Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loopen; en zijn eisch van geloof in — en overgave aan hem, moest wel door de vleeschelijke gezindheid, en voldaanheid met zich zeiven in het onderhouden van uitwendige plichtplegingen, afgewezen worden. Nooit heeft eenig mensch gesproken, en geleefd als deze mensch; maar ook, nooit heeft eenig mensch geleden als hij; en hij heeft dat alles gedaan en geleden uit liefde tot ons, is door de menschen met de misdadigers gerekend, en heeft het alles geduld en gedragen , opdat wij in hem gelooven, en geloovende gerechtvaardigd, ja, rechtvaardigheid Gods zouden worden. Rechtvaardigheid Gods! rechtvaardig als God! 1 Joh. 3:7—12.

Ef. 1 : 7 en Col. 1 : 14. „In welken wij hebben de verlossing door zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom zijner genade."

Hier wordt gezegd, dat de verlossing bestaat in vergeving, dat die vergeving is naar den rijkdom van Gods genade, en dat zij in Jezus is, en door zijn bloed, zijn dood, zijne liefde tot in den dood geopenbaard, vs. 8—10. Door die openbaring worden wij tot geloof geroepen, en allen, die die openbaring zijner liefde gelooven, vs. 13, en door geloof hem wederom liefhebben tot den bloede, tot den dood toe, die zijn in hem, ééns Geestes met hem, hebben de vergeving der zonden en misdaden naar den rijkdom zijner genade en hebben daarvan de zekerheid in den Geest der heiligheid, dien zij hebben ontvangen, 13, 14. Daarentegen lezen wij elders: „Die niet gelooft zal verdoemd worden;" en „die niet Hef heeft, blijft in den dood." Yergelijk 4 : 20—32.

Hebr. 9 : 14. „Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door den eeuwigen Geest zich zeiven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van doode werken, om den levenden God te dienen." De woorden: „Hoeveel te meer", — doen ons

Sluiten