Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgelaten, en daar den wilde beesten ten prooi gelaten werd, is de Christus dan misschien nedergedaald ter helle, en daar aan de duivelen ten prooi gelaten? Hebben wij dan inderdaad te treuren, dat er voor hem geene opstanding, en derhalve voor ons geen evangelie is? Maar dan kunnen wij hem ook niet genieten, gelijk de Joden van hunne zondoffers niets genieten mochten! Dan is er niets dan verbranding voor hem, en geen brandoffer der toewijding, en geen dankoffer der vergeving en herstelde gemeenschap voor ons! Waar moet dat heen !

Neen, waarlijk de offers hadden eene andere beteekenis, dan dat zij plaatsvervangende offers waren, en een beeld van het zoogenaamde plaatsvervangende offer van Christus. Zij waren wijze, diepaangrijpende, goddelijke instellingen, om uit te drukken hetgeen de offer aar zelf gevoelde, hetzij van toewijding, zooals in het verbonds en brandoffer, óf van verootmoediging, zooals in het zond en schuldoffer, óf van vreugde over het ontvangen van vergeving of andere weldaden, zooals in het dank- en lofoffer, — gelijk wij reeds hebben doen gevoelen.

Wij willen dat, met het oog op het offer van den grooten verzoendag, nog een weinig duidelijker doen uitkomen.

In Lev. 23: 27—32 lezen wij: Op den tienden der zevende maand zal de verzoendag zijn, een heilige samenroeping zult gij hebben; dan zult gij uwe zielen verootmoedigen, en zult den Heere een vuuroffer offeren. En op dienzelven dag zult gij geen werk doen: want het is de verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht des Heeren, uws Gods. Want alle ziel, welke op dienzelven dag niet verootmoedigd zal zijn geweest, die zal uitgeroeid worden uit hare volken. Ook alle ziel, die eenig werk op denzelven zal gedaan hebben, die ziel zal Ik uit het midden haars

Sluiten