Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons alle gerechtigheid te vervullen", en hij bedoelde daarmede ongetwijfeld, dat niet alleen de menschen zich bekeeren , en de bekeerlingen gedoopt moesten worden, maar ook dat Johannes, en hij, de Koning zelf, verplicht was om aldus, dat is, tot den dood en het graf toe, waar van de doop een zinnebeeld was, Rom. 6:3,4, lief te hebben en gehoorzaam te zijn. Immers in eene andere plaats, zinspelende op zijnen dood, ziet hij terug op den doop, en zegt, Luk. 12 : 50. „Ik moet met eenen doop gedoopt worden, en hoe word ik geperst, totdat het volbracht zij!" En wederom op de vraag van Jakobus en Johannes, Mark. 10 : 37. „Geef ons, dat wij mogen zitten, de een aan uwe rechter- en de ander aan uwe linkerhand in uwe heerlijkheid", spreekt hij op nieuw van zijnen, maar ook van hunnen doop, en tevens van zijnen en hunnen drinkbeker, daarmede wijzende op het lijden des doods, vragende: „Kunt gij den drinkbeker drinken, dien ik drinken zal, én met den doop gedoopt worden, waarmede ik gedoopt worde?" en op hun antwoord vs. 39: „Wij kunnen", antwoordt hij niet, dat dit onmogelijk is, maar integendeel: „Den drinkbeker, dien ik drinken zal, zult, of moet gij wel drinken, en met den doop gedoopt worden, daar ik mede gedoopt worde; maar het zitten tot mijne rechter- en tot mijne linkerhand staat bij mij niet te geven, maar het zal gegeven worden, dien het bereid is."

Uit dit een en ander moet het voor ieder duidelijk zijn, dat door Johannes de vergeving van zonden beloofd werd aan allen, die zich bekeerden en zich tot gehoorzaamheid aan den Heer zouden laten doopen; en dat de Heer zelf, die de zonden vergaf, zoowel als zij die de vergeving van zonden begeerden, zich lieten doopen, ten teeken, dat zij tot den dood toe aan hunne

Sluiten