Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen heeft, en dat de christen de plaats van den

Christus, en geloof en heiligheid de plaats van

ongeloof en zonde vervangen moet, ten eeuwigen

leven; — met andere woorden, dat de mensch zelf de straf zijner zonde moet dragen, — dat wil zeggen, de mensch, die door ongeloof de gemeenschap met God heeft verloren, en, in dien zin geestelijk dood zijnde, zich zeiven leeft, moet nu, omgekeerd, aan zich zeiven sterven, om door geloof in den Heer, de gemeenschap met God weder deelachtig te worden, en uit en door hem, met en voor God te leven, en, als het wezen moet, voor zijnen Heer en God te sterven.

„Zóó!" roept men al weder, „dus is Jezus niets meer dan een boodschaplooper, een leeraar, een voorbeeld, een martelaar!"

Maar eilieve, waarom daarover zoo verachtelijk gesproken; en waarom laat gij na, om ook den titel van Christus, dat is, Koning te noemen? Is het misschien omdat gij hem liefst als een zoogenaamde zondebok •wilt erkennen ; maar niet als Koning, die onderwerping en gehoorzaamheid tot vergeving, heiügheid en zaligheid eischt?

Voorzeker, hij is een boodschapper, maar de Koning zelf, die zijne boodschap ons brengt. Hij is een leeraar; maar de Koning zelf, die de uitlegging van zijne eigene boodschap ons geeft. Hij is een voorbeeld; maar de Koning zelf, die ons toont, hoe hij wil, dat zijne boodschap in beoefening gebracht zal worden. Hij is een martelaar: maar de Koning zelf, die zich laat martelen, om zondaren van de dwaling huns wegs te bekeeren, en zijnen dienaren toe te roepen: „Ik verordineer ulieden het koningrijk gelijk mijn vader mij dat verordineerd heeft."

Kan van eenig ander boodschapper, leeraar, voor-

Sluiten