel: het verkrijgen van een nieuwe basis voor ons kerkbestuur, daardoor misschien voor altijd ge-

Sluiten