Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De titel van Melchizedek komt inderdaad met die der Makkabeën overeen. Hij komt echter ook voor bij de Phoeniciërs. Procksch leidt hieruit zelfs af dat hij een voor-Israëlietisch begrip vertolkt 8) Dat de Makkabeesche vorsten zich ook zoo noemden wil dus nog niet zeggen, dat de auteur van Gen. 14 daaraan voorbeeld genomen moet hebben. Het kan dat zelfs niet zeggen, want de Septuaginta, waarin Gen. 14 toch ook al staat, bestond al in den tijd der Makkabeën.

Wanneer alzoo de historiciteit van het hoofdstuk, waarin Melchizedek voorkomt, gehandhaafd kan worden, vervalt ook de oorzaak aan diens historisch bestaan te twijfelen.

§ 11. Genesis 14 heeft aan nog meer aanvallen van de zijde der critiek bloot gestaan. Zoo is er tegen ingebracht dat het een onjuistheid in dit hoofdstuk is dat de voorsteÜing gegeven wordt als zou de Doode Zee eenmaal een door mensen en bewoond dal zijn geweest.9) Maar deze voorstelling wordt niet door dit hoofdstuk gegeven, noch door eenige andere plaats van het Oude Testament Vooreerst dient opgemerkt te worden dat het dal Siddim in de n a b ij h e i d van de steden der Pentapolis lag en dat deze steden niet in dat dal lagen. De vijf koningen trekken immers uit naar dat dal. Voorts moeten we ons verzetten tegen de bij vele bijbellezers voorkomende gedachten associatie, die de opmerking uit cap. 14: het dal Siddim, dit is de Zoutzee, in verband zet met het verhaal van de verwoesting van Sodom en Gomorrha uit Gen. 19. We moeten ons daar geheel van losmaken. Gen. 19 zegt met geen enkel w o o r d, dat de plaats van Sodom en Gomorrha tot zee is geworden. Dat Abraham de plaats zag rooken, getuigt juist, dat er geen water was, maar door brand verwoest terrein. In het apokriefe boek Sap. Salom. (10:6) staat: het rookt nog!

Ook schriftuurplaatsen als Deuteronomium 29:22, 23; Jes. 13:19—22; Jer. 49:18. Zef. 2:9 hebben de gedachte ten grondslag, dat de plaats van Sodom en Gomorrha een (onbewoonbare) landstreek is. In Gen. 19 wordt dus het ont-

8) Die Genesis, pag. 511.

9) Gunkel en Skinner in hun Coram. t.p.

Sluiten