Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en kinderen, van ouders en bloedverwanten, een ellendig heenkomen te moeten zoeken, zonder hulp , en troost en raad!

Welnu, wanneer mocht de melaatsche zijn offer brengen; terwijl hij zoo onrein, of wanneer hij genezen was?

O! wij twijfelen er geen oogenblik aan of die ellendigen zouden gaarne terstond op eenig offer, welk dan ook, hunne hand hebben willen leggen, om daardoor gereinigd te worden. Dat zou eene voor de natuur van den mensch aangename en gemakkelijke manier zijn geweest, om in de woning te kunnen blijven, of althans terstond derwaarts terug te kunnen keeren, en er dan maar roekeloos weder op weg te leven; maar neen! de melaatschheid moest haar werk doen; de mensch moest eerst genezen zijn, en als hij genezen was, dan was hij rein 13: 12, 13, en rein zijnde mocht hij zijn offer brengen. Lev. 14: 3.

En welk offer moest dan gebracht worden?

Twee levende vogelen, vs. 4, waarvan de eene over een vat, voorzien van levend water, geslacht, en de andere in dat bloed en water gedoopt moest worden, waarna de laatste in het open veld moest losgelaten worden, vs. 5—7, terwijl op den achtsten dag zijner reiniging wederom twee volkomen lammeren, het eene ten schulden het andere ten zondoffer, en bovendien een volkomen eenjarig schaap ten brandoffer gebracht moesten worden, vs. 10—20.

Wat was toch de beteekenis dezer offers? Was het niet, dat de melaatsche genezen was, en genezen zijnde, rein verklaard werd, zoodat hij weder met anderen omgaan, naar zijn huis wederkeeren, en zich overal, evenals de losgelaten vogel in de lucht, vrij bewegen, en zelfs voor het aangezicht des Heeren verschijnen

Sluiten