Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het kwaad is aanwezig in deze, zoowel als in andere werelden. Is het niet in volkomene overeenstemming met deze daadzaak, dat er ook kwaad te midden van het Christendom gevonden wordt? De gelijkheid van het bederf in de christelijke godsdienst, en het voorafgaande bederf in de rede en het geweten; — van de invoering van zonde onder de engelen, en de verschijning der zonde onder de Christenen is duidelijk genoeg. Er is alleen dit onderscheid, dat, in het eerste geval, de afval plaats had na, en uit een staat van volmaaktheid, en dus een loslaten was van het volkomen, verwezenlijkte idéaal; terwijl in het laatste geval het ideaal slechts gedeeltelijk verwezenlijkt was. De eerste val was dieper dan de tweede, en veel wonderlijker. Indien de natuur kan verdorven worden, is het dan een wonder, dat de openbaring verdraaid wordt? Maakt het de zaak zooveel onbegrijpelijker, wanneer wij te midden van het woeden eener ziekte op zedelijk gebied zien, dat de menschen het geneesmiddel weigeren of verkeerd gebruiken? Hoe kon de zonde en de dwaasheid des menschen, die overal is doorgedrongen, buiten het Christendom worden gehouden, zonder een wonder, dat zeer onderscheiden moest zijn en veel grooter dan eenig ander, waarvan de Bijbel melding maakt?" Aldus heeft Stroughton de zaak juist voorgesteld Waarom zouden wij dan ook ontroerd en wankelend worden bij het zien van eene profetische voorstelling van het Christendom, waarin het tot het einde der bedeeling toe, steeds meer ontaardt ? Wat meer is, waarom zouden wij in het geheel aan een einde der gemeente denken, tenzij dan op grond van de onderstelling, die wij aannemen, dat de gemeente nooit bestemd is geweest, zooals sommigen verkeerd gedacht hebben, om eindelijk eenen algemeenen

') „Agei of Christendom," pp. 426—428.

Sluiten