Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het tweede Godonteerend; het laatste doet ons de onuitsprekelijke liefde Gods in Christus Jezus bewonderen, en het niets sparende en gruwelijke van de zonde aanschouwen. Zouden wij dan niet schrikken en beven voor de zonde, zoodat wij aan haar stierven, die tot zulk een gruwel kon voeren ? En zouden wij die liefde niet roemen en prijzen, die ons door zulke striemen tot genezing werd, zoodat wij, dwalende schapen, ons bekeerden tot den Herder en Opziener onzer zielen, om der gerechtigheid te leven?

1 Joh. 1:7. .„Indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, dan hebben wij gemeenschap met malkander, en het bloed van zijnen Zoon, Jezus Christus, reinigt ons van alle zonde."

Het is echter niet het bloed dat ons reinigt. Dat zou ons veeleer vuil maken. Maar het bloed is de uitdrukking van liefde tot den dood; liefde tot den dood kan alleen ware liefde genoemd worden, en die zóó in de liefde is > die is in het licht, gelijk God in het licht is, en die in dat licht wandelt, zal steeds meer van de duisternis en de zonde gereinigd worden. Indien wij daarentegen zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben, en desniettemin in de duisternis van hoogmoed, zonden en leugen wandelen, dan is de liefde Gods niet in ons, dan zijn wij huichelaren, kunnen onmogelijk gereinigd worden, en zullen ondervinden, dat zijn bloed eenmaal vreeselijk tegen ons getuigen zal.

O! dat wij toonen, dat het bloed, de liefde van Christus, ons dierbaar is, en dat zijne liefde ons tot wederliefde gebracht heeft. Dat wij geene boosaardige of eigenwijze leugenaars, lasteraars of sluwe bedriegers zijn; maar in het licht der waarheid en der heiligheid, der nederigheid en dienende liefde wandelen, in gemeenschap des Geestes met Hem leven, en dagelijks meer gereinigd worden van alle besmettingen des

Sluiten