Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den hooggeschatten Direktortot opleidingder jongelieden, aan de studiën der toekomstige Zendelingen, aan de veelvuldige briefwisselingen, aan de uitgave der Zendingsberichten, aan de uitrusting der gezondenen enz. En nog is dit slechts het begin. Denken wij verder aan de vestiging in woeste streken, aan den bouw van woning en kerk, aan de studie der vreemde taal, aan den arbeid van onderwijs en prediking, aan de vertaling der Heilige Schrift en van andere boeken, aan de overbrenging van denkbeelden in eene spraak, waarin het aan de noodige woorden, om die denkbeelden uit te drukken ontbreekt, en dat alles in een afmattend, vaak ongezond klimaat en onder eene barbaarsche bevolking. Geen vermoeienis, waartegen mag opgezien worden. Geen hinderpaal, waarvoor men mag terug deinzen. Geen beletsel, dat niet uit den weg moet geruimd worden.

En toch, dit is slechts het geringste, slechts de uiterlijke zijde van het werk. De eigenlijke, voorname arbeid is de geestelijke, de ernstige, verborgene worsteling met God, de arbeid der ziel. Het is die, welken onze Heere Jezus zelve doorgestaan heeft, als Hij de nachten doorbracht in het gebergte en waardoor Hij kracht verkreeg tot het werk van den dag, en waarvan geschreven staat: //Om den arbeid zijner ziel zal Hij het zien en verzadigd worden. Het is die arbeid, waarvan de Apostel Paulus sprak, als hij tot de Galatiërs riep: //Mijne kinderkens, die ik wederom arbeide om te baren." Het is die arbeid, met zielelijden gepaard, waartoe allen

Sluiten