Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mgn hart niet. Meer dan eens was en ook thans is mgne bede met den Dichter van Ps. 126 : 2b:

,Breng Heer, al Uw gcvang'nen weder; Zie verder op Uw erfvolk neder; Verkwik het, als de watervloed, Die 't Zniderland herleven doet."

Voor ettelijke jaren nu was in de Herv. Gemeente alhier de beurt der bevestiging van ouderlingen aan een predikant der Groninger richting. De verkoren en nog dienende ouderlingen stemden in de bevestiging alleen dan toe, wanneer genoemde Leeraar vooraf beloven wilde, dat hij ben strikt overeenkomstig het aloude en op de Sëhritt gegronde formulier zou bevestigen. Ten slotte werd deze voorwaarde ingewilligd, en stipt nagekomen ook. Deze broeders, ouderlingen, toonden dus te weten en te gevoelen hoe het wezen moet; wat, krachtens dat ambt, van hen werd geëischt; en zg hadden blijkbaar behoefte dat voor Cöds aangezicht uit te spreken en te aanvaarden.

Van deze ouderlingen dus Het zich wat wachten. Want, dat zg zich zouden tevreden stellen met den vorm en het wezen, hetgeen waarop het aankomt, het omschrevene en beloofde, zouden verloochenen, mocht niemand veronderstellen.

Geheel in overeenstemming met hun beslist verlangen boorden ze den bevestiger voorlezen: »Zoo is dan ten eerste het ambt der ouderlingen, met .de dienaren des woords, opzicht te hebben op de gemeente, die hen bevolen is, naarstiglgk toe te zien, ot een iegelgk zich behoorlgk gedraagt in belijdenis en in wandel. Die zich onstichtelijk gedragen, te vermanen; en te verhoeden dat de sacramenten niet ontheiligd worden, zooveel mogelijk is."

(Dat > zooveel mogelijk", beteekent niet en kan niet beteekenen, voor zoover de zooeven besprokene hemeltergende macht zulks toelaat; maar wel, voor zoover het voor ons menschen te controleeren is.)

»Ten derde, is hun ambt, inzonderlmd mede toezicht te

Sluiten