Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lange baan geschoven. Als. hij den loop der omstandigheden nagaat, dan begint hij zelfs aan de geheele emancipatie te twijfelen. Hij herinnert aan de woorden den 21Bten Mei 1849 door den heer groen van prinsterer gesproken. Deze zeide toen reeds, dat de tijd, van wenschen moest ophouden, en dat twee zaken dringend noodig waren: 1°. eene voorbereidende emancipatie; en 2°. bescherming der slaven. Sedert zijn er weder 6 jaren verloopen en er is nog niets gebeurd. Inmiddels bewijst de statistiek het afnemend getal slaven door hun uitsterven." Hij eindigde zijne rede met allen, die op de zaak invloed kunnen uitoefenen, te wijzen op de groote verantwoordelijkheid, die op hen rust jegens de natie, de menschheid en God!

De heer van hoëvell vroeg in die zitting aan den Minister pahud: «Moet de toestand der slaven, waarover ieder Nederlander zich schamen moet, zoo blijven voortduren?" Vervolgens zegt Spr. dat hij bij de discussiën op den 3den Maart IA. rondborstig te kennen gegeven heeft, dat, van al die toezeggingen des Ministers voor het heil der slaven geen heil te verwachten was, waarop nu door de nalatigheid des Ministers het zegel gedrukt wordt. — «Wat is te verwachten?" vroeg Spr. toen. — «Te verwachten is, dat de Minister, dit besluit der Kamer niet aangenaam zal vinden; dat hij de beslissing der Kamer voor onjuist en onbillijk zal houden, omdat zij lijnregt in strijd is met zijne verklaring en zijne handelingen. — De Minister zal zich die afkeuring echter getroosten, misschien zal hij beloven, beloven dat hij doen zal wat hij kan, wanneer hij over eenigen tijd geïnterpeleerd zal worden, (en dat is geschied), zal het antwoord zijn, dat hij druk bezig is, dat er gecorrespondeerd moet worden met den Gouverneur van Suriname, dat erin-

Sluiten