Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwezen. De Phoeniciërs waren wegens hunnen schandelijken menschenroof en slavenhandel het meest berucht, zoo ook de Thessaliërs. — Ook bestond die instelling bij de Grieken en Romeinen; bij de eersten was het lot der slaven minder hard dan bij de laatsten, de mannen slechts behoefden den grond te bewerken of het vee te hoeden, de vrouwen deden alleen het huiswerk. Bij de Romeinen waren het onder de regering der keizers vooral de misdadigers, die tot slavendiensten werden veroordeeld en dan alle regten verloren; ook de vondelingen werden als slaven beschouwd.

De slaven der particulieren werden servi privati, die van den staat servi publid genoemd; de servi fructuarii, waren slaven die door hunne meesters aan anderen verhuurd werden.

Harder nog was het lot der slaven bij de Portugezen, de Spanjaarden, en in de barbarijsche roofstaten; daar klonk men die ongelukkigen in ketenen aan boord der galeijen op de roeibanken vast, op welke banken zij, als zij zich afgemat hadden, ook sliepen; anderen werden tot mijnslaven gedoemd of moesten den grond in zonnehitte hewerken. — De Christenen maakten de Mooren, en deze de gevangene Christenen tot slaven. Zij hadden geene cognatio' (erkende familiebetrekking), moesten zonder sandalen barrevoets gaan, mogten geen getuigenis voor de règtbanken afleggen, en stonden geheel onder de willekeur hunner meesters, zooals dit nog heden met de slaven in de Nederlandsche Westindische bezittingen het geval is.

In de roofstaten van Noordwestelijk Afrika als ook in Spanje werden de slavenmarkten in de 15de eeuw nog druk bezocht, die van Tripoli, Tunis, Algiers, Oran, Marokko en andere waren van wege dien afschuwelijken menschenhandel beruoht, en dit duurde voort

Sluiten