Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een groot aantal gemeenten, of van de Kerk in haar geheel. Met nadruk wordt daarop gewezen door verschillende gereformeerde kerkordes: de ambtsdrager heeft zich niet te bemoeien met een andere gemeente dan de zijne. Van een paus, als hoofd der Kerk, mag geen sprake zijn. Maar ook niet van een veelhoofdige paus, in den zin van ons synodale bestuursapparaat. De meest trieste dag in ons kerkelijke leven is heden ten dage de laatste Woensdag van de maand Juni, wanneer de classicale vergaderingen samenkomen. Zij mogen luisteren naar datgene, wat het classicaal bestuur in het afgeloopen jaar heeft gedaan. Luisteren, maar niet daarover spreken en in geen geval beslissen. En zij mogen hun consideratiën ten beste geven over de voorgestelde wetswijzigingen, waarover de Synode later geheel naar eigen inzicht beslist. Dit alles is in strijd met de Heilige Schrift. De plaatselijke gemeente is openbaring van het lichaam van Christus. In haar midden zijn alleen zij ambtsdragers, die daartoe door haar zelve wettig geroepen zijn. En deze zijn geroepen, niet om „te heerschen over haar geloof", maar om „medewerkers te zijn aan hare blijdschap". Het derde beginsel luidt: het eene ambt staat niet boven het andere ambt. Alle ambtsdragers zijn aan elkander gelijk. Dit beginsel kunnen wij aflezen uit twee woorden van Christus. Allereerst Marcus 10 vers 42 en 43: „Gij weet, dat degenen ,d ie geacht worden oversten te zijn der volkeren, heerschappij voeren over hen en hunne grooten gebruiken macht over hen. Doch alzoo zal het onder u niet zijn, maar zoo wie onder u groot zal willen worden, die zal uw dienaar zijn; en zoo wie van u de eerste zal willen worden, die zal aller dienstknecht zijn". En in de tweede plaats Mattheüs 23 : 8: „Doch gij zult niet rabbi genaamd worden; want Eén is uw Meester, namelijk Christus; en gij zijt allen broeders". In de oud-christelijke Kerk heeft zich het ambt volgens dit beginsel ontwikkeld. Er worden in Jeruzalem zeven diakenen gekozen. De na-

Sluiten