Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wandelen, in roekeloosheid voortzondigen, en hoewel in schijn gelukkig, en zich aan schijngenot vergapende, in het innerlijke van zijn wezen niet gelukkig zijn. Wie daarentegen poogt om steeds meer tot de diepste diepte van zijn hart door te dringen, zal steeds meer in die kennis toenemen, meer gebreks gewaar worden, en schijnbaar ongelukkig zijn, als hij met diep gevoel des harten uitroept: „Ik ellendig mensch, wie zal mij verlossen van het lichaam dezes doods!" maar toch niet willen terugkeeren tot den toestand van onverschilligheid en schijngenot der wereld. Onder dien uitroep ligt de behoefte aan, en dorst naar heiligheid, naar God, verborgen, en zijne behoefte aan God, aan een genadig en barmhartig God, aan een God, die het geroep der ellendigen hoort, en zijne ontfermingen groot maakt tot vergeving, heiliging, gemeenschap en zaligheid, zal vervuld, en dat geroep zal verhoord worden. Het eeuwig evangelie, waarin de Heer Jezus Christus ons God, als een heiüg en rechtvaardig, maar ook als een barmhartig en gaarn vergevend Vader heeft geopenbaard, staat ons er borg voor.

Dit een en ander eenigermate duidelijk te maken, ook door bestrijding van eenige grove dwalingen van godsdienstige filosofie en ijdele spitsvondigheden, ziedaar, het doel van dit geschriftje. Dat wij ons hier en daar wat sterk uitdrukken, is een gevolg van den rechtmatigen toorn, die sommige goddelooze vromen door hunne woorden en werken bij sommigen verwekken, en waarin wij zeiven deelen; alsmede aan de onnadenkenheid en ongevoeligheid, waaronder velen voortleven; en wij werden daartoe gedrongen, ten einde, ware het mogelijk, hen nog wakker te schudden uit den slaap , en te verlossen uit de strikken des duivels, waarin zij gevangen zijn tot zijnen wil. De oprechten van harte zullen die uitdrukkingen niet te sterk vinden; er althans onzen hartelijken weerzin van zonde en dwaling in willen opmerken. Wij hebben gesproken, niet als menschenbehagers, maar om Hem te behagen, die de harten en nieren proeft; en in Zijnen naam, en tot Zijne eer ga dit boekje de wereld in, tot heil van zielen, en opbouwing der geloovigen in de waarheid, die naar de godzaligheid is. Gebiede de Heer zijnen zegen!

H. Z. KLOEKERS.

Sluiten